doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'dakloos geweld'

Hafid werd na de vuistslag die hij uitdeelde aan een medebewoner van de daklozenopvang direct op straat gezet. Inmiddels slaapt hij al elf maanden buiten. Is hij niet genoeg gestraft?
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'dakloos geweld'

Dat Hafid* (38) vandaag is verschenen, mag uitzonderlijk worden genoemd.

De meeste verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats krijgt de rechter nooit te zien. Maar Hafid dus wel. In een vormeloze joggingbroek die iets verder afzakt dan voor zijn omgeving prettig is, zet hij zich op zijn stoel. In hoog tempo wipt zijn rechtervoet nerveus op en neer. Zijn linkerhand speelt gedachteloos met een groezelig mondkapje dat ooit wit moet zijn geweest.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Ook Ronnie had hier inmiddels moeten zijn. Hij is de aangever, de man die mishandeld zou zijn, en door de advocaat van Hafid vandaag ook als getuige opgeroepen. Desondanks ontbreekt van hem elk spoor. “Verbaast me niets,” bromt Hafid. “Vuile leugenaar. Lafaard. Alcoholist.”

Een jaar geleden waren Hafid en Ronnie nog elkaars buren in een opvangtehuis voor dak- en thuislozen van het Leger des Heils.

Totdat ze het op een avond om onduidelijke redenen met elkaar aan de stok kregen. De vuistslag die Hafid uitdeelde, had bij Ronnie een dik en pijnlijk oog tot gevolg, maar degene die er het meeste last van had, was Hafid zelf. Nadat Ronnie officieel aangifte had gedaan van mishandeling zette het Leger des Heils zijn buurman onmiddellijk uit zijn kamer. Sindsdien zwerft en slaapt Hafid op straat. Al elf maanden inmiddels. “Allemaal door die vuile leugenaar,” zegt Hafid. “Ik had nog liever in de gevangenis gezeten. Dan had ik tenminste nog iets kunnen leren. Dan had ik ’s nachts tenminste nog gewoon een...”

Dan ineens gaat achter hem een deur open. Een opvallend kleine man met een minuscuul staartje, een ringbaardje en glimmende oorbellen in beide oren stapt de zaal binnen. Van Ronnie, die dus toch is gekomen, schieten de ogen van de rechter en de officier weer terug naar Hafid, die in staat lijkt zijn voormalige buurman opnieuw iets aan te doen, maar in plaats daarvan beperkt hij zich tot een vernietigende blik.

Over het incident lopen hun lezingen danig uiteen – Ronnie zou een zakmes in zijn hand hebben gehad, Hafid zou met een tondeuse hebben gedreigd en ergens zou ook nog een gitaar zijn gesneuveld – maar dat Hafid geslagen heeft, dat ontkent hij ook zelf niet. Wat hem vooral dwarszit, is het feit dat Ronnie daar aangifte van deed. Het is een ongeschreven regel in het opvangtehuis: zoiets doe je niet.

En al helemaal niet wanneer de winter voor de deur staat.

“Ik slaap al een jaar buiten door jou!” bijt Hafid Ronnie toe.

“Dat spijt me,” zegt Ronnie, die in tegenstelling tot Hafid de rust zelve lijkt. “Ik wilde ook helemaal geen aangifte doen, maar ik moest van het Leger. Ik had geen keus, anders had ik zelf een probleem gehad. Ik ben echt onder druk gezet.”

“Motherfuckers,” sist Hafid.

“Zo’n klap kan ik heus wel hebben,” vertelt Ronnie de rechter. “Dat heb ik hem allang vergeven.

Maar dit vind ik echt een beetje zielig voor hem. Hij is geen slechte jongen. Hij was een fijne buurman. Ik wou dat hij er nog woonde.” Kort kijken de twee mannen elkaar aan. De rechter oordeelt mild. Elf maanden buiten slapen als gevolg van één vuistslag is niet niks. Met een volledig voorwaardelijke werkstraf van twintig uur, en een verplicht reclasseringstoezicht, stuurt ze Hafid terug de straat op. Zijn kamer en zijn bed kan ze hem niet teruggeven.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacyredenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws