doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'pompen of verzwijgen'

Veel criminele carrières beginnen met een ordinaire fietsendiefstal, maar je kunt er natuurlijk ook mee eindigen.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'pompen of verzwijgen'

Als Orlando (43), vader van vijf kinderen, de waarheid vertelt dan is hij er op een wel erg lullige manier ingeluisd. Op een dag fietst hij van de basisschool van zijn twee jongste kinderen met een verse lading huiswerk onder zijn arm terug naar huis wanneer hij langs de kant van de weg een jongen van een jaar of 18 ziet staan met een lekke band. Orlando herkent de jongen als een vriend van zijn oudste zoon. Behulpzaam als hij is biedt hij zijn hulp aan. Hij staat nog maar net met de fietspomp in zijn handen wanneer de politie arriveert en de jongen die hij te hulp schoot er als een haas vandoor gaat. Verbouwereerd kijkt Orlando hem na. Niet veel later valt het kwartje. De mountainbike met de lekke band blijkt kort daarvoor gestolen te zijn.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

De vraag is of Orlando inderdaad de waarheid vertelt. De officier van justitie heeft goede redenen om dat te betwijfelen. Zo zit er in het dossier een verklaring van een agent die die dag niet aan het werk is, maar bij zijn collega’s wel melding doet van een man die hij, met een petje op zijn hoofd en een mountainbike op zijn nek, voorbij ziet fietsen. Even verderop ziet hij dezelfde man de mountainbike te lijf gaan met een kniptang.

“Het kan best zijn dat die agent dat gezien heeft, maar ik ben dat niet geweest,” zegt Orlando stellig. “Ik wou alleen maar helpen. Het enige wat ik heb gedaan is pompen.”

“U droeg die dag wel een petje,” weet de rechter.

“Ik draag altijd een petje,” zegt Orlando.

“En in uw zak trof de politie bij de fouillering een kniptang aan,” draait de rechter de duimschroeven nog wat strakker aan.

“Die was niet van mij. Die moest ik alleen maar even vasthouden van die jongen.”

“Hij zat in uw zak,” zegt de rechter.

“Tja, daar zal ik hem dan in hebben gedaan,” zegt Orlando.

“Teruggeven kon niet meer, die jongen was hem gesmeerd.

Dat had ik achteraf ook moeten doen.”

“Goed, dan komen we bij uw strafblad,” lijkt de rechter de hoop op een bekentenis definitief aan de wilgen te hangen. Met opgetrokken wenkbrauwen scrollt hij op zijn scherm door een indrukwekkend aantal pagina’s. “Dat is nogal wat,” verzucht hij.

“Ja, dat is nogal wat,” bevestigt Orlando.

“Misschien moet je de rechter het verhaal vertellen dat je eerder aan mij vertelde,” suggereert zijn advocaat.

‘Ik weet ook wel dat ik niet met verkeerde mensen moet omgaan, maar het probleem is dat die verkeerde mensen vaak de enige zijn die mij begrijpen’

“Tja,” zucht Orlando. “Waar zal ik eens beginnen?”

“Bij het begin?” oppert zijn advocaat.

“Nou gewoon,” steekt Orlando van wal. “Kind van verslaafde ouders, vaste bewoners van Perron Nul destijds, verslaafd geboren dus, direct uit huis geplaatst, naar een internaat, daarna naar een pleeggezin, ging niet goed, terug naar het internaat, weer naar een pleeggezin, ging weer niet, weer naar het internaat, op mijn 15de op straat gezet, winkeldiefstallen, drugs, straatroof, gewapende overvallen... Op mijn 17de veroordeeld tot een gevangenisstraf met jeugd-tbs, tien jaar later weer vrij, zonder opleiding, zonder familie, zonder alles... Wou u nog meer weten?”

De rechter zwijgt. Hoewel Orlando de turboversie van zijn ellendige levensverhaal er in anderhalve minuut doorheen jaagt, is de impact ervan voelbaar in de zaal.

“Weet u wat het is?” vervolgt Orlando. “Ik weet ook wel dat ik niet met verkeerde mensen moet omgaan, maar het probleem is dat die verkeerde mensen vaak de enige zijn die mij begrijpen.”

De rechter knikt. Een bekentenis is het niet, maar het verklaart wel het een en ander. Voor een man die met een 10-0 achterstand aan het leven begon, heeft Orlando het bovendien nog niet zo slecht gedaan. Anno 2021 heeft hij een gezin en een woning en is hij als manusje-van-alles de steun en toeverlaat van een bescheiden museum in zijn woonplaats. Hoewel de officier van justitie een voorwaardelijke celstraf van drie weken eist, doet de rechter de diefstal van de fiets af met een geheel voorwaardelijke werkstraf van veertig uur.

“Dank u wel,” zegt Orlando. “Ik raak geen fietspomp meer aan.”

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacyredenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws