doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'eindpunt Amsterdam'

Makana hoopte de supersnelle trein naar Londen te nemen, maar in plaats daarvan staat ze nu terecht op een supersnelrechtzitting in Amsterdam.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'eindpunt Amsterdam'

Kan het bij een reguliere politierechterzaak gerust een jaar duren voordat je als verdachte wordt berecht, in het zogenaamde snelrecht gebeurt dat al binnen zeventien dagen. Maar het kan nóg sneller. Speciaal voor zaken die ook zonder verder onderzoek zo klaar als een klontje zijn is er het supersnelrecht, waarbij een verdachte binnen zes dagen na het gepleegde feit al terechtstaat. Zo’n zaak is die van de Senegalese vluchtelinge Makana* (24), die geflankeerd door twee leden van de parketpolitie door een zijdeur de rechtszaal wordt binnengeleid. Amper een stap over de drempel verstijft ze. Met grote ogen neemt ze de ruimte in zich op. Even lijkt ze om te willen draaien en gewoon weer te vertrekken, maar een dwingende hand van een van de agenten maakt duidelijk dat dat geen optie is. Angstig neemt ze plaats op de stoel naast haar tolk.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Twee dagen geleden liep ze tegen de lamp bij een paspoortcontrole op station Amsterdam Centraal. Makana probeerde daar de Eurostar te nemen, de trein naar Londen, maar de Franse ID-kaart die ze daarbij liet zien was niet die van haarzelf. Ze leek niet eens op de vrouw die op de foto stond. Bovendien stond de kaart die ze gebruikte als gestolen geregistreerd.

“Ik heb de kaart niet gestolen,” verdedigt Makana zichzelf.

“Ik had hem geleend van een vriendin.”

“Van een Franse vriendin?” vraagt de rechter.

Makana knikt. “Uit Toulouse.”

“Maar u woont in Duitsland?”

Opnieuw een hoofdknik.

“Hoelang al?”

“Vier jaar.”

“Hoe bent u destijds in Europa terechtgekomen?” vraagt de rechter. Het is een vraag die anderen wellicht als een uitnodiging zouden beschouwen om hun hele levensverhaal op tafel te gooien, maar Makana niet.

“Via Spanje,” zegt ze.

De rechter kijkt haar zwijgend aan.

“Ik heb de kaart niet gestolen,” zegt Makana opnieuw.

“Daar wordt u ook niet van beschuldigd,” zegt de rechter. “De reden dat u hier vandaag zit is dat u gebruik hebt gemaakt van een ID-bewijs dat niet van u was.” Makana trekt haar wenkbrauwen op. “Ik wist niet dat dat niet mocht,” zegt ze.

“Als dat zo is, waarom had u uw eigen ID-kaart dan in uw sok verstopt?” vraagt de rechter.

“Omdat ik daarmee niet naar Engeland mag reizen,” zegt Makana. “Dus die had ik niet nodig.”

Haar naïviteit is moeilijk te geloven. Desondanks houdt ze stug vol. Vanuit het Duitse asielzoekerscentrum waar ze al vier jaar woont vertrekken medebewoners aan de lopende band met andermans ID-kaart naar Engeland, beweert ze. “Maar als ik had geweten dat het strafbaar was, had ik het niet gedaan.” De rechter gelooft er geen woord van en ziet geen enkele reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie: twee maanden cel.

Wanneer Makana de Franse vertaling van de straf door de tolk in haar oor gefluisterd krijgt, worden haar ogen opnieuw groot als pingpongballen. Met tegenzin laat ze zich door de parketpolitie de zaal uit leiden, terug naar haar cel. Wanneer de deur achter haar dichtvalt, barst ze in onbedaarlijk huilen uit.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws