Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Bij de politierechter: 'Jatten voor de bruidsschat'

Zijn vriendin zover krijgen dat ze ja zei, was een fluitje van een cent. Maar toen begon de ellende pas. Want hoe spaar je als barman een bruidsschat bij elkaar?

Bij de politierechter: 'Jatten voor de bruidsschat'

Onur* (23) draagt een volle, zorgvuldig gesoigneerde baard, een broek met modieuze gaten en slijtplekken en sneakers van glimmend wit slangenleer. Ook zijn zwarte haren glanzen als die van een olieworstelaar. Zwaar van de brillantine. Een aantal maanden geleden vroeg hij zijn vriendin ten huwelijk. Toen ze ja zei, sprong hij aanvankelijk een gat in de lucht, maar toen hij het goede nieuws aan zijn vader had verteld, kon hij wel door de grond zakken. Zijn vader gooide het gelijk over de zakelijke boeg. Zoals in Turkse kringen gebruikelijk is, zou er een fikse bruidsschat moeten worden betaald aan de familie van de bruid. En papa was niet van plan daar in zijn eentje voor op te draaien, zo liet hij zijn zoon maar gelijk weten.

Bij Onur maakte de romantische euforie van zijn verloving al snel plaats voor lichte paniek. Bijna zestig uur per week werkte hij achter de bar van een pizzaen pasta-restaurant, maar zelfs al ging hij daar honderd uur per week werken, dan nog zag hij niet in hoe hij zijn deel van de bruidsschat ooit zou kunnen ophoesten.

“En dus begon u geld uit de kassa te stelen?” vraagt de rechter.

“Ik zag geen andere manier. Het spijt me,” zegt Onur.

“En niet zo’n beetje ook,” vervolgt de rechter. “De eigenaar van het restaurant heeft het in zijn aangifte over een bedrag van ruim 10.000 euro.”

“Dat is echt niet waar,” zegt Onur. “Ik pakte hooguit 60 euro per keer. En lang niet elke dag. Misschien drie keer per week.”

“Om welk bedrag gaat het volgens u dan in totaal?” wil de rechter weten. “Hooguit 1500 euro.”

Geen vordering

De rechter fronst terwijl hij met een schuin oog naar de officier van justitie kijkt. “Het vreemde is dat ik in het hele dossier geen vordering van de benadeelde partij heb kunnen vinden...”

“Dat heeft mijn vader al opgelost,” legt Onur uit.

“Alles is terugbetaald?” informeert de rechter.

“Dat weet ik niet, maar het is opgelost,” verzekert Onur.

“Hoe weet u dat zo zeker?”

“Als mijn vader dat zegt dan is dat zo.” Onur praat over zijn vader zoals sekteleden over hun sekteleider praten. De man is in zijn ogen almachtig en onfeilbaar. Toen Onurs moeder een jaar geleden overleed, trok hij noodgedwongen bij zijn vader in, die ook volgens een rapport van de reclassering een ongezond hoge druk op hem legt. Onurs advocaat maakt handig gebruik van dat rapport. Hij betoogt dat de macht die zijn vader over zijn zoon had zó groot was, dat die zich uiteindelijk gedwongen zag om in de kassa te graaien. Een schuldigverklaring zou volgens hem terecht zijn, maar dan wel eentje zonder straf.

“Kom op zeg,” verzucht de officier.

“Meneer is 23. Hoelang kun je je achter je vader blijven verschuilen?”

De rechter is het met haar eens. Wegens verduistering in dienstverband veroordeelt hij Onur geheel conform de eis: een werkstraf van 40 uur, een week voorwaardelijke celstraf en een meld- en behandelverplichting bij de reclassering. “Gaat uw huwelijk eigenlijk nog door?” informeert hij.

Onur haalt zijn schouders op. “Ik hoop het,” zegt hij. Om maar niet te hoeven zeggen: dat moet u aan mijn vader vragen.

* Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

Misdaad
  • Petra Urban