doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'Laat mij maar zitten in de cel'

Hij baalt er zelf ook van: een paar dagen na zijn ontslag uit de ontwenningskliniek stond de stomdronken Richard wildvreemde voorbijgangers uit te schelden in een winkelcentrum.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'Laat mij maar zitten in de cel'

Richard (39)* komt de rechtszaal binnen met de tred van een man die het allemaal weinig meer uitmaakt. Zijn handen in zijn zakken, zijn voeten voor zich uit schoppend alsof hij ervan af wil.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Daar bent u weer,” zegt de rechter.

“Yep, weer een paar maanden weggegooid,” vult Richard mismoedig aan.

Hij is hier vaker geweest. Veel te vaak. Telkens als hij drinkt, en dat doet hij meer en vaker dan verstandig is, dan gaat het mis. Dit keer had hij net een verblijf van drie maanden in een afkickkliniek achter de rug. Hij zag het weer zitten. Vol goede moed begon hij aan een nieuw leven, zonder alcohol, maar bij de eerste de beste tegenslag knakte hij.

Om voor hem onduidelijke redenen bleek zijn uitkering te zijn opgeschort. Nog diezelfde dag stond hij stomdronken in een winkelcentrum naar wildvreemde mensen te schreeuwen.

Een beveiliger die hem probeerde te kalmeren, deed uiteindelijk aangifte van bedreiging. Eerst schreeuwde Richard tegen hem dat hij moest oprotten.

Daarna brieste hij: “Ik maak je dood! Ik maak je dood!”

Sinds die dag zit Richard in een huis van bewaring.

Heel ander mens

“Kunt u zich nog iets van die dag herinneren?” vraagt de rechter.

“Helemaal niets, mevrouw,” zucht Richard. “Helemaal niets. Niet dat ik heb staan schreeuwen, niet dat ik iemand bedreigd heb, niet dat ik verhoord ben... Niets. Maar het zal allemaal best. Ik ben een heel ander mens als ik drink,” concludeert hij terwijl hij wezenloos uit het raam staart. “Dat is geen excuus, hè, dat is een reden. Ik baal er zelf ook van.”

“Waarom gaat het nou telkens mis?” vraagt de rechter.

“Tja...” Richard haalt zijn schouders op en maakt nog maar eens een moedeloos handgebaar.

Alle partijen – de officier, de rechter en zijn advocaat – zijn het erover eens dat hij zo snel mogelijk terug moet naar de kliniek. Over precies 18 dagen, en geen dag eerder of later, is er weer plek voor hem. Om te voorkomen dat hij straks weer zonder enige begeleiding op straat staat, en linea recta naar de Aldi loopt voor 24 halve liters Schultenbräu, is maatwerk vereist. In het ideale geval sluit zijn celstraf, min de dagen dat hij al in voorarrest zit, naadloos aan op zijn behandeling. Om de rekensom nog wat ingewikkelder te maken, is er ook nog een voorwaardelijke celstraf van twee weken in het spel van een eerdere veroordeling.

“Jullie hoeven wat mij betreft niet zo moeilijk te doen, hoor,” zegt Richard, terwijl de mensen over zijn hoofd druk bezig zijn de puzzel op te lossen. “Ik blijf wel zitten in die cel, geen probleem. Ik kan toch nergens anders heen.”

De rechter kan het niet helpen; ze schiet in de lach. Maar dan heeft ze de rekensom af. De voorwaardelijke celstraf laat ze achterwege. In plaats daarvan veroordeelt ze Richard tot 28 dagen cel, minus de aftrek van de dagen dat hij in voorarrest zit. Op die manier kan hij straks rechtstreeks van de cel de kliniek in.

“Ziet u dat zitten?” vraagt de rechter nog.

“Ik zie momenteel helemaal niets zitten, mevrouw, maar het lijkt me een prima oplossing.”

* De namen in deze rubriek zijn om privacyredenen gefingeerd.

Laatste nieuws