doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'een niet-werkende leugen'

Het leek zo goed bedacht: zogenaamd in dienst gaan bij het bedrijf van je geliefde, je daarna ziek melden, en vervolgens onbekommerd Ziektewet en WW opstrijken. Maar zo werkt het dus niet.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'een niet-werkende leugen'

Hajar* (48) draagt een joggingbroek, een dikke wollen jas en een hoofddoek. Hoewel ze al vele jaren in Nederland woont, heeft ze een tolk Arabisch nodig om haar eigen rechtszaak te kunnen volgen. En dan nog zal het voor haar een hele opgave worden. Demonstratief zet ze een papieren zak voor zich op tafel die tot de nok toe gevuld is met de medicijnen die ze naar eigen zeggen dagelijks slikt. Haar advocate overhandigt de rechtbank alvast een lijst waarop precies beschreven staat om welke medicatie het gaat, waarvoor het dient en vooral ook; wat de bijwerkingen ervan zijn.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Als mijn cliënte zo nu en dan een ietwat afwezige indruk maakt, dan verklaart dit misschien waarom,” oppert de raadsvrouw. De rechter laat haar ogen kort over de indrukwekkende lijst gaan, en legt het dan naast zich neer. Ze begint liever bij het begin. En dat is lang geleden. Hajar wordt verdacht van valsheid in geschrifte. Of concreter: uitkeringsfraude. In totaal zou ze over een periode van drie jaar voor dik 90.000 euro aan WW en Ziektewet ten onrechte hebben ontvangen. Hajar zelf is zich van geen kwaad bewust, zegt ze.

In april 2011 meldt Hajar zich ziek. Ze is dan net drie maanden in dienst van het klus- annex loodgietersbedrijf van haar geliefde. Bijna twee jaar zit ze in de Ziektewet, daarna in de WW. Psychische klachten zouden haar het werken onmogelijk maken. Haar dochter, afkomstig uit een eerdere relatie, is spoorloos verdwenen nadat ze haar vader heeft beschuldigd van seksueel misbruik. Hajar kan er nog altijd niet over praten. Wanneer de rechter haar vraagt naar de huidige stand van zaken, begint ze hevig te trillen en barst ze in huilen uit. Terzake dan maar.

“Wat was nou precies uw taak binnen het bedrijf van uw partner?” vraagt de rechter.

Hajar haalt haar schouders op.

“Gewoon. Helpen.”

“Helpen met wat?”

“Schoonmaken, opruimen.”

“Wat ruimde u dan zoal op?” vraagt de rechter door.

“Dat weet ik niet meer,” zegt Hajar. “Het is lang geleden.”

Het vermoeden bestaat dat zij nooit daadwerkelijk heeft gewerkt. Op verzoek van de sociale recherche overlegde ze enige tijd geleden een lijst met de adressen, voornamelijk hotels en andere horecagelegenheden, waar ze namens het bedrijf van haar vriend fysieke arbeid zou hebben verricht. Maar op geen enkele van die adressen, zo is uit navraag gebleken, heeft men haar ooit gezien. Het vermoeden van een zogenaamde schijnconstructie wordt nog eens versterkt door het feit dat haar vriend in drie maanden tijd ruim 8000 euro aan salaris aan haar uitbetaalde, terwijl hij in diezelfde periode een totaalomzet draaide van amper 11.000 euro. Bovendien heeft hij behalve Hajar nooit een personeelslid in dienst gehad. Op vrijwel geen enkele vraag die de rechter en de officier op haar afvuren, heeft Hajar een geloofwaardig, laat staan een verhelderend antwoord. Ze kan het zich allemaal niet meer herinneren, zegt ze, terwijl ze gebaart naar de papieren zak die voor haar op tafel staat. Maar daar neemt de rechter geen genoegen mee. Voor het op z’n minst medeplegen van valsheid in geschrifte veroordeelt ze Hajar tot een geheel voorwaardelijke celstraf van drie maanden. Maar dat is het ergste niet: het vonnis zet voor het UWV de deur wagenwijd open om het ten onrechte uitgekeerde bedrag van bijna een ton bij haar terug te vorderen.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacyredenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws