doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Sportcolumn: 'Wij maken zélf het voetbal kapot'

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers samen een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: 'Wij maken zélf het voetbal kapot'

Micha Jacobs

Als je kijkt naar de halve finales van de Champions League die nu in volle gang zijn, dan zou je denken dat die vermaledijde Super League allang begonnen was. Wie het tweeluik tussen Paris Saint- Germain en Manchester City ook wint: een van de twee sjeiks komt sowieso in de finale. En met een beetje pech staat hij dan tegenover het Chelsea van de Russische miljardair Roman Abramovitsj, toch de eerste die het voetbal om zeep heeft geholpen.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Natuurlijk was die hele Super League, waarin de rijkste clubs zich wilden afscheiden van het plebs omdat ze nog niet genoeg geld hebben binnengeharkt over de ruggen van voetbalfans, rot tot op het bot, maar de eigenaren van die clubs kwamen er tenminste eerlijk voor uit. Dat deed de UEFA niet toen ze de Champions League oprichtte – lafbekken! –terwijl het in essentie hetzelfde is. Het zal die eigenaren werkelijk een zorg zijn dat zij het voetbal de nek omdraaien. Emotie en geld zijn als water en vuur, en een sjeik heeft nu eenmaal genoeg olie om op het vuur te gooien. Maar we moeten niet net doen alsof dat alleen in het voetbal zo is: het is een probleem van onze hele samenleving.

Daar waar eigenaren en managers het voor het zeggen hebben, managers die alleen maar naar de cijfertjes kijken en niet in het hart van de mensen die het aangaat – kijk alleen naar zoiets als de zorg – weet je dat er voor de mens geen plek is. De mens, de patiënt, de voetbalsupporter.

En het paradoxale is: dat monster hebben wij met z’n allen gecreëerd. Wij staan toe dat machthebbers onze zorg uitknijpen, wij staan toe dat voetbalclubs worden overgenomen door sjeiks en oligarchen die een club niet als een club zien, maar als een bedrijf waarmee geld moet worden verdiend. Dat houden wij in stand door absurde bedragen voor een kaartje te betalen, of voor een tv-abonnement.

Wij leggen zonder blikken of blozen 200 euro neer om Lionel Messi een keer in levenden lijve te zien. Wij, voetbaltoeristen.

Geen Catalaan bij wie Barcelona door de aderen stroomt kan dat betalen. Zolang die idioterie niet ophoudt, idioterie die wij in stand houden, moeten we er niet raar van opkijken dat zo’n gedrocht als een Super League de kop opsteekt. Maar dat allemaal terzijde. Mis jij niet die oude Europacup-avonden, kampioen van Nederland tegen de kampioen van Albanië, met sneeuwbeeld en een commentator aan de telefoon omdat de verbinding wegviel?

Mario Wisse

Nou en of. En vergeet vooral ook de ouderwetse Europacup-middagen niet. Met name wedstrijden achter het IJzeren Gordijn begonnen in mijn herinnering al om een uur of half vier. Denk qua sfeer aan een sintelbaan rond een keihard bevroren veld en een complete legerdivisie op de tribune. Spelen tegen voetballers waar bij ons nooit iemand van had gehoord, maar die je ondertussen wel in een moordend tempo helemaal zoek tikten. Behalve het geluid viel ook het beeld af en toe weg. Dan was de cameraman aangevallen door een beer of gearresteerd wegens vermeende spionageactiviteiten.

Het leukst vond ik nog de Europa Cup ll, het toernooi waar elk land de winnaar van de nationale beker naartoe stuurde. Het waren de jaren dat complete outsiders nog gewoon een Europese finale konden halen. Górnik Zabrze bijvoorbeeld, Slovan Bratislava, FC Antwerp, Aberdeen, Lokomotive Leipzig – dat in de eindstrijd van 1987 van Ajax verloor – en FC Magdeburg. Die laatste club werd in 1974 de eerste en enige Oost-Duitse winnaar van een Europees bekertoernooi, door in De Kuip het grote AC Milan op de kloten te geven. Voor iets meer dan 6000 toeschouwers. Commercieel gezien geen vetpot, maar wat maakt het uit? Sport is – net als het leven – vooral leuk wanneer er ook outsiders meedoen en er af en toe een verrassing is. Wat is er mooier dan dat een poenerige club ten onder gaat tegen een van strijdlust overlopende middenmoter met een goeie dag? Maar de grote voetbalbonden, de rijkste clubs en de sponsoren denken daar heel anders over. Die genieten juist van het tegenovergestelde; er moet zoveel mogelijk geld worden verdiend, dus moet het grootkapitaal zo ver mogelijk in het toernooi komen. Veel voorrondes voor ploegen uit kleinere landen en een poulesysteem zodat de kans groot is dat het geld komt bovendrijven. Gevolg: telkens wedstrijden met Manchester City, Paris Saint-Germain, Chelsea en Real Madrid. Gaap.

Zo’n Super League zou een nóg commerciëler gedrocht zijn, dat alleen overtroffen wordt door dat verschrikkelijke WK in Qatar, waar arbeidsmigranten als slaven worden behandeld. Magdeburg staat tegenwoordig trouwens dertiende in de Derde Bundesliga. Via Twitter heeft de club laten weten in 2024, vijftig jaar na de finale in Rotterdam, opnieuw tegen Milan te willen spelen. Milan heeft nog niet gereageerd op de uitnodiging.

Het zal iets met een onoverbrugbare kloof te maken hebben.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws