Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Droog je tranen, Ajax: het komt goed

Uit Panorama nr. 13, 1984: ‘Nog een Europacup? Dat kun je wel vergeten!’

Ajax

Dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst, bewijst Ajax dit seizoen als geen ander. Of zoals de ovenverse Ajax-directeur Alex Kroes vorige week doodleuk zei: “Het is waarschijnlijk niet realistisch dat Ajax volgend seizoen al kan meestrijden om de titel.” Realisme in plaats van verhevenheid, het kan dus toch in Amsterdam, al is het niet voor het eerst dat we zoiets horen. Precies veertig jaar geleden zat Ajax namelijk in een nog veel diepere put als we toenmalig voorzitter Ton Harmsen en trainer Aad de Mos mochten geloven.

We hadden natuurlijk ‘de affaire Cruijff’ die in het seizoen 1983/1984 met veel bombarie bij Feyenoord tekende en met de Rotterdammers prompt de dubbel won, waarna Ajax, dat toen nog in stadion de Meer speelde, zijn wonden likte. Harmsen: “Als je per thuiswedstrijd gemiddeld niet meer dan 10.000 tot 12.000 toeschouwers trekt, dan is het natuurlijk niet vol te houden om ene meneer Cruijff wekelijks 35.000 gulden te betalen. Zeker niet wanneer het Cruijff-effect in Amsterdam wel zo ongeveer is uitgewerkt.”

‘Ajax is altijd méér, nooit minder: een estafette van kapsones en grandeur door de jaren heen’

Aad de Mos was in die tijd een soort Maurice Steijn die weliswaar genoeg talent in zijn selectie had (onder anderen Van Basten, Rijkaard, Koeman en Vanenburg), maar vooral ook klaagde over de verkoop van spelers als Tahamata, Krol, Arnesen, Kieft en Lerby en woest was dat Cruijff, Schrijvers en Van Veen gratis de deur uit waren gelopen. De Mos: “Vorig seizoen wist ik wat ik op het veld had staan en wat daar eventueel in de toekomst nog uit zou kunnen groeien. Dat valt dan weg en dan word je toch bang. Bang dat je met zo’n jonge ploeg weliswaar leuk voetbal gaat spelen, maar dat de vertaling daarvan in wedstrijdpunten uit zal blijven.” Had nu ook gezegd kunnen worden in Amsterdam, denk je niet?

Onze verslaggever van toen, Cor Snel, legde zijn literaire vinger meteen op de zere plek: “Sommige fenomenen is het gegeven de realiteit te ontstijgen en groter te worden dan het leven zelf. Dat geldt met name voor Ajax. Ajax is niet duidbaar; het is een geprolongeerde legende, een trillende luchtspiegeling, een estafette van kapsones en grandeur door de tijd heen. Ajax is altijd méér, nooit minder. Daarom ook is het Ajax-van-nu veel meer dan zijn werkelijke verschijningsvorm, zijnde een zoveelste carbondoorslag van de roodwitte tornado die in de jaren zeventig heel Europa hooghartig zijn wil oplegde.” Even eerlijk: dat klinkt toch een stuk beter dan dat neanderthalerige WIJ ZIJN AJAX, WIJ ZIJN DE BESTEN! of niet?

Harmsen geloofde in die tijd niet dat Ajax ooit nog een Europacup zou kunnen winnen, zoals wij ook groot op onze cover van toen zetten, maar zijn tranen droogden sneller dan hij kon vermoeden. Amper drie jaar later won Ajax de Europacup II, vijf jaar daarna de UEFA Cup en in 1995 zelfs de Champions League, wat de burger moed zou moeten geven in Amsterdam. Ofwel: droog je tranen, Ajax. Het komt heus weer een keer goed.