Bij de politierechter: een tikje overdreven

Bij de politierechter: slecht gesmurft

Bij de politierechter komen elke dag zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zoals deze, uit de Panorama van januari dit jaar.
Bij de politierechter: slecht gesmurft

Mark is niet blauw en hij heeft ook geen witte puntmuts op zijn hoofd, maar toch liep hij tegen de lamp tijdens het smurfen.

Wie niet beter wist zou denken dat de rechter uit een stripboek voorleest, maar het staat toch echt in het proces-verbaal: de politie kreeg de Engelse Mark* (56) in het vizier tijdens een onderzoek naar smurfen. Smurfen is jargon voor witwassen. Of specifieker: voor het veelvuldig wisselen van cash voor andere valuta op verschillende plaatsen. Het gaat daarbij vaak om flinke bedragen, maar nooit om bedragen hoger dan 4000 euro omdat vanaf dat bedrag een identificatieplicht geldt.

Agenten in Amsterdam krijgen een vermoeden van smurfen wanneer ze Mark in de Amsterdamse binnenstad in een kort tijdsbestek verschillende wisselkantoren zien bezoeken. Navraag bij de kantoren leert dat hij stevige bedragen wisselt: een keer 1500 pond, een keer 3500 pond. Wanneer hij even later in een ING-kantoor een bedrag van 1770 euro op een Nederlandse rekening wil storten, besluit de politie hem aan te spreken en naar zijn ID te vragen. Wanneer Mark zijn portemonnee uit zijn binnenzak trekt, komt de eerste stapel bankbiljetten al ongewild tevoorschijn. In totaal blijkt hij 25.000 pond en 3875 euro cash op zak te hebben. Een pak geld waarvoor hij niet direct een geloofwaardige verklaring heeft. De agenten nemen Mark mee naar het bureau, waar ze het geld in beslag nemen, en sturen hem vervolgens naar huis met een zogenaamde witwasbrief; een document dat hem precies vier weken de tijd geeft om met facturen of andere stukken te komen die de herkomst van het geld kunnen verklaren. Doet hij dat niet, dan zal hij vervolgd worden op verdenking van witwaspraktijken. Dat is nu een half jaar geleden.

“Ik ben een handelaar, altijd geweest,” verklaart Mark het uitblijven van de gevraagde stukken in onvervalst cockney-Engels. Hij draagt een geruit colbert, zijn platte, ribfluwelen pet ligt voor hem op tafel. Veel Engelser wordt het niet. “Ik handel in auto’s, boten, aanhangers, machines, motoren, you name it. In mijn business betaal je cash en bezegel je de deal met een handdruk, niet met facturen. Er zijn geen facturen.” Enkele dagen voor zijn aanhouding zou Mark naar eigen zeggen voor 28.000 pond een motor hebben verkocht aan iemand in de buurt van de Nederlands- Belgische grens, maar zonder factuur of contactgegevens van de koper valt dat verhaal onmogelijk te verifiëren. Wel heeft Mark gisteren, minder dan 24 uur voor de behandeling van zijn zaak, een WhatsAppbericht doorgestuurd waarin een zogenaamde zakenrelatie van hem de verkoop van de motor bevestigt, maar dat is als het aan de officier van justitie ligt een duidelijk geval van too little, too late. Ze eist vijf weken cel en de verbeurdverklaring van alle in beslag genomen contanten. Mark ziet de bui al hangen.

“What’s wrong with having cash?” vraagt hij, zijn handen theatraal ten hemel geheven. “It wasn’t cocaine, was it? It was money, for Gods sake. Just money. Me own money!”

Maar de rechter heeft slecht nieuws voor Mark. Zonder verifieerbare verklaring voor de herkomst van het geld kan de rechter niets anders dan hem veroordelen. Voor witwassen draait hij vijf weken de bak in. Naar zijn geld, een bedrag van omgerekend 33.377 euro, kan hij fluiten.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5f036670e3d9b', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws