Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Premium

Workshop doedelzakspelen: pompen of verzuipen!

Een instrument leren is moeilijk. Zeker als je 36 bent, nul gevoel voor muzikaliteit hebt en het instrument een doedelzak is. Onze dappere verslaggever ging toch – tegen alle adviezen in – langs bij ’s lands grootste doedelzakfanaat voor een leerzame, maar vooral confronterende middag. Zet uw geluid maar vast uit. “Blijf blazen! Drukken met die zak! Denk aan je vingers! Help!”

Doedelzak

“Een cursus doedelzakspelen? Eh, daar denk ik nog eventjes over na.”

“Hoi Ryan, bedankt voor je aardige uitnodiging, maar wij laten deze toch even aan ons voorbijgaan. Veel plezier gewenst.”

“Hahaha, mijn vrije vrijdagochtend opgeven om op zo’n Schotse balzak te blazen? Nee vriend. Bel maar weer als je wel een goed idee hebt.”

Het meekrijgen van enthousiastelingen naar een workshop doedelzakspelen, verzorgd door ’s lands meest gepassioneerde doedelzakkenner Gilian Hettinga, blijkt lastiger dan gedacht. Begrijpelijk. Voor een van mijn eerste klussen als journalist stuurde mijn toenmalige hoofdredacteur mij in 2010 richting de Bagpipe Championships, in hartje Schotland. Prachtige locatie, geweldige sfeer, maar na acht uur lang doedelzakspelers aangehoord te hebben, duurde het ruim zes jaar voordat ik überhaupt weer naar muziek kon luisteren.

Voor uw beeld: normaliter neem ik geen mensen mee op mijn reportages, maar gezien mijn Schotse roots maak ik vandaag een uitzondering. Het blazen op zo’n onmogelijk en melig apparaat is toch een tikkeltje minder gênant in het gezelschap van een stel maffe Schotten die ook geen flauw idee hebben wat ze aan het doen zijn. De enige die ik vandaag zover krijg, zijn mijn ouders. “Ieder Schots hart gaat sneller pompen van de doedelzak. Ik moet er altijd van huilen,” vertelt mijn moeder vol trots in de auto, onderweg naar huize Hettinga in Heemskerk. Mijn moeder is geboren in een voorstad van Glasgow, verhuisde op haar 21ste voor de liefde naar Amsterdam en zweert dus nog steeds emotioneel te worden van het penetrerende gejengel van de bagpipes. Mijn vader, ras-Amsterdammer, grinnikend: “Dat snap ik wel, schat. Dat geluid is ook om te janken.”

Gilian Hettinga showt zijn doedelzak.

Met mijn moeder kan je normaliter goed lachen, maar grapjes over Schotland hou je beter voor jezelf. “Have you ever had a bagpipe stuffed up your arse?” sneert ze terug. “Laten we het wel gezellig houden, jongens,” bemiddel ik. “Jullie zijn mee voor de sfeer, vergeet dat niet.” Pa: “Helemaal niet. Als ik tegen het einde van deze ochtend nog geen Sultans of Swing van Dire Straits kan spelen op dat apparaat wil ik mijn geld terug.”

Volgende week ga ik weer alleen op reportage.

Schotse kilt

Zodra Gilian Hettinga de deur van zijn woning opengooit, staat er in de opening een man zoals je ze alleen in films ziet. Prachtige Schotse kilt, matchende kousen, traditioneel buideltasje van bont, een leren riem waarmee je vijf Schotse hooglanders zou kunnen liften, lange blonde lokken en – niet onbelangrijk – een vriendelijke blik in de ogen. “Zo zie ik er niet elke dag uit,” zegt onze gastheer er maar meteen bij. “Enkel voor optredens en workshops.”

Kilt plus buideltasje van bont.

Je hoeft maar een stap te zetten in Gilians woonkamer om te zien, proeven en voelen dat deze muzikant helemaal mad is van Schotland. Het muurtje vol met gigantische zwaarden eist de aandacht van mijn vader meteen op. Gilian vertelt er graag over. “Dit exemplaar komt echt uit Schotland en werd gebruikt als oefenzwaard voor de Highland Dancing,” wijzend naar zijn langste moordwapen.

Mijn moeder ziet andere dingen. “Je bent ook getrouwd in een kilt, zo te zien?” vraagt ze, kijkend naar wat vermoedelijk de trouwfoto is van Gilian en zijn vrouw. Daar wil mijn moeder, de trotse Schotse, meer van weten. Veel meer. En dus ligt, nog voordat hij koffie heeft kunnen inschenken, Gilians halve levensverhaal op tafel. “Nee, ik heb geen Schotse familie en ik heb er ook nooit gewoond,” begint hij zijn liefdesverklaring voor de Schotse cultuur. “Maar mijn vader heeft dat wel. Voor zijn studie verbleef hij er een poosje, om Schotse dialecten te onderzoeken. Zijn huisgenoot was een doedelzakspeler en zo is het allemaal begonnen. Rond mijn zestiende begon ik er zelf mee, tegen het advies in van mijn muziekdocent. Die zei dat het nooit iets met mij en muziek zou worden.” U begrijpt: die muziekdocent kreeg glashard ongelijk.

‘Ieder Schots hart gaat sneller pompen van de doedelzak. Ik moet er altijd van huilen,’ vertelt mijn moeder vol trots

Bruiloften en begrafenissen

Gilian staat inmiddels te boek als een van de meest begaafde doedelzakspelers van het land. En dat zijn er nogal wat: in Nederland zijn meer dan dertig doedelzakbands actief. “Het is een geliefd instrument dat voor veel mensen tot de verbeelding spreekt,” verklaart Gilian de internationale populariteit van het merkwaardige instrument. Dat verklaart ook het succes van Gilians eigen bedrijfje, MacKay Bagpipe Services. “Daarmee bied ik mijzelf aan als doedelzakspeler op evenementen en festivals, maar bijvoorbeeld ook voor bruiloften en begrafenissen. Ik speel ook in verschillende doedelzakbands, waarmee ik door het hele land optreed.”

Via diezelfde website vinden liefhebbers, vrijgezellenfeestjes en bedrijfsuitjes hun weg naar de enige Nederlandse workshop doedelzakspelen. Want Gilian is naast speler ook een begenadigd instructeur, zo zullen wij later vandaag ervaren. “Het zijn hele verschillende types,” schetst hij de gemiddelde leerling. “Het zijn echt niet alleen maar muzikale mensen of Schotten. Hier komt echt van alles over de vloer, maar de meesten zijn wel gedreven om de doedelzak echt onder de knie te krijgen.” Geen makkelijke taak, heb ik mij laten vertellen.

“Jullie zullen het zo wel merken: het is ingewikkeld,” beaamt Gilian. “Eigenlijk moet je eerst twee jaar oefenen op een soort fluitje voordat je überhaupt een doedelzak oppakt. Zo’n zak is behoorlijk zwaar en maakt het leerproces alleen maar moeilijker. Het is dus echt voor doorzetters. Maar wie zich toewijdt, leert wel een prachtig en veelzijdig instrument bespelen. Je kunt het nergens mee vergelijken. Dat wil ik mensen laten voelen.”

En die kilt dan? “Ja, dat hoort er nu eenmaal bij, hè? Mijn naam, Hettinga, komt in Schotland redelijk overeen met de naam MacKay. Het betekent allebei ‘zoon van een strijder’. Dus heeft mijn vader in de jaren zeventig toestemming gevraagd aan de clan chief van de MacKay-clan om hun MacKay-tartan (het motief en kleurpatroon van de kilt, red.) te mogen dragen. Dat mocht. Hij trouwde in die kilt en ikzelf later ook.”

Een Historical Map of Scotland mag natuurlijk niet ontbreken.

Muziekzolder

We klimmen met Gilian naar zijn ‘muziekzolder’, waar hij zijn workshops geeft aan kleine groepjes. Wie hier binnenstapt, stapt een eeuw of acht terug in de tijd. Keltische vlaggen, historische foto’s en schilderijen, stoffige relieken, The Historical Map of Scotland en natuurlijk een fles hele oude whisky. “Het voelt alsof ik weer in Schotland ben,” zegt mijn moeder blij. “Het voelt alsof ik een hele oude pub binnenstap,” zegt mijn vader nog blijer. Een rij van trofeeën verraadt Gilians vele successen in de doedelzakscene. “Als muzikaal leider van de Beatrix Pipe Band haalde ik op de wereldkampioenschappen in Schotland een zesde plaats,” vertelt hij met gepaste trots. “In die band heb ik ook mijn vrouw Jolene leren kennen. We spelen regelmatig samen, al is dat wel iets minder geworden sinds we samen een dochter hebben.”

Later, tijdens de cursus, komt dochterlief Saga enthousiast de kamer binnengestormd om papa een knuffel te geven en vervolgens nog even haar eigen doedelzakkunstjes aan de groep te tonen. “Dat wordt later een hele grote,” oordeelt mijn vader. Ik: “Ze is nu al beter dan jou, pa.” Snel terug naar Gilian en zijn oeuvre: “Mijn hoogtepunt was de Royal Military Tattoo, een groot muziekfestival in het kasteel van Edinburgh. De eerste keer door die kasteelpoorten lopen, dat vergeet je nooit meer...”

En wat blijkt? Tijdens zijn vele tripjes naar het land ontdekte Gilian dat die trotse Schotten het alleen maar prachtig vinden hoe juist een Nederlander zo’n fanatieke ambassadeur van de bagpipes kan zijn.

Gilian blaast de wangen bol.

Varkensblaas

De workshop van Gilian begint met verhalen, anekdotes en feiten van de doedelzak en die zijn een stuk leuker en boeiender dan ik nu laat klinken. Over hoe een paar Arabieren de eersten waren met het geweldige idee op een varkensblaas te blazen om een raar deuntje te creëren. En hoe je, als je goed kijkt, de doedelzak subtiel op meerdere schilderijen in het Rijksmuseum kan spotten. En over het wereldrecord van de Bulgaren om de meeste doedelzakspelers bij elkaar te brengen en een oorverdovend geluid te creëren dat vermoedelijk drie sterrenstelsels verderop hoorbaar zal zijn geweest.

Mijn vader vermaakt zich kostelijk. “Dat lijkt wel een schaap!” roept hij naar het computerschermpje van Gilian tijdens een filmpje van de Bulgaarse doedelzak. Tien seconden later: “Die is gewoon een schaap aan het knuffelen, joh!” Ditmaal betreft het de Italiaanse doedelzak. Toegegeven, de zampogna heeft veel weg van een schaap met blaastoeters als oren. Naast de vele vergelijkingen met schapen zijn de leukste verhalen die van de eeuwenoude connectie tussen doedelzak en het leger.

“Tot aan de Eerste Wereldoorlog gingen de doedelzakspelers voorop in de strijd,” vertelt Gilian ons. “En met een goede reden: die Schotse divisies zaten bomvol jongens van 16, 17 jaar. Die waren doodsbang het slagveld op te gaan. Maar zodra zij dan die bagpipes hoorden, ging de knop om. Als een oerkracht die vrijkomt. Dan gingen ze wel! En reken maar dat die Duitsers doodsbang waren voor de Ladies from Hell.” Pardon: de Ladies from Hell? Gilian: “Ja, mannen in rokken die vochten alsof de wereld verging. En de pipers waren minstens zo toegewijd. Sommigen speelden liggend op de grond, met een kogel in hun been, gewoon door op die doedelzak.”

Ook Gilians dochter Saga heeft talent.

Een bulderlach van mijn vader. “Maar veel pipers zijn zo tijdens WOI ook gesneuveld of gewond geraakt,” vervolgt Gilian. “Dat was het moment dat het leger zich realiseerde: misschien is het niet het beste idee om de enige man met een heel luid instrument en zonder wapen voorop te laten gaan in de strijd.” Een nog hardere bulderlach van Claus senior. “Hopelijk doen ze dat anders als ze straks tegen Duitsland voetballen in de openingswedstrijd van het EK,” merkt hij lachend op. Zelfs daar heeft Gilian een antwoord op: “Toevallig is zojuist bekendgemaakt dat de Schotten hun doedelzakken mogen meenemen naar die wedstrijd. Ik weet wel op welk team ik zou wedden.”

Pronkstuk

Na een prettig stukje theorie is hét moment daar: we mogen muziek gaan maken. Alhoewel, we mogen geluid gaan maken. Gilian pakt eerst zijn eigen pronkstuk erbij: een prachtige, traditionele Great Highland Bagpipe. Nog voordat hij er zelf iets nuttigs over kan zeggen, branden mijn ouders los.

Pa: “Wat kostte die?”

Ma: “Hoe oud is die?”

Pa: “Waar heb je ’m gekocht?”

Ma: “Hoe lang heb je die al?”

Pa: “Draag je eigenlijk nog iets onder die kilt?”

Geduldig kaatst Gilian alles terug. “600 euro, tweedehands. Deze doedelzak is honderd jaar oud. Gekocht in een winkeltje in Schotland, vijf jaar terug. En nee, onder de kilt wordt geen onderbroek gedragen.” Een echte professional, dat dacht ik al. Om de enige vraag die ik zelf heb aan Gilian – “mag ik jouw doedelzak aanraken?” – moet fotograaf Paul heel hard grinniken. Nog veel meer gelachen wordt er zodra ik mijn eerste toontjes probeer te spelen op de chanter, het fluitje dat normaliter onderaan een doedelzak bungelt. “Hier moet je het op leren. Twee jaar lang normaal gesproken, maar wij maken er nu maar even tien minuten van.” Nadat Gilian voor de zestiende keer een kindermelodietje voordoet, kom ik nog steeds niet helemaal in de buurt. Het vlugge vingerwerk is niet aan mij besteed. Evenmin aan mijn ouders, die knap genoeg een nog irritanter geluid weten te produceren. “Onze familie kent vele talenten, maar muzikaliteit hoort daar niet bij,” verontschuldig ik mezelf. Gilian stelt mij gerust: “De meeste mensen die deze workshop volgen, vinden het veel moeilijker dan ze vooraf dachten.”

‘Zet dit blaaspijpje aan je mond. Duw met je linkerarm tegen de zak. Duw steviger. Steviger. Blaas nu in het blaaspijpje. Harder blazen. Harder’

Schots kasteel

De leermeester laat dan even ziet hoe het wel moet. Als hij de melodie van Scotland The Brave uit zijn Great Highland Bagpipe begint te blazen, verandert zijn stoffige zolderkamer in een Schots kasteel, mijn ingeburgerde moeder in het Schotse meisje van vroeger en deze nuchtere verslaggever in een ordinaire fan. Wat. Een. Geluid.

Het genieten is van korte duur. Na de laatste noot kijkt Gilian naar mij. “En nu jij.” Lichte paniek. Gilian overhandigt mij zijn doedelzak. “Eh, en wat nu?” Terwijl ik uitvogel hoe ik het gevaarte niet op de grond laat vallen, vuurt Gilian de ene na de andere instructie op mij af. “Zet dit blaaspijpje aan je mond. Duw met je linkerarm tegen de zak. Duw steviger. Steviger. Blaas nu in het blaaspijpje. Harder blazen. Harder. Blijf duwen tegen de zak. Denk aan je vingerzetting. Hou je vingers recht. Blijf blazen. Je drukt niet meer met je linkerarm.” Godverdomme, wat een beproeving. Maar dan gebeurt er iets magisch. Alsof ik de Da Vinci Code heb ontcijferd, klinkt er ineens geluid uit mijn doedelzak. “We zijn los!” roep ik in mijn blaaspijpje. Dat zorgt er voor dat ik weer helemaal opnieuw moet beginnen. Drie minuten later galmt er alweer een penetrante bas door de muziekzolder.

“Pompen of verzuipen!” moedigt mijn vader, inmiddels op het puntje van zijn stoel, mij laconiek aan. Dan lacht hij om mijn rode hoofd. Daarna lacht hij om mijn paarse hoofd. “Blijf drukken met je linkerarm! Harder blazen!” Gillian staat er inmiddels bij als een coach die zijn uitgeputte hardloper door de laatste twintig meter van een marathon heen loodst. Jezus. Dit is onmogelijk! En toch: in de spaarzame momenten dat het lukt om een soort van doedelzakgeluid te produceren, giert de adrenaline door mijn semi-Schotse lijf. “Amazing!” roept mijn moeder. “Stop maar weer!” roept mijn vader. “Nog één keertje,” vraagt de fotograaf. “Niet slecht,” zegt Gilian. “Ik ben er klaar mee,” fluister ik met mijn laatste adem.

Onze reporter probeert er geluid uit te krijgen.

Stoffig imago

Een tweede poging later heb ik twee dingen geleerd (die ik eigenlijk al wist). 1. De doedelzak is het meest complexe instrument ooit bedacht en 2. Mijn familie kent vele talenten, maar muzikaliteit is er daar niet één van. Na het zien van mijn wanpogingen bedanken mijn ouders dan ook voor een ritje op de doedelzak. Lafaards. “De doedelzak heeft een beetje een stoffig en monotoon imago,” besluit Gilian zijn leerzame en vooral vermakelijke les. “Onterecht. Je hoort ’m veel bij officiële gelegenheden als herdenkingen en begrafenissen, maar eigenlijk is de doedelzak een van de meest veelzijdige instrumenten. Kennen jullie de Red Hot Chili Pipers? Die spelen een mix van traditionele doedelzakmuziek en bekende popnummers, echt fantastisch. Zelf speel ik vaak moderne muziek. Laatst speelden we een op een bruiloft een paar nummers van Avicii. Misschien hebben jullie vandaag een idee gekregen hoeveel tijd en moeite je in dit instrument moet steken, om op dat niveau te komen.”

Het enige wat mijn ouders en ik op die uitspraak kunnen doen, is hevig knikken. En diep buigen. Hulde voor de doedelzakspeler. “Die Sultans of Swing kwam niet helemaal van de grond, hè?” grap ik op de terugweg tegen mijn vader. “Nee,” zegt hij. “Krijg ik mijn geld terug?”

Volgende week ga ik weer alleen op reportage.

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Lifestyle
  • Paul Tolenaar