doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Sportcolumn: José Mourinho in de achtertuin

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers samen een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: José Mourinho op bezoek bij Marine FC
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Sportcolumn: José Mourinho in de achtertuin

Mario Wisse

Kijk jij ook zo uit naar heksenketels? Ik kan echt geen wedstrijd in een uitgestorven sporthal of leeg stadion meer zien. Een bloedeloze bende is het. Koude regen die onafgebroken uit een loodgrijze lucht valt – dat gevoel. En dan kijk je uit pure verveling van de tv weg en zie je dat het buiten ook echt met bakken naar beneden komt.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Januari-blues in coronatijd.

Of het nu om voetbal gaat of om darts – zonder gejuich, gejoel en gebral is er weinig meeslepends aan. Of heb jij ook in coronatijd nog weleens op het puntje van je stoel gezeten of als een aangeschoten kangoeroe door de woonkamer gesprongen na een doelpunt of een finish? Ja, toen Mathieu van der Poel zijn eeuwige schaduw Wout van Aert met een centimeter verschil klopte in De Ronde van Vlaanderen. Maar wielrennen behoort samen met kleiduifschieten en onderwaterhockey tot de weinige sporten die geen publiek nodig hebben.

Hoe zou het op het veld voelen? Het schijnt dat het sommige voetballers niet uitmaakt of er publiek zit of niet. Sommigen spelen zelfs béter zonder die kritische massa op de tribune. Maar er bestaat natuurlijk ook zoiets als publieksspelers: spelers die het nodig hebben te worden aangemoedigd, toegezongen of – sommigen halen hun energie vooral uit woede – uitgescholden. Anders raken ze bal noch dubbel. Ken je Jack Grealish? Dat is een aanvallende middenvelder van Aston Villa die, net als Sören Lerby en Stan Valckx vroeger, met afgezakte kousen speelt (met daaronder waarschijnlijk zijn scheenbeschermertjes nog van bij de pupillen). Goeie kop heeft ie ook. Een echte publieksspeler. Veruit de populairste speler van die mooie club uit Birmingham.

Het volk is gek op paradijsvogels, chronische dribbelaars en types met veel talent die er niet helemaal voor leven. Jongens en meisjes met een randje, worden ze soms wat viezig genoemd.

Of met een baard, zoals Lucas Pratto, de nieuwe spits van Feyenoord. Volgens de verhalen een speler met veel vuur in zijn spel. Een onvermoeibare – komt ie weer – publieksspeler.

Nu heeft Feyenoord zelden geluk met spitsen, maar een publieksspeler binnenhalen in een tijd dat er zonder publiek moet worden gespeeld? Dat lijkt me smeken om zo weinig mogelijk doelpunten, of niet?

Micha Jacobs

Publieksspelers zonder publiek, daar zeg je wat.

Zou John Guidetti, over Feyenoord-spitsen gesproken, net zo goed zijn in een lege Oude Meerdijk in Emmen als in een kolkende Kuip tegen Ajax? Of Sébastien Haller, waar Ajax vorige week zonder blikken of blozen 22 miljoen euro voor neerlegde terwijl een groot deel van de Ajaxsupporters, net als half Nederland in coronatijd, amper de eindjes aan elkaar kan knopen? Saamhorigheid, waar vind je het nog?

Terwijl Haller afgelopen weekend zijn debuut voor Ajax maakte tegen PSV (2-2), zag ik live op BBC hoe Tottenham Hotspur in het FA Cup-toernooi aantrad bij Marine FC, een amateurclub uit Liverpool dat uitkomt op het achtste niveau in Engeland. De club, opgericht in 1894, speelde misschien wel de belangrijkste wedstrijd uit zijn geschiedenis, waardoor het extra pijnlijk was dat door het wild om zich heen grijpende coronavirus ook hier geen publiek bij aanwezig mocht zijn. Uitgerekend nu José Mourinho en zijn sterren op bezoek kwamen. Voor de spelersbus van Tottenham Hotspur was amper plek, zo klein was de parkeerplaats. De kleedkamer was zowaar nog kleiner. Omdat daar niet alle spelers inpasten en er al helemaal geen ruimte was voor Mourinho en zijn staf, werd de feestzaal in het stadionnetje, dat voor corona voornamelijk dienstdeed als trouwlocatie, omgetoverd tot kleedkamer. Want corona of niet: problemen zijn er om opgelost te worden, dacht het bestuur. Zo dacht ook de bescheiden supportersvereniging van Marine FC. Omdat er geen publiek mocht worden toegelaten en de club dus inkomsten zou mislopen, bedachten de supporters een virtueel ticketsysteem waarbij elke belangstellende een virtueel kaartje voor de wedstrijd kon kopen, bij wijze van donatie. In Nederland deed Telstar een paar maanden geleden ook zoiets, om geld in te zamelen voor onderzoek naar alvleesklierkanker. Meer dan 25.000 ‘kaartjes’ verkocht Marine FC, voornamelijk aan Spurssupporters die daarmee de kas van de amateurs flink spekten. Maar het mooiste van alles: de omringende huizen aan het sportpark stonden zo dicht op het veld dat supporters ‘gewoon’ vanuit hun eigen tuin konden kijken. Hun jongens gingen met opgeheven hoofd met 0-5 onderuit, en dat hebben ze ondanks alles met hun eigen ogen gezien. Zoals het hoort.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws