Door: Redactie Panorama Fotografie:
Misdaad
13

Gegrild als dieren

Voor de misdaadklassieker van deze week bladeren we terug naar de Panorama-jaargang 2012. Een verhaal over het delict da...

Voor de misdaadklassieker van deze week bladeren we terug naar de Panorama-jaargang 2012. Een verhaal over het delict dat heeft bij gedragen aan de recente 'levenslang'-uitspraak door het Hof voor de 'Passage'-verdachten Jesse Remmers en Moppie Rasnabae.

Rechtszaak & reconstructie: de bizarre barbecuemoorden

GEGRILD ALS DIEREN

Op 1 april 1993 vindt een wandelaar twee verbrande lijken op deze parkeerplaats bij Amstelveen. Het blijkt te gaan om twee jonge mannen. Dan blijft het jarenlang stil. Totdat kroongetuige Peter la Serpe in 2007 gaat ‘zingen’. Twee jaar later begint de rechtszaak. Maar er zijn nog steeds veel vraagtekens. “Ze zaten op hun knieën en zeiden ‘Why? Why? Why?

Let’s talk! ‘Too late,’ zei hij, en schoot.”

Door Hendrik Jan Korterink & Koen Scharrenberg, mmv Eric de Bondt

Het is bewolkt en fris, rond de 8 graden, die donderdag 1 april 1993. Toch duiken al vroeg in de ochtend de eerste wandelaars op voor hun gebruikelijke route langs de Ouderkerkerplas, die  in de buurt van Amstelveen ligt. Voor één wandelaar, een oudere man, zal de vaste ochtendwandeling een bizarre wending nemen. Op een normaliter uitgestorven parkeerplaats ziet hij van een afstandje een uitgebrande auto staan. Een Opel Kadett, constateert hij. Maar op enkele meters voor de auto ligt iets. Als de man dichterbij komt, ziet hij tot zijn ontzetting dat dit ‘iets’ een verbrand menselijk lichaam is. En als hij in de auto kijkt, doet hij nog een gruwelijke ontdekking: op de achterbank ligt nog een verbrand lijk. De wandelaar waarschuwt onmiddellijk de politie.

Te lastig geworden

Het duurt nog geruime tijd voor de politie de identiteit van de slachtoffers heeft vastgesteld. Het verkoolde lichaam in de auto blijkt van Djordje (bijnaam ‘Sonny’) Ilic (19), naast de auto lag het lijk van Salim (bijnaam ‘Sjors’) Hadziselimovic (22). Sonny is getroffen door twee kogels in zijn bovenlijf, Sjors door drie in zijn hoofd en drie in zijn romp. De moord is waarschijnlijk rond half een ’s nachts gepleegd, waarna de auto en de lichamen in brand zijn gestoken.

Gaandeweg komen meer gegevens naar buiten over de achtergrond van de Joegoslavische jongens. Zij zijn begin jaren 90 hun vaderland ontvlucht omdat ze geen soldaat willen worden in het door oorlog geteisterde voormalige Joegoslavië (zie kader Salim). In Nederland komen ze in de criminaliteit terecht en belanden ze al snel in de gevangenis. Daar maken ze kennis met Raymond V. uit Den Haag. Er ontstaat een soort vriendschap tussen de drie. Als ze vrijkomen, houden ze contact en smeden ze plannen om samen overvallen en diefstallen te plegen. De beide Joegoslaven hebben geen onderdak en geen geld; daarom krijgen ze tijdelijk een kamer in het ouderlijk huis van Raymond V. in Voorburg. Daar ontmoeten ze de Marokkaan Moppie R. en Jesse R. uit Vinkeveen, die dan al een reputatie hebben opgebouwd in de onderwereld. Moppie heeft verkering met Estrella, de zus van Raymond.

Ondanks de ‘vriendschap’ moeten in maart 1993 de twee Joegoslavische jongens blijkbaar verdwijnen. Tot op de dag van vandaag is onduidelijk waarom. Zijn ze te lastig geworden, weten ze te veel, hebben ze geen zin mee te doen met een geplande overval, hebben ze een partij drugs geript? Of hebben ze, zoals ook wel wordt gesuggereerd, Moppies vriendin Estrella lastiggevallen, of zelfs verkracht? Er is ook nog het gerucht dat het eigenlijk nergens om gaat, maar dat Jesse en Moppie op deze manier hun reputatie van gevaarlijke jongens willen bevestigen.

Tien jaar later, als er een cold case team op de zaak wordt gezet, duikt er een getuige op. Deze in Nederland opgegroeide, plat Amsterdams sprekende Marokkaanse Malika N. had in 1993 een relatie met Raymond V. Ze zou drugsverslaafd zijn geweest, in de prostitutie hebben gewerkt, door Raymond ernstig zijn mishandeld en voor hem zijn gevlucht om vervolgens onder te duiken. Als de politie zich in 2003 bij haar meldt, vertelt ze wat ze in de periode van de verdwijning van de twee Joego’s zou hebben opgevangen.

Het was haar in 1993 opgevallen dat de twee ineens van de aardbodem leken verdwenen. Toen ze naar hen vroeg, zei de moeder van Raymond dat ze op vakantie waren. Niet lang daarna - in haar herinnering - kwam ze een keer ’s nachts de huiskamer binnen, waar Raymond, Jesse en Moppie stonden te praten. De mannen hadden wapens bij zich en vertelden dat de twee Joegoslaven waren doodgeschoten. Volgens Malika hadden Moppie en Raymond geschoten en was Jesse er in elk geval bij aanwezig geweest. De drie vermeende killers speelden zelfs lachend na hoe de jongens om hun leven hadden gesmeekt, vertelt Malika. “Ze zaten op hun knieën en zeiden Why? Why? Why? Let’s talk! Too late, zei Jesse, en schoot.” De verklaringen van Malika lijken niet altijd even betrouwbaar. Op een ander tijdstip zegt ze namelijk niet te weten of Jesse heeft geschoten...

Ondanks de zware beschuldiging wordt met de verklaring van Malika in 2003 niets gedaan; deze is kennelijk niet voldoende als bewijs en de zaak blijft liggen. Totdat in 2007 kroongetuige Peter la Serpe een deal maakt met justitie en aan de praat raakt over alles wat hij van zijn toenmalige vriend en vertrouweling Jesse heeft gehoord. Bijvoorbeeld dat Jesse en Moppie en nog een paar anderen de ‘barbecuemoorden’ hebben gepleegd.

De politie houdt betrokkenen aan en ook Malika wordt opnieuw ondervraagd. In september 2009 moet ze als getuige komen opdraven bij de rechtbank van Amsterdam, in de Bunker, waar het grote liquidatieproces loopt. Zeer tegen haar zin. Als verdachten zijn dan alleen nog Moppie en Jesse overgebleven. Raymond is ontslagen van rechtsvervolging omdat hij de ziekte van Huntington heeft en niet lang meer zal leven. Bovendien zijn de geestelijke vermogens van V. zozeer aangetast dat hij zijn rechtszaak verstandelijk niet meer kan volgen. Raymond heeft nog wel aan de politie opgebiecht dat hij de barbecuemoorden heeft gepleegd, in z’n eentje, en dat Moppie en Jesse er niks mee te maken hebben gehad. Later trekt hij die biecht weer in. Maar justitie geloofde sowieso niets van deze ‘bekentenis’.

Na de Kuip een sexclub?

Moppie presenteert een alibi voor de avond en nacht van de liquidatie: hij weet zeker dat hij op de avond van de moord in de Kuip in Rotterdam is geweest, bij de halve finale van de KNVB-beker tussen Feyenoord en Ajax (eindstand: 0-5). Hij meent dat de wedstrijd tegen acht uur was begonnen en dat het na de wedstrijd altijd nog een paar uur duurt voordat je weg bent. Dus kan hij niet rond half één ’s nachts – het vermoedelijk tijdstip van de moorden – in Ouderkerk bij de plas zijn geweest. Justitie zoekt het uit en dan blijkt dat de wedstrijd die middag om vijf uur was begonnen. Moppie kan dus daarna wel in Ouderkerk zijn geweest op het bewuste tijdstip. De mobiele telefoons van Moppie, Jesse en Raymond bewogen zich die avond een hele tijd richting Amsterdam, kort voor de moorden werden ze alle uitgeschakeld en pas de volgende morgen deden ze het weer, zodat ze weer te traceren waren. Moppie verklaart echter dat een getuige kan bevestigen dat hij na de wedstrijd een sexclub in Rotterdam heeft bezocht, indertijd een vaste gewoonte van hem. De rechtbank vindt echter niet dat die getuige moet worden opgeroepen.

Er is nog meer tegen Moppie, meent justitie. Als hij in 2007 is opgepakt, vraagt hij vanuit het huis van bewaring zijn broer Youssef per telefoon om ’vijf ruggen’ naar zijn ex-vriendin Estrella te laten brengen, zodat ’die kankerhoer haar bek zou dichthouden’. Estrella is kort daarvoor ondervraagd over de zaak-Ouderkerkerplas, maar heeft nog niets gezegd. Justitie meent dat de ‘ruggen’ als zwijggeld zijn bedoeld, maar bij de rechtbank ontkent Moppie dat ten stelligste.

Benzine over de lijken

Het horen van Malika N. als getuige bij de rechtbank verloopt niet zonder slag of stoot. Regelmatig komt ze in conflict met de advocaten van de verdachten, soms ook met de rechters. Ze verlaat de rechtszaal woedend en moet meermalen ‘afkoelen’ bij een kopje koffie. Malika weet zich zaken ook niet goed meer te herinneren en verklaart af en toe ook anders dan voorheen, maar wijt dit met name aan de verstreken tijd, uiteindelijk zestien jaar. De moeder van Raymond V. – ook Estrella geheten – weerspreekt delen van Malika’s verklaringen. De vraag is dan ook hoeveel waarde de rechters aan haar getuigenis hechten.

De kern van haar verklaringen: toen ze op een avond in 1993 onverwacht ’s nachts de huiskamer binnenkwam, voelde ze meteen dat er iets bijzonders aan de hand was, de mannen begonnen te fluisteren. Moppie zat op de bank, Raymond en Jesse stonden, de beide Estrella’s (moeder en dochter) waren er ook bij. Omdat Malika nu toch in de kamer was, besloten de aanwezigen dat het verstandiger was om haar erbij te betrekken. Dat was minder riskant dan wanneer ze per ongeluk iets zou opvangen. Malika herinnert zich onder meer het volgende: ”Lachend vertelden ze dat ze twee Joegoslaven hadden doodgeschoten.” ”Jesse reed, Moppie zat naast hem voorin, Raymond zat achterin met de twee Joegoslaven.” ”Ze hebben ze in de auto doodgeschoten, de lijken zaten in de auto, toen hebben ze er benzine overheen gegooid en de auto in brand gestoken.” ”Raymond en Moppie hebben geschoten, Jesse was er wel bij, maar ik heb niet gehoord dat hij heeft geschoten.” Dat laatste herhaalt ze een aantal keren: ze hebben het met z’n drieën gedaan, maar ze weet niet of Jesse ook de trekker heeft overgehaald. Kort daarna was er volgens haar een uitzending van Opsporing verzocht, waarin de foto’s van de twee slachtoffers werden getoond. Malika zegt dat ze de jongens herkende. Achteraf blijkt dat het vermoedelijk om een politiebericht ging.

Verbrand ’voor de lol’?

Volgens de advocaat van Moppie, Jan-Hein Kuijpers, heeft Malika N. zulke verschillende verklaringen afgelegd dat ze nooit als een betrouwbare getuige kan gelden. “Moppie zit alleen vast op basis van haar verklaringen, terwijl duidelijk is dat die zijn ingegeven door wraak. Malika had een hekel aan Moppie omdat hij aan haar vriend Raymond had verteld dat ze nog achter het raam zat. En dus niet zo’n keurige moslima was als Raymond dacht.”

Volgens Kuijpers heeft zijn cliënt een alibi: hij was de avond van de moorden in Rotterdam, in een sexclub, zoals gewoonlijk na een voetbalwedstrijd. Vriendin Estrella had hem de hele avond proberen te bellen, maar hij nam niet op. Kuijpers: “Justitie beweert dat hij die avond in Ouderkerk is geweest, maar ze hebben al moeten toegeven dat ze dat niet kunnen bewijzen.”

In april houden de officieren van justitie in de Bunker hun requisitoiren in de Passagezaak, het liquidatieproces dus, waar ook de barbecuemoorden onder vallen. Op 7 mei zal Kuijpers als een van de eerste advocaten het woord voeren in de zaak tegen Moppie R.

Dat je ook anders over de rol van Moppie kunt denken, bewijst de vader van de vermoorde Joegoslaaf Salim.

Eind september 2009 is ook familie aanwezig tijdens de rechtszaak over de barbecuemoorden. Ze zijn speciaal overgekomen uit Australië. De ouders van Salim krijgen gelegenheid het woord te richten tot de rechtbank, in aanwezigheid van de verdachten. Een tolk vertaalt de tekst.

De vader: “Dat deze verdachten zwijgen is onbegrijpelijk. Ons leven is kapotgegaan. De wens is om te weten waarom hij dood moest. Waarom moest onze jongen dood? We zouden van deze monsters willen weten waarom? Waarom? De manier waarop hij vermoord is, is niet te bevatten. De indruk is dat ze het niet gedaan hebben om de sporen uit te wissen, maar voor de lol. In onze ogen zijn het monsters.” «

Advocaat Kuijpers over Moppie R.

De strafzaak tegen Moppie R. ligt juridisch nogal ingewikkeld. Moppie is in 2003 in Spanje gearresteerd, op verzoek van Nederland. Formeel voor een oude strafzaak uit Arnhem. Kroongetuige Peter la Serpe had de verblijfplaats van Moppie verklapt aan de politie, om alvast te laten zien dat hij graag meewerkte met justitie.

Toen Moppie eenmaal in Nederland was, kwam de aap uit de mouw. Justitie verdacht Moppie van betrokkenheid bij de barbecuemoorden, een dubbele moord in Antwerpen, van de moord op sportschoolhouder Tonnie van Maurik en van de mislukte aanslag op de Surinamer Anthony J. bij het IJsbaanpad in Amsterdam. Van die laatste zaken bleef bewijstechnisch weinig over, alleen de barbecuemoorden bleven overeind.

Jan-Hein Kuijpers, advocaat van Moppie R.: “Nederland heeft zich niet aan de regels gehouden. Het constitutionele hof in Spanje heeft de uitspraak gedaan dat mijn cliënt alleen mocht worden overgeleverd voor de executie van die oude strafzaak. Maar Nederland lapt dat aan zijn laars. De procedure daarover loopt nog steeds, desnoods gaan we door tot het Europese Hof.”

 

Getuige Harry W.:

‘Moppie wilde wraak’

In november 2011 komt in het Passageproces getuige Harry W. een verklaring afleggen. Hij ging vroeger om met een aantal hoofdfiguren en om niet geheel duidelijke redenen wilde hij daar zo’n zeventien jaar later best nog wat over vertellen. Zo herinnerde hij zich dat hij een keer samen met Moppie R. en Henk Rommy (alias ‘de Zwarte Cobra’) in een auto langs de Ouderkerkerplas reed. Henk Rommy zou toen hebben gezegd: “Hier wil Moppie altijd graag barbecuen.”

Waarop Harry W. verbaasd had gereageerd: “Wat bedoel je?” Daarop had Rommy hem het een en ander uit de doeken gedaan. Wat er bij Harry W. was blijven hangen, was dat Moppie een dubbele moord had gepleegd uit wraak, omdat de mannen zijn vriendin Estrella zouden hebben beledigd.

De vader:

‘SALIM WAS ZO'N LIEVE JONGEN’

De uit Australië overgekomen vader van het Joegoslavische slachtoffer Salim begon zijn toespraak in de rechtszaal met het citeren van enkele teksten uit de Koran (“Allah is groot”), daarna zei hij dat ze als familie zeventien jaar hadden moeten wachten op dit moment. Hij vond het een schande dat de doodzieke Raymond V. hier niet bij aanwezig hoefde zijn. Hij omschreef V. als ‘het monster dat mijn zoon heeft vermoord’.

Vervolgens vertelde hij hoe de familie de dood van de beide jongens had ervaren. “Ons leven stortte in toen we hoorden dat onze zoon vermoord was. Hij zou nu 37 jaar zijn geweest, maar hij is niet ouder geworden dan 20. Hij zei tegen ons dat hij niet wilde schieten op zijn klasgenoten.” Bij dat laatste doelde de vader op de weigering van de zoon om te dienen ineen leger in het door oorlog verscheurde Joegoslavië. 

“Salim wilde naar Amerika, maar wij hielden hem tegen en zeiden: Nederland is goed. Hij was een goede zoon voor ons. Op school haalde hij goede cijfers, maar hij kon niet verder studeren omdat de oorlog uitbrak. Hij belde ons weleens en dan vroeg hij of hij terug naar huis kon komen, maar dat hebben we hem afgeraden omdat het leger meerdere keren aan de deur was gekomen. Maar achteraf was alles beter geweest dan zoals het hier in Nederland is afgelopen.

We hebben pas na een zoektocht over de hele wereld in 1997 gehoord hoe het was afgelopen met Salim. Met name onze dochter, die van verdriet is gestorven, heeft overal gezocht naar haar broer. In 1997 kregen we het bericht dat hij dood was. Terwijl moeder en vader V. in Voorburg ons telefoonnummer hadden. Ze hadden ons kunnen bellen, maar hebben dat niet gedaan. En we hadden zoveel vragen. De belangrijkste vraag is, waarom, waarom, waarom?  Salim was een zeer lieve jongen.”