Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Premium

Zanger en presentator Eddy Zoëy: ‘Ik heb wel heel veel mazzel’

Eddy Zoëy (56) presenteert RTL Boulevard en Five Days Inside, maar is ook nog steeds bezig met muziek. De zanger die ooit de plaat Bijna maakte en daar bíjna de Top 40 mee haalde, zegt daar toch anderhalve ton aan te hebben verdiend, maar met animatiefilms is hij gestopt. “Als RTL morgen zou zeggen dat ze ineens veel minder gaan betalen, stop ik ermee.”

Eddy Zoey

Van Morsink tot Zoëy
Eddy Zoëy kwam ter wereld als Eddy Morsink. Dat gebeurde op 25 maart 1967 in Almelo. Hij begon in verschillende bands, maar werd bekend als presentator van Nu we er toch zijn, Take Me Out en Expeditie Robinson. Met zijn frisse benadering blijft hij verrassen met nieuwe projecten, zoals nu weer als muzikant met een nieuw album.

Je hebt een nieuw album uit, Zeven. Is het allemaal nieuw materiaal?
“Het is een combinatie. Ik schrijf en neem voortdurend op, dat doe ik eigenlijk tussen de bedrijven door. Ik heb een eigen plek waar ik dat goed kan doen. En omdat ik het voor 95% allemaal zelf maak, kan ik me daartoe zetten wanneer ik wil. Dus als ik op een bepaald moment voldoende liedjes heb verzameld en ik denk: het is een geheel, het klopt, dan breng ik een album uit. Ik heb ook weleens tracks waarvan ik denk: dit heeft niet zoveel nut om op single uit te brengen, want het is een beetje moeilijk of het is te lang. Maar die tracks kun je wel op een album kwijt. Het zijn allemaal mijn eigen liedjes, dus géén covers, en het album bestaat uit tracks die ik onlangs als single heb uitgebracht plus een aantal dat nog niemand heeft gehoord.”

Je presenteert nu RTL Boulevard, maar van origine ben je een muziekman, toch?
“Ik maak in elk geval langer muziek dan tv. Op de middelbare school zat ik al in bandjes. Toen had je nog geen Herman Brood Academie of Rockacademie, dus voor mij was het grote vraagstuk: wat ga ik doen na het vwo? Ik ben weleens naar een open dag van het conservatorium geweest, maar daar voelde ik het niet. Daar kon je destijds muziekleraar worden of je verdiepen in lichte muziek, wat op zich prima is, maar dat is totaal niet waar ik naartoe wilde. Ik wilde popmuziek maken en kijken of ik een platencontract kon krijgen. Ik ben naar de kunstacademie gegaan als plek waar ik in ieder geval mijn creativiteit kwijt kon. Ik vroeg daar geregeld aan leraren: Vind je het erg als ik de les mis? Waarom dan? Nou, ik heb een afspraak bij een platenmaatschappij om wat demo’s te laten horen. Vonden ze prima. In die periode was het hoogste goed een platencontract, dat wilde je als muzikant hebben, want dan kon je verder. Ik zat in Twente met een aantal jongens, een bandje van een man of vijf. Maar in die buurt met je eigen liedjes optreden was een crime, want het zijn daar bijna allemaal coverbands. Dus als ik al belde naar een toko om te kunnen spelen was het van: Doen jullie ook U2? Dus wij wisten nooit: hoe kom je nou verder? Wij dachten: weet je, als je met je reet hier in het gras blijft zitten gebeurt er geen fuck, dus wij pakken de auto en rijden met onze demo naar Hilversum, afspraak of niet. Die platenmaatschappijen waren heel eerlijk, ze staken liever het opnamebudget voor een nieuwe band in reclamecampagnes voor albums van buitenlandse succesbands. Want een album opnemen in de Wisseloord Studio’s kostte toen iets van 50.000 gulden.”

Zo kwamen jullie niet verder. Hoe is het toch gelukt?
“Na de kunstacademie had ik nog steeds die droom om met muziek door te breken en een vriend van me, Jay van den Berg, had dat ook. Toen zijn we zelf een studio gaan bouwen. Zo werden onze demo’s steeds professioneler en kregen wij rond 1991 eindelijk een contract bij Polygram als schrijvers, want ze hadden wel door: die gasten kunnen liedjes schrijven. Daar verdienden we geld mee en toen kwam Kinderen voor Kinderen, Ruth Jacott en later hebben we zelfs Coming home van Roméo gemaakt. Dat werd een nummer 1-hit in de Mega Top 50. Secret love kwam daarna op 6. Vervolgens kregen we bij Sony voor onze eigen muziek een platencontract. Jay ontdekte al snel dat hij niet meer in beeld wilde, maar alleen wilde produceren. En dus werd het Eddy Zoëy. Dat was nog vóór mijn televisiecarrière.”

‘Mijn grootste hit Bijna heeft op papier inderdaad niet gescoord, maar ik heb daar zeker anderhalve ton aan verdiend in guldens’

Dat markeerde de start van je solocarrière?
“Zeker. Een single van mij is toen gedraaid door Ferry Maat en Frits Spits, maar verder kwam het nergens op een playlist en wilde eigenlijk niemand het draaien. Mijn album flopte. Mijn eigen materie heeft nooit zo gescoord, maar die schrijfsels van ons wel. Later heb ik met Jay ook nog Chipz! gedaan, het nummer One day when I grow up. Wéér een nummer 1-hit in de Mega Top 50. Dat heeft best goed verdiend. In die tijd kon ik van de muziek leven. Maar ik ben met terugwerkende kracht heel blij dat televisie op mijn pad gekomen is, want na die toptijd kwam streamingsdienst Napster en de verkoop van fysieke exemplaren stortte in. En de inkomsten uit Spotify zijn natuurlijk nog steeds dramatisch voor artiesten. Zonder televisie zou ik qua muziek maken best een redelijk probleem hebben gehad, want daar had ik toen niet meer van kunnen leven.”

Je grootste solohit is Bijna van het album Succes Jongen. Hoewel het op 2 bleef steken in de Tipparade, werd het wel een bekend nummer.
“Dat heeft op papier inderdaad niet gescoord, maar ik heb daar zeker anderhalve ton aan verdiend in guldens, want ik had zelf de rechten. Het is uitgebracht bij een platenmaatschappij, Dureco, maar ik had in die tijd geen publishing-contract meer. Ik was zo slim geweest om dat niet te verlengen, daarom staat het nummer volledig op mijn naam. Ik kreeg geen airplay met Bijna, maar de grap was: je had toen de zender V8 en die hadden een uurtje zendtijd op televisie zonder programmering. Dus wat deden ze in dat uurtje? Clips uitzenden. En in dat uurtje zat ik een maand lang ongeveer elke dag met Bijna. En het kwam op verzamelcompilaties met Nederlandse liedjes. Dat was goud geld verdienen. Ik heb wel meerdere mazzeltjes gehad met muziek waarvan ik dacht: wauw, dat had ik niet zien aankomen. McDonald’s stopte cadeautjes in de Happy Meals, ooit was dat een heel klein boomboxje. Dan drukte je op play en speelde hij een liedje van Kim-Lian van der Meij, dat ik geschreven had. Daar heb ik 15.000 euro voor op mijn rekening zien verschijnen. Op die manier kwamen er meerdere liedjes van mij toch bij de mensen in de huiskamer terecht.”

Jouw muziek zet je ook op YouTube, dan mag je de laatste jaren al blij zijn met duizend views. Hoe verklaar je dat?
“Met duizend views mag ik tegenwoordig ook mijn handen al dichtknijpen, ja. Al heeft Bijna er inmiddels over de 250.000. Ach, het heeft alles met leeftijd te maken. Mensen van mijn generatie kijken amper YouTube. Dat is voor de jeugd.”

De meeste mensen kennen je als tv-presentator. Is tv-werk meer bijvangst voor je?
“Nee, het is geen bijvangst, zeker de programma’s voor RTL niet. Als ik het doe, dan doe ik het 100%. Ik ben daar enorm enthousiast in. Bij Boulevard heb ik een ochtendvergadering en daarna ga ik vaak schrijven, want ik doe misschien wel meer aan de teksten dan menig andere presentator. Heel veel van die dingen wil ik ook zelf schrijven. Ik neem dat heel serieus. Ik ben er van de presentatoren meestal als eerste en als ik ’s avonds terug ben, heb ik al een soort bespreking gehad voor morgen. De volgende ochtend pak ik dat weer op. Ik heb in die dagen ook helemaal geen tijd voor andere dingen. Dus ik doe dat zo serieus als het maar kan. Dat is hetzelfde met het programma Five Days Inside, dat is echt arbeidsintensief. Dat is best een killer, waarbij ik toch vier keer vijf dagen en nachten weg ben, waar ik vaak ook nog van moet herstellen. Ik doe 100 tot 110 keer Boulevard per jaar, 20 tot 25 dagen Five Days, en dan doe ik ook nog regelmatig voice-over werk voor zowel RTL als National Geographic. Ook belangrijk: ik haal heel veel plezier uit televisie.”

Maar het is wel zo dat je, ook al krijg je er niks voor, je wel altijd muziek en kunst zal blijven maken?
“Dat wel. Eigenlijk werkt het zo: als RTL morgen zou zeggen dat ze ineens veel minder gaan betalen, stop ik ermee. Eigenlijk wat ook een beetje is gebeurd in de animatie-industrie. Het inspreken van animatiefilms werd voorheen gedaan door een bepaald bedrijf, daar kreeg ik goed voor betaald. Als jij een hoofdrol had in de film Robots, waarin ik de rol van Fender speel, dan kreeg je gewoon 5.000 of 10.000 euro. Maar op een bepaald moment ging die toko over de kop en sindsdien wordt het in Bussum gedaan door een bedrijf dat je liet uitbetalen via Tsjechië of Slowakije. Dan kreeg je maar een soort van uurloon. Omdat ze doorhadden: al die BN’ers vinden het tof om te doen, om hun naam te verbinden aan grote animaties van Disney en whatever. Die willen het bijna gratis doen, dus krijg je er sindsdien geen fuck meer voor betaald. Als dat gebeurt bij televisie, zou ik daar gelijk mee stoppen. Ik doe dat met heel veel betrokkenheid, maar daar moet ook een goed bedrag tegenover staan. Anders doe ik het niet. Maar muziek en kunst, dat doe ik gratis. Dat heb ik altijd al gedaan. Als kind al. Dat doe ik omdat er klaarblijkelijk iets in mij zit waardoor ik dat moet doen, en dus doe ik dat nog steeds. Ik denk dat heel veel mensen van vroeger daar misschien juist mee gestopt zijn, want ik heb met heel veel jongens in bands gezeten, waarbij ik heus niet altijd de beste was. Maar wat zorgt er dan voor dat ik het nog steeds doe? Klaarblijkelijk is die liefde zo groot dat ik het nog steeds wil blíjven doen, en was dat voor heel veel van de muzikanten uit m’n jeugd en die streek minder een drive. Of ze hebben de energie niet meer om het op te brengen. Of ze verdienen niet zoveel geld dat ze hun tijd daarin kunnen steken. Ik heb als voordeel dat televisie- en voice-overwerk in elk geval dusdanig verdient dat ik daar geld van in die andere dingen kan steken. En dat ik er klaarblijkelijk ook nog genoeg tijd voor vrijmaak om dat te kunnen doen. Dus het is een hele rare combi waardoor het mogelijk blijft.’

‘Het is fantastisch om vol in onderwerpen te duiken zoals André Hazes, Lil’ Kleine, en Bolle Jos. Of met Nikkie Plessen over lifestyle te praten’

Ben je zelf eigenlijk geïnteresseerd in showbizznieuws?
“Soms sta ik weken achter elkaar niet bij RTL Boulevard en dat is ook lekker, maar ik vind het heerlijk als ik daar weer een week wel sta. Dan vind ik het fantastisch om vol in onderwerpen te duiken zoals André Hazes, Lil’ Kleine, Harry en Megan en Bolle Jos. Of met Nikkie Plessen over lifestyle of met Arno Kantelberg over Milaan te praten. Maar ik vind het ook prima als dat klaar is, om de week daarop er helemaal niet mee bezig te zijn. Om gewoon te schilderen, muziek te maken of de krant te lezen en voice-overs te doen. Of alweer plannen te maken om bijvoorbeeld Five Days Inside te doen, wat er qua inhoud echt haaks op staat. Daarin praat ik bijvoorbeeld met mensen die een ernstig ongeluk hebben gehad en comarevalidatie moeten doen, terwijl ze weten dat ze nooit meer normaal gaan functioneren. Die wisselwerking vind ik boeiend. Ik mag er heel blij mee zijn dat Boulevard daar een onderdeel van is, want Boulevard geeft doorgaans wel heel veel plezier en luchtigheid. Dat is ook weer prettig na zo’n week Five Days Inside. Het werkt beide kanten op. Als ik Boulevard heb gedaan en ik heb daarna een week Five Days Inside, dan vind ik dat een goede afwisseling. En als ik dan een paar weken kunst of muziek heb gemaakt, ik heb Five Days en daarna een week Boulevard, dan is dat ook prettig. Ik mag me heel gelukkig prijzen met waar ik me op dit moment bevind in het leven, met alle ballen die ik in de lucht houd. Want zo voelt het weleens, dat ik continu ballen in de lucht aan het houden ben. Maar ik heb wel heel veel mazzel.”

En dan heb je ook nog een 22 jaar jongere vriendin, Sarah Juray, die je tevreden moet houden.
‘Ja. We wonen niet samen, maar ze is wel heel veel bij mij. Zij woont officieel gewoon in Alkmaar. In die regio zit ook haar hele achterban, haar familie en vrienden. Ze werkt vlakbij mij, dus dat is voor haar heel gemakkelijk als uitvalsbasis twee. Ze zeggen altijd: een relatie is hard werken. Dat beaam ik echt wel, het is echt weleens werken, maar ik heb niet het gevoel, zeg ik altijd tegen haar, dat we heel hard hoeven werken. Het gaat redelijk vanzelf, ook qua interesses. Ik denk dat ik met mijn leeftijd nog redelijk in de belevingswereld van haar leeftijdsgroep zit. Dat merk ik gewoon. Ik heb echt wel vrienden van mijn leeftijd die helemaal niks meer hebben met bijvoorbeeld de 20-jarige zangeres Olivia Rodrigo. Een vriend van me zei: De reden dat ik van haar bestaan weet, is dat ik een dochter heb die dat leuk vindt. Maar ik draai die muziek ook daadwerkelijk. Ik heb überhaupt wel affiniteit met jongeren, qua materie. Ik kan ook rustig met mijn vriendin op de bank de Savage X Fenty Show Vol. 4 van Rihanna kijken (een modespektakel, red.). Terwijl: ik kan me voorstellen dat heel veel mensen van mijn leeftijd dat niet doen of niet eens weten dat het bestaat. En zij is denk ik geestelijk wat ouder. Zij kent ook oudere artiesten, dus dat heeft zij dan ook. Het mes snijdt aan twee kanten.”

Ik heb nooit zo de behoefte gehad om over mijn scheiding te schrijven. Ik heb die enorme scheidingsstress ook niet zo gekend’

Je hebt een scheiding achter de rug, die vond inmiddels negen jaar geleden plaats. Toch heb je daar nooit over geschreven in je liedjes. Hou je dat gescheiden?
“Ik heb nooit zo de behoefte gehad om daarover te schrijven. Ik heb die enorme scheidingsstress ook niet zo gekend, maar ik ken mensen die dat wel hebben meegemaakt en dat vreet je op. Ze zeggen altijd dat gekwelde muzikanten de beste muziek maken, maar ik weet het niet. Ik ken ook heel veel gekwelde artiesten die kunst maken die heel hoog aangeschreven staat, maar wat ik dan gewoon kut vind. Zo heb ik, los van de track Creep, de euforie rond Radiohead nooit zo begrepen.”

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Entertainment
  • Clemens Rikken