Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Micha Jacobs & Mario Wisse

Sportcolumn: 'Standbeeld of schreeuwlelijk?'

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers samen een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: 'Standbeeld of schreeuwlelijk?'

Micha Jacobs & Mario Wisse

Mario Wisse

De theatrale trainer, ik was een beetje bang dat ze waren uitgestorven. Tot Benfica-coach Jorge Jesus. Zijn gedrag langs de lijn was een stuk boeiender dan wat zich tijdens het beslissende derde voorrondeduel van de Champions League tussen PSV en Benfica bínnen de lijnen van het Philips Stadion afspeelde. Niet in de laatste plaats voor studenten aan de Toneelacademie. Vooral die scène waarin de playboy-achtige zestiger ontplofte toen een van zijn spelers die moest invallen zijn tactische aanwijzingen niet begreep. Lang geleden dat ik bij een voetbalwedstrijd zo heb gelachen.

Nu hoor ik je zeggen: uitgestorven? Diego Simeone van Atletico Madrid maakt toch ook theater? Het verschil is volgens mij dat Simeone niet acteert. Die is gewoon geboren als bloedfanatieke, furieuze stuiterbal. Als ik denk aan Jorge Jesus-achtige figuren uit het verleden, zie ik vooral Winfried Schäfer voor me. Ken je die nog? Dat was die Duitse trainer met dat leren jack met opgestroopte mouwen en die, op zijn kraag rustende, rossige mat. Een soort van schlagerzanger voor de dug-out, zullen we maar zeggen. Stiefelend, misbaar makend en schreeuwend ging ‘Der Winnie’ langs de lijn, net zo lang totdat zijn ploeg aan het langste eind had getrokken. Bij voorkeur met tijdrekken en blessures veinzen, net als de Portugezen vorige week.

Nog een overeenkomst: Schäfer kegelde PSV ooit uit de UEFA Cup. Dat deed hij door na 2-1 winst in Duitsland de Eindhovenaren in eigen stadion op 0-0 te houden, waarmee we meteen overeenkomst nummer drie bij de lurven hebben.

Aan de andere kant van het spectrum zijn er de coaches die, net als de gemiddelde voetbalkijker, helemaal nooit van de bank komen. Willem van Hanegem, Ernst Happel, Arthur Jorge en grootste stoïcijn aller tijden Valeri Lobanowski om er maar eens wat te noemen. Lobanowksi zat er bij de klaterende 6-0 overwinning van de Sovjet-Unie op Hongarije op het WK in 1986 net zo onbewogen bij als toen hij twee jaar later dankzij Oranje Europees goud aan zijn neus voorbij zag gaan. Alsof hij op de bus zat te wachten. Van Hanegem leek het op de bank drukker te hebben met het aansteken van sigaretten dan met de verrichtingen van zijn ploeg en was daarmee een kopie van zijn vroegere trainer en voorbeeld Happel. Wat zie jij het liefst, Jacobs: een standbeeld of een schreeuwlelijk?

Micha Jacobs

Mijn vader kreeg ooit als toeschouwer van een wedstrijd van mij een gele kaart, omdat de scheidsrechter zijn gescheld, misbaar en theater langs de lijn meer dan beu was, dus ik weet niet beter dan dat schreeuwlelijkerds een wedstrijd een beetje kleur geven. Ook op mijn wangen destijds, maar dat terzijde.

Ik hou van idioten als Jürgen Klopp, Antonio Conte en de trainers die je al noemde –trainers die 90 minuten onder stroom lijken te staan – maar ik heb, ik zal het maar eerlijk toegeven, een nog groter zwak voor trainers als Lobanowski. Vooral voor Lobanowski eigenlijk, alleen al omdat hij mij aan mijn alleraardigste alcoholistische buurman van vroeger doet denken. Ook hij kwam nauwelijks van de bank, maar dat kwam omdat hij een driedubbele hernia had. Tussen het drinken door sliep hij gaten in de dag.

Ik kwam als kind graag bij hem over de vloer. In zijn woonkamer waren bijna altijd de rolluiken dicht, dus je zag er nooit een hand voor ogen. Ook met de rolluiken open zag je nauwelijks iets, want hij rookte ook nog eens zoveel dat er permanent dikke rookwolken door de kamer dreven. Ik kan mij nog herinneren dat ik hem weleens vroeg of het niet wat minder kon, dat gerook van hem, want door al die rook kon ik nauwelijks die opgezette krokodillen aan de muur zien, de ware reden waarom ik er zo graag kwam.

Als hij zat – een zeldzaamheid –dan zat hij op het puntje van de bank alsof hij aan het wippen was. Niet met de buurvrouw, maar op zo’n wipkip in de speeltuin. Hij bleef maar op en neer gaan met zijn rug, af en toe een groene fluim op het tapijt mikkend.

Twee van de mooiste voetbalwedstrijden die ik ooit heb gezien keken wij samen, allebei in 1994: Werder Bremen-Feyenoord voor de Europacup-2 (3-4) en Roemenië-Argentinië op het WK in Amerika. Hij genoot van zijn zware shag en de halveliterflessen pils waarmee hij zijn pijn verzachtte, ik genoot van hem en van de wedstrijden.

Laatst zag ik Lobanowski ook op zijn stoel wippen, tijdens de EK-finale van 1988, en dacht meteen aan mijn oude buurman, God hebbe zijn ziel. De gelijkenis is bijzonder treffend, bedacht ik mij toen pas. Lobanowski heeft ontelbare standbeelden in Oekraïne en Rusland, mijn buurman nog niet. Tijd om er eentje voor hem op te richten.

Als je ter ere van hem dan je longen zwart rookt, rochel ik ondertussen het tapijt vol.

Misschien ook voor jou:
Wesley Sneijder krijgt dikke schorsing van KNVB: 'Paardenlul!'
Sport
  • Pro Shots/SIPA USA