Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Bij de politierechter: 'De boot in'

De een zat ’s nachts hijgend in een plantsoen omdat hij nog een boete open had staan. De ander dacht dat zijn stroomstootwapen een zaklamp was. Een goede smoes verzinnen is ook een vak.

Bij de politierechter: 'De boot in'

'S Nachts om half vijf ziet de Utrechtse politie in de gracht een bootje varen. In de duisternis ontwaren de agenten een tweekoppige bemanning in donkere kleding. Wanneer ze het bootje naderen springt een van de mannen aan wal en zet het op een rennen. De tweede geeft gas en vaart door.

Beide mannen worden even later opgepakt. De eerste zit hijgend in een plantsoen. De tweede komt de politie even later doodleuk tegemoet lopen. Hij draagt een witte trui, en dus geen ‘donkere kleding’ zoals het signalement luidt, maar dat wordt opgehelderd met de vondst van een zwarte jas, even verderop in een steeg, waar ook een paar zwarte handschoenen rondslingert.

Op het verlaten bootje vindt de politie een enorme partij herenkleding ter waarde van 50.000 euro: T-shirts, spijkerbroeken, overhemden en jassen. Alles keurig in de verpakking en verdeeld over een flinke stapel dozen. Naast die dozen liggen voorwerpen die niet zouden misstaan in het schap ‘inbrekersgereedschap’ van een bouwmarkt: een breekijzer, een slijptol, een set schroevendraaiers en een betonschaar. Om het de agenten makkelijk te maken staat op de dozen het adres van een Utrechtse kledingwinkel. Wanneer agenten daar gaan kijken, blijkt de achterdeur geforceerd en het magazijn zo goed als leeg. Bovendien vindt de politie er een paar spanbanden die verdacht veel lijken op een paar spanbanden die in het bootje lagen. Kat in het bakkie en case closed.

Zou je denken.

Geen gezeik

“Ik heb nooit op een bootje gezeten,” zegt Sebastian (29) die behalve een opvallend hoge stem ook een glazen oog heeft. De rechter fronst en verplaatst zijn blik naar de tweede verdachte.

“En u?” vraagt hij.

“Ik ook niet,” zegt Remco (34) die behoorlijk veel op Arjen Robben lijkt. Beide verdachten verklaren precies hetzelfde. Met een bootje of inbraak hebben ze niets te maken, beweren ze. Afzonderlijk van elkaar waren ze die nacht (van dinsdag op woensdag) iets gaan drinken in de stad. Sebastian was bij het zien van de politie wel weggerend, maar dat deed hij naar eigen zeggen alleen omdat hij nog wat boetes had openstaan en geen zin had in gezeik.

De rechter gelooft niets van hun verhaal, maar met Remco is hij nog niet klaar.

Behalve voor de winkelinbraak zit hij hier vandaag ook om zich te verantwoorden voor het stroomstootwapen en voor een tas vol gestolen bankpasjes die de politie tijdens een huiszoeking bij hem aantrof. Maar veel moeite om zichzelf vrij te pleiten doet hij niet.

“Ik dacht dat het een zaklamp was,” zegt hij over het stroomstootwapen.

“En die bankpasjes?” vraagt de rechter. “Gevonden,” zegt Remco.

“En die brengt u dan niet even naar de politie?” vraagt de rechter.

“Vergeten,” zegt Remco.

De rechter zucht. Remco is een erkend inbreker. Zijn strafblad telt inmiddels 33 pagina’s en groeit gestaag. Hoewel er dit keer geen dna-onderzoek heeft plaatsgevonden twijfelt de rechter geen seconde aan zijn schuld. Remco zat op dat bootje. Hij gaat twee maanden de cel in. Sebastian, die een zo goed als blanco strafblad heeft, moet de inbraak bekopen met een werkstraf van 140 uur en een voorwaardelijke celstraf van twee maanden.

Misdaad
  • Petra Urban