doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'Mot om de hotspot'

Als nachtwaker van dik in de 70 ging Wim op de vuist met een kerel die zeker de helft jonger was. Hulde, zou je denken, maar helaas: dagvaarding.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
@media (max-width: 679px){#fig-610547c183f5a img.lazyloading{background: #eee;}#fig-610547c183f5a img{#fig-610547c183f5a img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-610547c183f5a img.lazyloading{background: #eee;}#fig-610547c183f5a img{#fig-610547c183f5a img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-610547c183f5a img.lazyloading{background: #eee;}#fig-610547c183f5a img{#fig-610547c183f5a img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-610547c183f5a img.lazyloading{background: #eee;}#fig-610547c183f5a img{#fig-610547c183f5a img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}Bij de politierechter: 'Mot om de hotspot'

Wim* (77) heeft met zijn grijze haren, zijn leesbril aan een koordje, en zijn lichtblauwe pullover waar het boord van zijn overhemd keurig netjes bovenuit steekt, een voorkomen dat zich bij uitstek leent voor langdurige zitsessies achter de geraniums. Maar zo is Wim niet. Ondanks zijn gevorderde leeftijd is hij nog meer dan vitaal genoeg om zijn maatschappelijke steentje bij te dragen. Tot een jaar geleden werkte hij zelfs nog parttime als nachtwaker in een antikraakpand waar hij onverschrokken op de vuist ging met een kerel die zeker de helft jonger was dan hij. Een complimentje leverde hem dat helaas niet op. Wel een dagvaarding wegens mishandeling en huisvredebreuk.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“U wordt ervan verdacht dat u het slachtoffer met de vuist heeft geslagen,” stelt de rechter vast.

“Dat heb ik ook gedaan,” zegt Wim.

“U heeft hem met uw vuist geslagen?”

“Jazeker,” zegt Jan met gepaste trots.

“Maar tijdens het politieverhoor ontkende u dat juist stellig,” merkt de rechter op.

“Is dat zo?” vraagt Wim.

Ook voor zijn eigen advocaat lijkt zijn bekentenis als een complete verassing te komen. Discreet buigt hij zich naar zijn cliënt toe en fluistert iets in zijn oor.

“Ik werd aangevallen, ik heb mijzelf verdedigd,” nuanceert Wim vervolgens. “Wat ik daarbij precies wel en niet heb gedaan, durf ik niet meer met zekerheid te zeggen.”

Hij is die nacht aan het werk in een antikraakpand. Twee van zijn collega’s, die anders dan Wim het pand niet alleen bewaken, maar ook bewonen, liggen te slapen. Om de lange nachten door te komen, heeft het bedrijf waarvoor Wim werkt een internet-hotspot beschikbaar gesteld, een soort router waarmee je zonder vaste aansluiting toch online kunt gaan. Helaas ligt het kastje weer eens niet op de afgesproken plek. Dat is nu al de zoveelste keer.

Geïrriteerd besluit Wim, ondanks het nachtelijke uur, verhaal te gaan halen bij zijn slapende collega’s. Vanaf dat punt lopen de lezingen flink uiteen. Volgens Wim klopte hij op de deur, waarna zijn collega Mike opendeed. Op een tafeltje naast het bed zag Wim de hotspot direct liggen, maar Mike hield vol het ding niet te hebben.

‘Als ik zou willen, kan ik als verkeersregelaar elke dag wel op de vuist, maar zo zit ik niet in elkaar’

Er ontstond een woordenwisseling waarna Mike Wim in het gezicht spuugde, Wim vervolgens de kamer binnendrong en de twee uiteindelijk vechtend op het bed belandden. Mikes versie van de gebeurtenissen is heel anders. Volgens hem verschafte Wim zich, met de loper waarover hij als nachtwaker beschikt, zelf toegang tot de kamer waarin Mike lag te slapen, sprong hij zonder aankondiging bovenop hem en ging hij Mike met gebalde vuisten, waarvan er eentje ook nog eens voorzien was van een pijnlijke zegelring, als een bezetene te lijf. Die laatste lezing wordt bovendien bevestigd door de getuigenverklaring van de derde nachtwaker, die op het tumult afkwam en Wim meppend bovenop Mike aantrof.

“Die twee zijn maatjes,” zegt Wim. “Natuurlijk dekken die elkaar. Ik ben geen vechter. Nooit geweest. Na dit incident ben ik gestopt als nachtwaker en ben ik aan de slag gegaan als verkeersregelaar. Wat denkt u dat ik daar allemaal naar mijn hoofd geslingerd krijg? Als ik zou willen, kan ik daar elke dag wel op de vuist, maar zo zit ik niet in elkaar.”

Ook de schadevergoeding waar Mike om vraagt, zegt volgens Wims advocaat veel over de geloofwaardigheid van zijn verhaal. Bij het verlaten van de kamer zou de bejaarde Wim ook nog een tafel omver hebben getrapt waarop een laptop met aanverwante apparatuur stond. Geschatte schade, door Mike welteverstaan: 25.000 euro.

“Víjf-én-twín-tíg-dúí-zénd euro!” herhaalt de advocaat, met een theatrale nadruk op elke lettergreep. Sorry hoor, maar dan is het voor mij wel duidelijk: hier probeert iemand, ten koste van een oude man, gewoon een slaatje uit te slaan.” Over dat laatste doet de rechter geen uitspraken. Wel stelt hij vast dat niet bewezen kan worden dat Wim de spullen moedwillig beschadigde. Ook voor de huisvredebreuk wordt Wim vrijgesproken. Als nachtwaker beschikte hij over een loper, en dus over de toestemming om de kamer te betreden. Voor de mishandeling is wél voldoende ondersteunend bewijs, vindt de rechter, namelijk de getuigenverklaring en Wims eigen bekentenis. Het komt hem op een boete te staan van 500 euro. Daarnaast zal hij het slachtoffer een immateriële schadevergoeding moeten betalen van 250 euro.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws