doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Dakloos in Nederland - een brug te ver

Nederland telt zo’n 40.000 geregistreerde dak- en thuislozen, en nog een veel groter aantal dat nergens geregistreerd staat. Panorama gaat met het Straat Consulaat de straat op in Den Haag, waar zich een stille ramp voltrekt en mensen letterlijk onder de brug slapen: “Drie loonstrookjes missen en je kunt al de lul zijn.”
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Dakloos in Nederland - een brug te ver

Tot een jaar geleden is er met Marco* weinig aan de hand. Hij werkt in Leiden en woont al een tijdje samen met zijn vriendin, in Den Haag. Maar dan gaat het mis.

“We hadden niet eens ruzie,” zegt hij. “Ik had een aantal dingen op Facebook gezet, bijvoorbeeld dat iedereen maar de tering kon krijgen. ’s Ochtends om 4.30 uur kwam ik thuis, straalbezopen. Toen smeet ze me het huis uit. Haar huis. Sinds die dag heb ik haar nooit meer gezien of gesproken.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Ik stond op straat. En nog steeds.” Het is 21 december 2019. Marco slaapt op de bank van een vriend.

Eén nacht wordt een week, een week wordt een maand. Marco:

“In het begin ben je nog welkom, maar op een gegeven moment wek je toch wat irritatie op. Niet bij één vriend, maar bij al mijn vrienden bij wie ik op de bank sliep. Ik wilde wel een eigen huis, ik had ook nog gewoon werk, maar ik kwam niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. En mijn vrienden zagen mij ook niet meer aankomen. Mijn sociale leven droogde snel op, net als mijn bankrekening. Ik sliep namelijk in hotels, totdat het geld op was.” Marco klopt aan bij het daklozenloket in Leiden. Dat is dicht bij zijn werk, maar nog veel belangrijker: in Leiden kent bijna niemand hem. In Den Haag wel, daar ziet hij te veel bekenden als hij even een rondje loopt. Juist die herkenning probeert hij te voorkomen, want hij schaamt zich dood voor de situatie waarin hij terecht is gekomen. Maar het daklozenloket in Leiden heeft slecht nieuws voor hem. Marco heeft, zoals dat heet, te weinig regiobinding met Leiden. Het laatste adres waarop hij stond ingeschreven is in Den Haag, dus daar moet hij zich maar melden.

Precies wat hij niet wil.

“Ik had horrorverhalen over de daklozenopvang in Den Haag gehoord,” zegt hij. “Dat het er volledig uit de klauwen liep, dat het onveilig en smerig was. Toen ik bij het Leger des Heils aan de Binckhorstlaan terechtkwam, wist ik niet wat ik meemaakte. Geen beveiliging, geen kluisje, altijd op je hoede dat je telefoon niet wordt gejat, vechtpartijen midden in de nacht, geen oog dichtdoen. Na een paar nachten ben ik vertrokken.

Twee mannen kregen ruzie met elkaar. Eén van hen trok een brandblusser van de muur en smeet die tegen het hoofd van die andere. Ik dacht: ik ben weg hier.” Ondertussen verliest hij zijn baan: “Ik kon niet meer werken, want de ellende gaat toch in je kop zitten.” Hij klopt aan bij zijn zus die hem geld leent voor nog een paar hotelovernachtingen, maar ook dat geld is zo op. Marco slaapt steeds vaker in schuurtjes of bij mensen die hij helemaal niet kent. Vaak zijn dat crackrokers die een tientje vragen om te kunnen blijven slapen zodat ze met dat geld weer een ‘bolletje’ kunnen kopen. Marco: “De eerste nacht was prima, want ik sliep daar samen met een maat van mij. Maar de tweede dag was ik er alleen. Heel onveilig: echt iedereen daarbinnen ging uit zijn plaat.”

Na wat omzwervingen meldt hij zich bij het daklozenloket in Den Haag. Dat helpt hem om zijn leven weer op de rit te krijgen. Hij krijgt een zorgpas zoals ze die in Den Haag noemen: een pas waarmee hij gebruik kan maken van de nachtopvang. Om daarvoor in aanmerking te komen word je eerst bij het daklozenloket gescreend om te zien welke hulpvraag je hebt. Dat noemen ze eerstelijnsopvang. Als er ruimte is in de maatschappelijke opvang, kun je daar in principe zes weken blijven. In die tijd wordt gekeken welke vorm van opvang het best voor je is. Er zijn namelijk verschillende vormen van opvang: Marco is economisch dakloos, maar je hebt ook mensen met verslavingsen GGZ-problematiek. Binnen die eerstelijnsopvang maken de hulpverleners een schifting tussen wie waar het best terecht kan om te werken aan zijn herstel. Althans, zo werkt het in theorie.

Momenteel kunnen mensen niet uitstromen naar een vervolgplek, waardoor ze soms langer dan een jaar verblijven in de noodopvang. Op dit moment krijg je zelfs geen zorgpas meer en kun je niet terecht in de nachtopvang. Er is een lange wachtlijst en geen plek. Als je nu dakloos wordt, ben je de komende drie maanden niet aan de beurt voor een bed.

Marco zit momenteel in de schuldsanering en heeft een daklozenuitkering van iets meer dan 700 euro per maand. Ook slaapt hij weer in een hotel, op kosten van de gemeente. Door corona zijn er namelijk niet genoeg opvangplekken beschikbaar en hotels staan grotendeels leeg. Een geluk bij een ongeluk, zegt hij zelf.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_middle_article');
Aad haalt de straat naar binnen.

Een schreeuw om hulp

Het verhaal van Marco is exemplarisch voor een grote groep mensen die door een verkeerde keuze in hun leven, het verliezen van hun baan of simpelweg door het einde van een relatie op straat komen te staan. Eén bouwsteentje valt weg en hun leven stort als een kaartenhuis in elkaar. Vanwege het groot tekort aan betaalbare huisvesting in Nederland kom je niet zomaar weer aan een andere woning. Eén misstap en je komt door tekorten in de maatschappelijke opvang in een systeem van hulpverlening waarbij daadwerkelijke zorg waardoor je weer verder kunt ontbreekt. Te lang zitten mensen in een gebrekkige noodopvang waar je maar moeilijk uitkomt. Je zit als een vlieg in een spinnenweb, en niemand die het weet of ziet. Mensen die het net als Marco overkomt voldoen niet aan het clichébeeld van de dakloze onder de brug of bedelend voor de supermarkt. Ze dragen schone kleding, zien er verzorgd uit en liggen niet onder een stuk karton in een portiek. Mensen zoals u en wij. Zoals Michiel, die net als Marco vrijwilliger bij Straat Consulaat is. Ook hij is economisch dakloos. “Ik was consultant in de klantenservice,” zegt hij. “Ik hielp grote organisaties om hun klantenservice beter in te richten. Niet de minste baan, maar ik kreeg omzetproblemen door te laat betaalde facturen. Ik ging naar de gemeente, om alvast te zeggen dat ik waarschijnlijk in de problemen zou raken en dat ik mijn rekeningen niet meer kon betalen. Een schreeuw om hulp dus. Dan zet je je huis maar te koop, kreeg ik toen te horen. En dat ik maar terug moest komen als het huis verkocht was. Dat deed ik. 6000 euro hield ik over na aftrek van alle kosten en schuldposten. Wat ze dan zeggen is: bel eerst je familie en maak je spaarrekening leeg voordat je hier komt.”

Michiel gooit zijn spullen in de opslag en slaapt, net als Marco, bij vrienden op de bank. Niet een paar weken of maanden: maar liefst twee jaar. Dan moet de grootste uitdaging nog komen. Want hoe hou je je zaak overeind als je geen adres hebt? Datzelfde geldt voor de zorgverzekering. Michiel: “Ik heb nooit een betalingsachterstand gehad, maar toch werd ik eruit gekieperd, omdat ik nergens officieel woon. Net als bij de Kamer van Koophandel trouwens.”

Van ‘slechts’ een woonprobleem wordt Michiel door alle stress ook een ‘zorgprobleem’. Hij gaat van de nachtopvang naar een project voor economisch daklozen. “Het Leger des Heils had een leegstaande verdieping in een verzorgingsflat gehuurd,” vertelt hij. “Eigen voorziening, studiootje, prima. Maar de weerstand tegen dat project was groot. Niet zozeer van de ouderen met wie ik in die flat woonde – ik deed vaak een bakkie koffie met ze, hartstikke gezellig –maar van hun families. Ik bedoel: als je op bezoek gaat bij je moeder en je staat met een flesje wijn in de lift, dan is er niks aan de hand. Maar sta ík met een fles wijn in de lift, dan zeggen ze meteen: Oh, daar heb je die dakloze weer, die alcoholist. Wat doet ie in de flat bij mijn moeder? Het werkt ontzettend stigmatiserend.”

Hij heeft inmiddels weer een baan, wéér als consultant, maar dan nu in loondienst: “Ik ben dakloos met een auto van de baas voor de deur.” Marco lacht besmuikt: “In het hotel waar ik slaap, slapen ook drie daklozen met een auto. Hoe ze dat doen weet ik niet, ik heb het ze niet gevraagd, maar het is eigenlijk te gek voor woorden. Dat dat kan in Nederland.”

Voor het gebouw van de Tweede Kamer worden hamburgers uitgedeeld.

180 mensen buiten

Het is koud en guur in Den Haag. Regen en wind geselen lichaam en geest. Vannacht sliepen er naar schatting 180 mensen buiten. In een lekkende tent in de duinen, onder een brug of in een parkeergarage. Joy en Jeroen van Straat Consulaat gaan vandaag de straat op om hygiënepakketjes uit te delen aan daklozen. Dat zijn kleine rugzakjes met daarin onder andere een mondkapje, een zaklamp, shampoo, een paar waxinelichtjes om je aan op te warmen, een flesje water en iets te eten. Joy is belangenhartiger van de daklozen; Jeroen, ooit verslaafd aan alles wat los en vast zat, maar nu al zes jaar clean, is als projectleider aan de stichting verbonden. Later vanmiddag delen ze hamburgers uit aan dak- en thuislozen tijdens een demonstratie tegen het huidige daklozenbeleid voor het Tweede Kamergebouw. Joy: “Vorig jaar waren er 4000 mensen daklozen in Den Haag, van wie ongeveer een kwart tussen 18 en 27 jaar oud. Dat is een ongelooflijk kwetsbare groep, zeker de jongeren die afkomstig zijn uit de jeugdzorg.

Het enige wat zij willen is een eigen plek en perspectief. Op studie, of op werk. Maar er zijn gewoon geen betaalbare studio’s of geschikte kamers voor jongeren en de wachtlijst voor een sociale huurwoning in Den Haag is meer dan vijf jaar. In andere steden, zoals Amsterdam, duurt dat nog veel langer.”

* Naam om privacy-redenen gefingeerd.

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het gratis op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws