'Je hoeft geen beste vrienden te zijn'

'Je hoeft geen beste vrienden te zijn'

De Wimbledon-zege van Richard Krajicek, etappezeges in de in Nederland gestarte Tour de France en iconische prestaties op de Olympische Spelen van Atlanta. De Hollandse sportzomer van 25 jaar geleden is onvergetelijk. Met betrokkenen van toen keren we terug naar 1996. In deel 1 van deze serie: Ron Zwerver, die met de volleyballers goud wint op de Olympische Spelen.

Het is al een kwart eeuw geleden, maar toch weet Ron Zwerver (53) nog precies wat hij dacht in zijn aanloop naar de indirect winnende smash in de olympische finale van 1996:

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Dit wordt mijn laatste bal in het oranje.” Het olympisch dorp, vriendschap, de andere sporten: het kan Zwerver allemaal gestolen worden. “Het waren mijn derde Spelen. In 1988 ging ik op de foto met Regilio Tuur en Arnold Vanderlyde. Ik kwam thuis met tassen vol. In 1992 maakte ik video’s, maar van 1996 heb ik helemaal niks. Ik was er puur voor de prestatie.” Het resultaat ligt onder het parket van zijn werkkamer te glimmen. Achter glas ligt zijn gouden medaille op een stukje Amstelveense sportvloer.

Vergroeid met de volleybal.

Terug naar 1988. Een aantal bovenmatig getalenteerde spelers besluit om competitievolleybal even links te laten liggen. De volledige focus gaat op het Nederlands team, op de Spelen van vier jaar later. Het is een van de redenen dat Zwerver liefst 463 keer uitkomt voor het Nederlands team. “Om toch wedstrijden te spelen, vlogen we naar Cuba of Japan, speelden we zes keer tegen elkaar.”

Het is een compleet andere tijd. Hartslagmeters, periodisering en voedingsschema’s hebben hun intrede nog niet gedaan in de topsport. “In het vliegtuig keken we vriendelijk naar de stewardessen, was het maar hopen dat we stoelen met wat meer beenruimte kregen.” Zwerver verhaalt over een 54 uur durende vliegreis naar Argentinië, met ontelbaar veel tussenlandingen. “En we moesten er altijd netjes uitzien, in pak. Na het opstijgen, deden we een joggingbroek aan en vlak voor het landen weer uit. Hingen we weer rond op al die vliegvelden in ons nette pak.”

De imposante prijzenkast van Ron Zwerver.

Altijd Italië

Getraind wordt er in sporthal Bankras in Amstelveen. Ondanks de gezamenlijke belofte vertrekt een aantal spelers in 1991, een jaar voor de Spelen in Barcelona, toch naar Italië om competitie te spelen. “Italië was net wereldkampioen geworden, de bedragen schoten omhoog. Daar kon je vier of vijf ton per jaar verdienen, ik had in Nederland een maandsalaris van 2000 gulden.” Toch blijft Zwerver trouw aan het oorspronkelijke plan. Hij wordt beloond met zilver in Barcelona, in de finale is Brazilië te sterk. Vervolgens vertrekt ook Zwerver naar Italië, het volleybalwalhalla. Dat merken de internationals – die er allemaal spelen –op hun bankrekening, aan het niveau en vooral op de grote toernooien. Oranje heeft een prachtige generatie topspelers, staat steevast in finales van eindtoernooien, maar de uitkomst is steeds dezelfde. De EK-finale van ’93? Verloren van Italië. De WK-finale van ’94? Verloren van Italië. De EK-finale van ’95? Verloren van Italië. Maar in de aanloop naar de Spelen van Atlanta bewijst het Nederlands team dat Italië niet onverslaanbaar is. In de World League-finale in Rotterdam wint Oranje in een zinderende finale met het kleinst mogelijke verschil: 22-20 in de vijfde set.

Een paar weken later, in Atlanta, zijn de verhoudingen weer hersteld. In de poulefase kent Italië geen genade met Zwerver en consorten: 3-0. De andere groepswedstrijden wint Oranje met gemak, Bulgarije wacht in de kwartfinale. “Een stresswedstrijd,” reconstrueert Zwerver. “Peter Blangé zegt op een gegeven moment: Ik kan niemand anders meer aanspelen, jij krijgt alle ballen. Jan Posthuma kwam erin, die redde de wedstrijd voor ons.” De halve finale tegen Rusland is een eitje, uiteraard is Italië dan weer de tegenstander in de finale. Zwerver: “Ik dacht: ik ben er klaar mee. Ik ga niet dromen, ik kan alleen mijn eigen niveau laten zien. That’s it en dan zien we wel.”

De bloedstollende olympische finale van 1996 tegen Italiƫ.

Godfather-kostuum

Het is zondagavond, de slotdag van de Spelen. Zeven miljoen Nederlanders zitten aan de buis gekluisterd en zijn zo getuige van sportgeschiedenis. Opnieuw kan het verschil niet kleiner: 17-15 in de beslissende set. Zwerver wordt overmand door emoties en knuffelt met Bas van de Goor. Waarom lukte het nu wel om de eeuwige plaaggeest te verslaan? “Zij móesten. Ze hadden alles al gewonnen, behalve de Spelen. Wist je dat dat Italië tot op de dag van vandaag niet is gelukt? We hadden ze in de World League-finale verslagen, dat hielp. En we speelden allemaal in de Italiaanse competitie, dus we keken niet meer tegen ze op.

We wisten ook dat er binnen hun team frictie was over wie er speelden. We verloren in de poule wel met 3-0, maar dat was een onbelangrijke wedstrijd. Daar maakten we ons niet druk om, we hadden al zoveel ervaring. En nu viel het kwartje onze kant op. Maar was de wedstrijd twee uur later gespeeld, had het zomaar anders kunnen zijn. De wedstrijd had zó’n hoog niveau en het lag zo dicht bij elkaar, er werden bijna geen fouten gemaakt.”

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws