Dat zei Sander Janssen vrijdag tijdens de tweede dag van zijn pleidooi in de strafzaak tegen Willem Holleeder. Volgens de raadsman heeft het proces aangetoond dat Astrid Holleeder gebukt gaat onder voortdurende achterdocht en ,,vergaande, tot rare verhalen leidende argwaan". Ook noemde hij de woede-aanvallen, ,,zoals we die in deze rechtszaal hebben gezien".
De raadsman onderstreepte dat hij geen gedragskundige is, ,,maar ik kan wel lijstjes met criteria nalopen". Kenmerken van PTSS zijn volgens hem ,,dat je geheugen verstoord raakt en dat je anderen de schuld gaat geven". Dat heeft er mede toe geleid dat ze haar broer als moordenaar is gaan zien, aldus de raadsman, die benadrukte dat hij haar niet ,,als gek wil wegzetten".
Janssen noemde zijn constatering ,,iets om rekening mee te houden" als de rechtbank de verklaringen van Astrid Holleeder tegen haar broer als bewijs beoordeelt.