doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Het is de schuld van de Duitsers

Elke week schrijven verslaggevers Micha Jacobs en Jochem Davidse een column wat hun opvalt in de sportwereld. Dit keer Ron Jans.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Het is de schuld van de Duitsers

Micha

Vorige week zette ik maar weer eens een keiharde gangstarapplaat op en zong daar elk woord van mee, waarna ik een interviewtje met Maikel van der Werff las, voetballer bij FC Cincinnati. Voor ik het wist zat ik in een bizarre achtbaan. Wat er met zijn inmiddels ex-trainer Ron Jans is gebeurd, had hem ook kunnen overkomen, zei hij. Dat Jans in zijn wedstrijdbespreking weleens het slavernijverleden van Amerika aanhaalde als voorbeeld van het overwinnen van tegenslagen, daar bedoelde de trainer verder niks mee. Ook niet toen Jans in hun gezamenlijke tijd bij PEC Zwolle hele verhalen uit de Griekse mythologie voordroeg als ze tegen Heracles moesten spelen. Jans en geschiedenis, dat zit wel goed, zei hij tussen de regels door.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Even later las ik dat een columnist uit Cincinnati het tegendeel beweerde. Hij durfde er zelfs Anne Frank met de haren bij te slepen. “Anne Frank was een kind in Amsterdam,” schreef hij. “Als er dan toch mensen zijn die de ernst van haatzaaien begrijpen, zouden dat dan juist niet de Nederlanders moeten zijn?” Ik stikte bijna in mijn koffie. Van het Amerikaanse slavernijverleden naar Griekse mythologie naar Anne Frank in amper drie minuten, alleen maar omdat Jans een verboden woord zei. Jans had beter moeten weten, dacht ik bij mezelf, maar dat had niks met de woorden die hij zong te maken.

Vorig jaar, toevallig een paar weken voordat Jans door FC Cincinnati werd aangesteld, las ik in een Duits voetbalblad een verhaal over de club en over de stad. Cincinnati, in de Amerikaanse staat Ohio, is in de afgelopen eeuwen overspoeld door Duitse arbeidsmigranten, iets waar je anno 2020 nog steeds niet omheen kan. Op bijna elke straathoek bevindt zich een bierbrouwerij, worden pretzels verkocht en ook de club heeft de Duitse voetbalcultuur omarmd, naar het model van – ze mikken hoog – Borussia Dortmund. De harde kern heet zelfs Die Innenstadt (Duits voor de binnestad), dus Jans, nota bene oud-leraar Duits, zou in een warm bad terechtkomen. Nu is hij daarin verzopen en niemand, ook Van der Werff en directeur Gerard Nijkamp niet, probeerde hem te redden. Dit weekend start de Major League Soccer, zonder Jans. Niet om het verleden op te rakelen, dat heeft Jans blijk- baar al genoeg gedaan, maar zochten die ‘Duitsers’ niet gewoon weer een zondebok?

Jochem

Zoals mijn opa mij ooit leerde: uiteindelijk is alles de schuld van de Duitsers. Maar daarmee is de naam van Ron Jans nog niet gezuiverd. Wat er daar in die kleedkamer precies is gebeurd, dat zullen we nooit weten. Het ene verhaal is nog sterker dan het andere. Het wachten is op een ooggetuigenverslag waarin Jans met een witte puntmuts op zijn hoofd en een brandend kruis in zijn handen een wedstrijdbespreking houdt, terwijl een paar donkere spelers zijn schoenen poetsen. Ik ga bij dit soort hetzes het liefst uit van mijn eigen ervaringen, en hoewel die van een tijd geleden stammen, lijken ze mij nog altijd betrouwbaarder dan al die indianenver.... herstel: dan al die native American-verhalen.

Voor een interview zat ik in 2009 ruim een uur lang tegenover hem. De eerste zin van het eindresultaat luidt: “Behalve de langstzittende trainer van de huidige eredivisie is FC Groningen-trainer Ron Jans toch vooral een leuke man.” En dat vond ik ook echt. Ik sprak hem op een moment dat het met zijn FC Groningen niet best ging. Veel andere trainers zouden op zo’n moment hun perschef de opdracht hebben gegeven om vriendelijk te bedanken voor een groot interview in Panorama, maar Jans niet. Ook niet na mijn eerste vraag: “Haalt Ron Jans de kerst?” Stel zo’n vraag aan Louis van Gaal en je staat als journalist een decennium of tien op zijn zwarte lijst, maar bij Ron Jans niet. Hij moest er hartelijk om lachen. “Misschien kan ik wat beter relativeren dan andere mensen in dit vak,” zei hij. Ik hoop voor hem dat hij dat nog steeds kan.

Een jaar voordat ik hem sprak was zijn middelvinger nog uitgebreid in het nieuws geweest. Die had hij opgestoken naar scheidsrechter Kevin Blom. “Ik heb mijn impulsen, dat weet ik, ik doe soms domme dingen,” zei hij daarover. En zo is het. Maar dat Ron Jans een racist is, weiger ik te geloven. In het interview kwam nog een slechte eigenschap van hem ter sprake: zijn liefde voor weddenschappen.

Zo besloten we het interview met de weddenschap dat FC Groningen dat seizoen alsnog in het linkerrijtje zou eindigen. Hij zei van wel, ik zei van niet. Jans won. Pas afgelopen week realiseerde ik me dat ik de fles wijn die op het spel stond nooit aan hem heb gegeven. Ik denk dat ik die binnenkort maar eens bij hem langsbreng.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws