doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Past die pet ook Sylvana?

Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: Past die pet ook Sylvana?
@media (max-width: 679px){#fig-63d7dc819d8a4 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d7dc819d8a4 img{#fig-63d7dc819d8a4 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-63d7dc819d8a4 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d7dc819d8a4 img{#fig-63d7dc819d8a4 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-63d7dc819d8a4 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d7dc819d8a4 img{#fig-63d7dc819d8a4 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Sylvana Simons werd onlangs flink op haar nummer gezet nadat ze tijdens een vragenuurtje in de Tweede Kamer weer eens de racismekaart had getrokken. Naar aanleiding van een ongelukkig politieoptreden tijdens Sinterklaasrellen in Staphorst meende ze de voltallige Nederlandse politiemacht uit te kunnen maken voor een stel racisten. Dat was tegen het zere been van justitieminister Dilan Yesilgöz. “Er werken meer dan 60.000 mensen bij de politie,” reageerde ze fel. “Ik zeg niet dat daar nooit dingen fout gaan, maar om nou de politie weg te zetten als racistisch, dat doet zó tekort aan al die mensen. Dat raakt me.”

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Het was niet de eerste keer dat Simons zich negatief uitliet over de politie. Waar dat vandaan komt is de vraag. Een aangeboren afkeer van uniformen en gezag misschien? Of wellicht zelf ooit een onprettige ervaring gehad met een agent? Of gewoon moeite met een hoofdzakelijk witte organisatie, die wettelijk het geweldsmonopolie heeft? Er is nog andere optie: pure onwetendheid. Ik zou mevrouw Simons aan willen raden om eens een dienst met een surveillance-eenheid mee te draaien. Eens kijken of ze dan nog zoveel praatjes heeft.

Ik kan nu al inschatten hoe dat zou verlopen, gebaseerd op mijn ervaring bij de politie. In de gemeente waar ik mijn rondes reed was een PvdA-politicus actief die het ook niet zo had op de politie. Vermeend slecht politieoptreden leek wel zijn enige agendapunt, het was op het obsessieve af. Er was altijd te laat gereageerd, te veel geweld gebruikt, onnodig bekeurd en etnisch geprofileerd. Totdat onze commissaris het zat was. Hij nodigde het raadslid uit om eens een dienst mee te draaien.

@media (max-width: 680px){#fig-63d7dc819ddb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d7dc819ddb7 img{#fig-63d7dc819ddb7 img.lazyloading{width: 624px;height: 0px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-63d7dc819ddb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d7dc819ddb7 img{#fig-63d7dc819ddb7 img.lazyloading{width: 980px;height: 0px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-63d7dc819ddb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d7dc819ddb7 img{#fig-63d7dc819ddb7 img.lazyloading{width: 1272px;height: 0px;}}

Toevallig ben ik die bewuste nacht ingeroosterd. Met een aandoenlijk, bijna kinderlijk enthousiasme neemt onze passagier plaats op de achterbank. Zijn eerste vraag: “Waarom zit er plastic over de achterbank?” Omdat er weleens gekotst wordt meneer. “Ah zo.” Dan kraakt de mobilofoon. “Man vermist.” klinkt het. “Zijn auto staat voor zijn kantoor op een verlaten bedrijfsterrein. Is overspannen van huis vertrokken.” Als we even later het pand betreden blijft de PvdA’er stokstijf staan. Met een spierwit gezicht kijkt hij naar een tafereel waar wij al rekening mee hadden gehouden. De zakenman heeft zich opgehangen. Het is een naargeestig gezicht, hoe hij daar bungelt in zijn nette pak. “Zal ik maar snel naar buiten gaan,” stamelt onze gast buiten adem, “misschien loop ik in de weg...” Eenmaal in de auto vraagt het raadslid of ‘zoiets nou vaak gebeurt’. Ach, elke week meneer.

Als we even later het pand betreden blijft de PvdA’er stokstijf staan. Met een spierwit gezicht kijkt hij naar het tafereel.

Nadat de recherche het onderzoek heeft overgenomen mogen we naar een ‘onenigheid’ in een feestcafé. Een karaokeavond is ontaard in een knokpartij. Het bericht zorgt voor ongemak op de achterbank. “Moet ik mee naar buiten of is het verstandiger als ik in de auto blijf?” Bij het café aangekomen blijken de meest vechtersbazen inmiddels te moe of te dronken om nog aan het gevecht deel te namen. Niemand wil aangifte doen, behalve de kroegbaas, wiens zaak half is verbouwd. Bij onze passagier, die alles vanuit de auto heeft gadegeslagen, zit de schrik er goed in. “Nou nou, dat was me wat zeg. Lopen jullie zelf ook weleens een klap op?” We zeggen maar even niets.

Juist op het moment dat het raadslid enige ontspanning lijkt te vinden in een sigaret (dat mocht toen nog), klinkt de mobilofoon. “Ernstig ongeval op de A16. Motorrijder onderuit in bocht naar A15.” We kennen die bocht. Het gaat daar vaak mis omdat vrachtverkeer naar Europoort er nog weleens een oliespoor wil achterlaten. De motorrijder ligt in een onnatuurlijke houding onder de vangrail. Hij is overleden. Het raadslid kijkt oprecht verbijsterd toe. “Ik heb nog nooit een dode gezien, wat erg dit,” lispelt hij. “Vinden jullie het erg om te straks naar huis te brengen. Ik moet dit even een plaatsje geven.”

We hebben de man daarna nooit meer gehoord.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws