@media (max-width: 679px){#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61a8e229580e2 img{#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{width: 624px;height: 468px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61a8e229580e2 img{#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{width: 980px;height: 735px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1000px){#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61a8e229580e2 img{#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1001px) and (max-width: 1440px){#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61a8e229580e2 img{#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{width: 1400px;height: 788px;}}@media (min-width: 1441px){#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-61a8e229580e2 img{#fig-61a8e229580e2 img.lazyloading{width: 1900px;height: 814px;}}Jantje van Dijk: de automonteur met een fataal dubbelleven

Jantje van Dijk: de automonteur met een fataal dubbelleven

In de schimmige drugswereld van Amsterdam anno 1989 was automonteur Jantje van Dijk maar een onbeduidende speler. Althans, dat dacht men. Maar toen hij op 17 september dat jaar spoorloos verdween, werd al snel duidelijk dat de kleine Amsterdammer zich flink in de nesten had gewerkt door met de verkeerde mensen in zee te gaan. “Hij ging nog wel heel ontspannen naar zijn laatste afspraak toe.”

De Zeedijk in Amsterdam is in 1989 een plek om te mijden. Waar nu trendy eetzaakjes vechten om de gunst van de voorbijganger is het dan heroïne wat de klok slaat. Amsterdam is een grauwe stad met een actieve krakerscene, glas van ingeslagen autoruiten langs de straat en smerige grachten vol oude matrassen en piepschuim. De binnenstad is het domein van dealers en junkies, dagelijks verwikkeld in een kat-en-muisspelletje met de politie.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

En de kop van de Zeedijk vormt het epicentrum van de drugsellende die Amsterdam in die jaren 80, ver voor de komst van het massatoerisme, een nogal beroerde reputatie geeft.

De dan 30-jarige Jan van Dijk uit Amsterdam-West kent het grimmige wereldje als geen ander. Het is een kant die hij goed verborgen weet te houden. Officieel verdient Jantje, zoals hij vanwege zijn kleine gestalte wordt genoemd, de kost als automonteur. Hij woont nog bij zijn moeder thuis en wekt in niets het vermoeden dat hij er een dubbelleven opna houdt. Jantje is lief voor zijn moeder, eet bijna elke avond gezellig een prakje met haar mee en bekostigt veel voor haar, zelfs vakanties.

Zijn vader heeft hij nooit gekend, die overleed toen moeder Tonia zwanger van hem was. Na de mavo te hebben doorlopen vond Jantje het welletjes met de schoolboeken. Via een oom kon hij aan de slag in een garage in de Amsterdamse binnenstad. En het is daar dat Jantje die andere wereld leert kennen.

Maar dat weet dus bijna niemand, behalve de verslaafden die hij ‘buiten kantooruren’ in de omgeving van het Centraal Station van heroïne voorziet. Overdag in werkkleding bougies vervangen en olie verversen, ’s nachts in spijkerbroek wikkeltjes vouwen en poedertjes inpakken; dat is het leven van de verder nogal onopvallende Jan van Dijk. Dat de Amsterdammer het wel heel breed laat hangen voor een automonteur met een modaal inkomen, daar zoekt moeder Tonia eigenlijk niets achter. Jantje werkt nu eenmaal veel en maakt de nodige overuren, dus het is eigenlijk niet zo gek dat hij goed verdient, zo stelt ze zichzelf gerust. Ook als Jantje voorstelt om rond kerst 1989 samen gezellig naar de Canarische Eilanden te gaan en alles voor haar te betalen, wekt dat geen enkele argwaan.

Overdag bougies vervangen en olie verversen, 's nachts wikkeltjes vouwen en poedertje inpakken, dat is het leven van de verder nogal onopvallende Jan van Dijk

Negentien bolletjes

Hoewel Jantje voor zijn moeder de liefhebbende en verzorgende zoon is en blijft, merkt Tonia dat het toch niet helemaal lekker met hem gaat. Hij zit al een jaar in de ziektewet wegens hyperventilatieklachten, mogelijk veroorzaakt door spanningen waarover hij zich niet uitlaat. “Als ie de deur uit ging, dan zei hij altijd dat hij naar zijn stamkroeg in de Jan Evertsenstraat ging,” vertelt de inmiddels overleden Tonia in 1989 aan Telegraaf-sterverslaggever Cees Koring. “Tussen de middag kwam hij weleens een boterhammetje eten. Maar de laatste drie, vier maanden veranderde Jan ineens. Hij werd depressief, net of er iets ergs was gebeurd. Ik betrapte hem erop dat ie in zijn kamer zat te huilen en hij kwam ’s middags niet meer thuis. Ik bemoeide me nooit met zijn leven, hij was tenslotte een vent van 30 jaar. Maar toch vroeg ik hem weleens waar hij de hele dag uithing. Och, zei hij dan alleen, een klusje hier en een klusje daar... Ik vroeg maar niet verder. Ik dacht dat ie zwart bijverdiende.”

Bijverdienen doet Jantje zeker, maar niet met motorolie en koelvloeistof. Vanuit zijn witte Volkwagen GTI drijft hij een lucratief handeltje in ‘bruin’, waarbij het aloude gezegde ‘don’t get high on your own supply’ niet aan hem is besteed. Want Jan hándelt niet alleen in het spul, hij is gaandeweg ook zelf gaan gebruiken. En dat laatste maakt hem slordig. Op een zondag loopt de Amsterdammer tegen de lamp wanneer hij tijdens een veegactie van de politie wordt betrapt op dealen. “Er werd niet meteen ingegrepen omdat een straatdealer meestal maar een kleine hoeveelheid drugs bij zich heeft,” zo vertelde een rechercheur in De Telegraaf. “Ze wilden eerst kijken waar hij zijn handel verstopte.” Van Dijk wordt gevolgd en op de De Ruyterkade klemgereden.

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws