Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Bij de politierechter: 'Een lastige klant'

Als klant in een winkel wenst Rebecca nog met ouderwets fatsoen behandeld te worden. En wordt ze dat niet, dan zwaait er wat!

Bij de politierechter: 'Een lastige klant'

Rebecca* (50) gaat volledig in het zwart gekleed: zwarte laarsjes, zwarte broek, zwart colbert. Ook haar lange haren die ze op haar achterhoofd in een knot heeft gebonden, waren ooit gitzwart, maar inmiddels voeren de grijze haren de boventoon. Make-up draagt ze niet.

Het is lastig voor te stellen dat deze sobere vrouw degene was die vlak voor sluitingstijd in een filiaal van koopjesgigant Big Bazar dusdanig stampij maakte dat een van de medewerksters een flinke mep in haar gezicht moest incasseren, zoals het OM wil doen geloven. Volgens Rebecca, die zich van een vocabulaire bedient dat rechtstreeks afkomstig lijkt uit een gereformeerde jeugdboekenreeks, is daar dan ook geen woord van waar.

“Ik vind het heel naar dat u dat maar blijft zeggen, dat ik haar mishandeld zou hebben. Héél naar,” zegt ze tegen de officier. “Dat doet mij echt verdriet.”

Het was vrijdagmiddag vlak voor zessen toen ze door een winkelmedewerkster werd aangesproken. Of ze zich richting kassa wilde begeven, de winkel ging sluiten. Rebecca knikte, ten teken dat ze de boodschap begrepen had, maar dat was voor de medewerkster geen reden om haar met rust te laten. Volgens Rebecca stelde ‘de brutale blondine’ zich uiterst intimiderend op en werd ze door haar als een stuk vee richting uitgang gedreven.

“Het was bijna duwen,” zegt ze.

“En hoe reageerde u daarop?” vraagt de rechter.

“Ik voelde mij heel onaangenaam,” zegt Rebecca. “Dat heb ik haar ook gezegd. Dat ik haar gedrag als zeer onprettig en als bedreigend ervoer. Ik heb zelf in een slagerij gewerkt, en zo ga je niet met klanten om. Dat probeerde ik dit meisje ook te zeggen. Dat klantvriendelijkheid van groot belang is wanneer je in een winkel werkt, maar ze wilde niet naar me luisteren. Dat vond ik ook zo erg, dat ik haar iets probeerde uit te leggen, iets probeerde te leren waar ze iets aan had, maar dat ze daar geen moment in geïnteresseerd leek, begrijpt u?”

“Het was sluitingstijd, weekend, ze wilde waarschijnlijk naar huis,” vermoedt de rechter.

Nacht in de cel

Bij de kassa slaat de vlam in de pan.

Rebecca vraagt de naam van het meisje, maar die weigert die te geven. Collega’s zien vervolgens hoe Rebecca haar in het gezicht slaat, haar in een hoek drijft, zich over haar heen buigt en haar op dreigende toon opnieuw naar haar naam vraagt.

“Nu zegt u het weer,” zegt Rebecca. “Ik heb haar niet geslagen.”

“Vroeg u haar wel meerdere keren naar haar naam?” vraagt de rechter.

“Ik vroeg haar naam zodat ik aangifte tegen haar kon doen.”

“Aangifte van wat?”

“Van de brutale manier waarop ik daar als klant werd behandeld.” zegt Rebecca. “Klantonvriendelijkheid is heel vervelend,” erkent de rechter, “maar het is bij mijn weten niet strafbaar.”

Daar kwam ook Rebecca achter toen ze na het voorval een nacht in de cel doorbracht (‘een ronduit verschrikkelijke ervaring’) en tevergeefs van de agenten eiste dat ze haar aangifte tegen het Big Bazar-meisje opnamen. De politie kon in haar verhaal geen strafbaar feit ontdekken.

Voor het in het gezicht slaan van het meisje krijgt ze een boete van 400 euro, waarvan de helft voorwaardelijk.

“Hoe intimiderend haar gedrag ook was, het was niet aan u om haar de les te lezen,” besluit de rechter.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

Misdaad
  • Petra Urban