doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Cabaretier Roué Verveer: 'We weten niet meer wat een grapje is'

Corona, een verhuizing, discriminatie-aantijgingen; het maakt allemaal niet uit. Niks heeft invloed op het vrolijke gemoed van Roué Verveer (48). Behalve dan misschien de handeling die zijn huisarts en tevens goede vriend bij de cabaretier wil verrichten. “We hebben nooit gezegd: op een dag steek ik een vinger in je reet. Daar is onze vriendschap niet op gebaseerd.”
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Cabaretier Roué Verveer: 'We weten niet meer wat een grapje is'

Je zou optreden in de Ziggo Dome, hoe vaak is je show nou al uitgesteld?

“Twee keer. Toch? Even tellen… Ja, het was eerst oktober, toen november en nu maart. Maar ik ga ’m uiteindelijk spelen, hoor!”

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

De show heet Covid-A-Tori, hoe lukt het je in hemelsnaam om nog iets grappigs te maken van deze coronatijd?

“Ik heb ’m al een paar keer gespeeld in kleinere zalen. Het gaat niet over het virus, maar over de persconferenties van Rutte en over de vragen die journalisten daar stellen. Heeft hij net uitgelegd dat er geen versoepelingen komen, eerste vraag: komen er nog versoepelingen? En het gaat erover hoe de mensen hebben gereageerd, over dat je opeens de hele dag thuis was met je vrouw en gezin. Voor het eerst hebben we allemaal hetzelfde meegemaakt. Het was niet hun probleem of van iemand anders, maar van ons allemaal.

Dat is het leuke van de show, iedereen weet waarover je praat.”

Hoe was het bij jou thuis?

“Ik vond het gezellig. Dat is het altijd bij ons, we maken er wel wat van. Ik ben liever ook gewoon aan het werk, maar als dat toch niet kan… Ik heb niets gemist eigenlijk, maar ik drink ook geen alcohol, ga zelden naar het café en ga zelden stappen. Ik werk alleen.”

Jij zit al jaren in lockdown. “Uitgaan is voor mij eten met vrienden. Ik heb alleen het theater gemist. Het theater, afspraken en weer naar huis. Dat is mijn leven."

Je hebt ook opgetreden voor dertig man. Wat deed dat met jouw spel, had je de energie van een volle zaal niet nodig?

“Het is anders spelen, maar niet onspeelbaar. Ik ben ooit ook begonnen met optreden voor dertig man, het zou raar zijn als ik nu zeg: ik kan het niet meer. Sterker nog, er waren tijden dat dertig een high five was. Soms zaten er twaalf, vijftien of achttien. De mensen zijn gekomen om te lachen, of dat er nou 12.000 zijn in de Ziggo Dome of dertig: ik heb dezelfde grijns en evenveel lol. Je moet de dingen omdraaien. Als er vroeger dertig man kwamen in een dorp waar ik nog nooit was geweest, dacht ik: de mensen hebben nog nooit van mij gehoord en toch vraag ik: koop een kaartje voor mij. Als dertig mensen uit zo’n dorp dat deden, was dat voor mij een volle zaal, hoor. Ik wilde die mensen mijn ambassadeur maken, ze zodanig vermaken dat ze de volgende dag op hun werk vertelden dat ze zo hadden gelachen bij Ra, Ro of Ru Vermeer ofzo. Als ie terugkomt, moet je zeker gaan. Als iedereen volgend jaar nog iemand meeneemt, zitten er al zestig. Zo zag ik het.”Snap je dan dat Youp van ’t Hek zegt dat hij echt 250 man publiek nodig heeft voor zijn oudejaarsconference, dat die echt nodig zijn om de show over te brengen?

“Ik geloof dat ie bij dertig man ook wel overkomt, als je materiaal maar goed is. Goed is goed. Maar waarom dan 250 en niet 200 of 260? Maar goed, dat is zijn ding, ik zou gewoon spelen voor dertig man. Ik wil nu ook best een show opnemen voor tv of dvd, dat is dan voor altijd een show van: weet je nog, coronatijd? Hij moet het juist doen voor dertig man, dan hebben we een oudejaarsconference die we nooit meer vergeten. Zo bekijk ik het…”

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_middle_article');

'You van 't Hek moet het juist doen voor dertig man, dan hebben we een oudejaarsconference die we nooit meer vergeten.'

e bent in 1999 naar Nederland geëmigreerd, hoe is het land veranderd in die twintig jaar?

“Het is heel erg veranderd. Als je puur naar mijn vak kijkt, kun je nog steeds alle grappen maken, maar je krijgt er steeds meer over te horen. Niemand pikt meer iets van niemand, dat is het gevoel. Ik maakte in mijn show een grap over Najib Amhali en Marokkanen en dan maakte hij weer een grap over mij en Surinamers, dat wist iedereen. Marokkanen, Surinamers; allemaal lachen. Laatst werd er zo’n grap uit 2003 ergens uitgezonden, kwam er alleen maar kritiek. Ik heb die grap twee jaar gespeeld, nooit iets over gehoord. Nu is het dan opeens: wat zegt hij over Marokkanen?! Ik verander niet, ik blijf die grappen maken, maar de manier waarop ernaar wordt gekeken is anders. Mensen zijn scherper, geïrriteerder. Laatst zette ik een filmpje op social media. Een dag na Rutte hield ik ook een persconferentie, want die maatregelen hadden consequenties voor mijn shows. Ik zei in de aanloop dat ik gebarentolk Irma had gevraagd en later dat ze had afgezegd en een vervanger zocht. Dat werd mijn zoon die gebaarde dat de shows niet doorgingen.

Hebben we hier opgenomen op kantoor, gewoon funny dacht ik. De meeste mensen op Facebook vonden het ook grappig, maar er waren er toch een paar bij die het flauw vonden dat ik gebarentolken belachelijk maakte. En het ging door, dat zeker ik als minderheid moest weten dat dit kwetsend is, ook Zwarte Piet werd er nog bijgehaald. Ik dacht echt: Jezus, zijn we daar beland? Is dat wat je ziet? Het is gewoon een filmpje, sketchje, maar daar zijn we dus nu.”

We zijn tegenwoordig nogal snel beledigd, waar sta jij in het spectrum? Vind je dat je overal grappen over kunt maken?

“Ja, maar je moet wel weten waar je het over hebt. Ergens iets van vinden of zelf iets hebben meegemaakt. Het grootste voorbeeld is voor mij altijd Micha Wertheim. Die heeft keelkanker gehad en toen hij terugkwam, maakte hij een show over die periode met grappen over kanker en kankerpatiënten. Ik zou ze nooit willen én kunnen maken, want ik weet niet waar ik het over heb. Maar hij heeft het zelf meegemaakt, als hij die grappen maakt, klopt het. Je moet geen grappen maken puur om te bespotten of te kwetsen, maar ik vind wel dat je alles bespreekbaar kunt maken. Het gaat erom hoe je het brengt. Ik ben niet van het beledigen, meer van het plagen. Maar dat hebben we uit het systeem gehaald. Dat begint al op school, tegenwoordig is alles pesten. Wij plaagden elkaar vroeger en die jongens zijn nog mijn beste vrienden omdat je weet: dit is de code. Mijn vriendschappen zijn zelfs gebaseerd op plagen. Als we bij elkaar zitten, is het nog steeds van: weet je nog toen jij dit en jij dat. Hebben we een topavond. Als je nu een grapje maakt, zegt de juffrouw gelijk: hou op, je mag niet pesten. Dat werkt overal door, we weten niet meer wat een grapje is en pikken niks meer.”

Zijn er onderwerpen die je mijdt? “Nee, als ik het ergens over wil hebben, heb ik het erover. Dingen die ik niet behandel, interesseren me dan gewoon niet. Zo heb ik het zelden over politiek, ik heb het liever over mensen onderling. De tegenstellingen tussen mannen en vrouwen, mijn kinderen, verschillende bevolkingsgroepen."

Benieuwd naar de rest van het interview? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het gratis op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws