doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Sportcolumn: 'Maradona had maar één hand van God, Danilo twee'

Elke week schrijven Panorama-verslaggevers Jochem Davidse en Micha Jacobs samen een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: de handen van God.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Sportcolumn: 'Maradona had maar één hand van God, Danilo twee'

Jochem Davidse

Maradona is dood. Na zo’n nieuwsbericht weet je gelijk dat je de rest van de avond met je telefoon in je handen zit. Om de reacties uit binnen- en buitenland te lezen, om niets te missen van de beelden uit Buenos Aires en Napels, en om het nieuws met vrienden en bekenden in tig verschillende appgroepen te bespreken en te verwerken. Alle verplichte kost zag ik die avond voorbijkomen. De Hand van God op het WK van 1986, die weergaloze solo in diezelfde kwartfinale tegen de Engelsen, het achteloze hooghouden op de klanken van Live is Life voorafgaand aan de halve finale van de UEFA Cup 1989, de massahysterie in Napels, die iconische foto waarop hij dreigend met de bal aan zijn voet tegenover zes doodsbange Belgen staat op het WK van 1982...

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Maar eerlijk gezegd is geen van die beelden het beeld waar ik aan denk wanneer ik aan Maradona denk.

Waarschijnlijk omdat ik daar te jong voor ben. Ik heb er geen herinneringen aan. Tijdens het WK van 1986 was ik tien. Ik kan mij niet herinneren dat ik het destijds gezien heb. Bovendien was Nederland er niet bij op dat WK in Mexico. Ik ging liever zelf voetballen.

Het is misschien een godslasterlijke bekentenis, maar als ik aan Maradona denk, dan zie ik in eerste instantie vooral een dikke vijftiger in een trainingspak door de HEMA slenteren. Met zijn toenmalige club FC Fujairah verbleef hij in de zomer van 2017 voor een trainingskamp twee weken in hotel De Brug in Mierlo. Daar stapte de levende legende op een dinsdagochtend onaangekondigd de HEMA binnen waar hij ruim een uur (!) op zijn gemak langs regenkleding, tompoucen, ondergoed, binnenbanden en douchegordijnen slenterde. Bij de kassa rekende hij uiteindelijk voor meer dan 400 euro (!) aan oer-Hollandse producten af, waaronder een donkerblauwe pyjama. De rookworst waar Maradona zijn oog op had laten vallen, besloot hij bij nader inzien te laten liggen nadat de 18-jarige caissière hem vertelde dat die ter plaatse helaas niet kon worden opgewarmd.

En het bizarre is: niets van het bovenstaande heb ik moeten googelen. Het hele tafereel van God in de HEMA fascineerde me blijkbaar zo dat ik elk detail ervan onthouden heb.

Stiekem hoop ik dat ze hem erin hebben opgebaard, in die donkerblauwe pyjama uit Mierlo. Of is dat heiligschennis?

Micha Jacobs

Ik had eigenlijk gehoopt dat je zou vragen waar ik was toen ik hoorde dat Maradona was overleden, maar dat geeft niet: ik vertel het je alsnog. Ik stond in de badkamer naar mezelf te kijken in de spiegel. Of beter gezegd: naar het levensgrote, kloppende en vol pus gezogen abces in mijn mond. Ik had al een week helse pijn bij mijn onderkaak, de straf voor het verwaarlozen van een afgebroken kies, en zag dat het niet best was.

Nietsvermoedend liep mijn vriendin de badkamer binnen.

“Maradona is dood,” zei ze terwijl ik met opengesperde mond voor de spiegel stond.

“Jammer dan,” antwoordde ik terwijl ik steeds verder door de grond zakte van de pijn.

Het drong eigenlijk helemaal niet tot me door wat ze zei.

Ik zag vooral dat mijn wang steeds groter werd, tot het punt dat die eruitzag alsof ik de boterhammen van die middag niet had doorgeslikt, maar in mijn wang bewaarde.

Ik belde met een tandheelkundige spoeddienst op een paar minuten fietsen van mijn huis.

Nog geen uur later lag ik in de stoel van tandarts Danilo.

Zijn naam en zijn tongval zeiden mij genoeg. “Uit Italië?” vroeg ik.

“Jazeker,” zei hij. “Uit Napels.”

O jee, dacht ik: een tandarts met verdriet.

“Gecondoleerd,” zei ik terwijl hij een beetje met zijn ogen begon te knijpen. Omdat hij een mondkapje droeg, kon ik aan zijn mond niet zien of hij mij vriendelijk toelachte of dat hij rouwde om de dood van zijn volksheld. Want dat was Maradona voor hem, zei hij. Net als voor zo goed als alle Napolitanen.

“Maradona zal nooit doodgaan,” zei Danilo, waarna hij een verdovingsspuit in mijn wang zette. Even dacht ik dat het een stille hint was dat ik gewoon mijn bek moest houden, maar niets was minder waar. Bij het horen van de naam Maradona fonkelden zijn ogen en prees hij hem de hemel in, de plek waar hij net was aangekomen. Hoe meer er over hem gesproken wordt, hoe meer hij leeft. En ook zal blijven leven, zei Danilo die daarna een mes in mijn abces zette en daarna met twee ferme rukken de restanten van de afgebroken kies en de wortels daarvan uit mijn kaak trok.

Ik voelde niets, alsof ik met goddelijke interventie van mijn kwalen was verlost.

Maradona had één hand van God, maar Danilo had er twee.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws