'Achteraf dacht ik weleens: had toch je smoel gehouden!'

De afgelopen zondagmiddagen kwam Adri van Tiggelen (63) als vanouds tackelend voorbij, maar zelf heeft hij amper naar alle terugblikken gekeken.
Adri van Tiggelen

Liever richt de 56-voudig international zich op zijn nieuwe klus. Komend seizoen is hij trainer van OSV Oud-Beijerland. De amateurclub uit zijn dorp die niet bepaald de status heeft van PSV of Anderlecht, de clubs waar hij speelde. “Je kunt je overal te groot voor voelen, maar dat zit niet in mijn karakter.”

Je stelde onlangs voor het AD een elftal met je beste medespelers samen, maar Romário stond er niet in. Was die niet goed genoeg?

“Die was wel goed genoeg, maar ik kan geen tien aanvallers opstellen, een elftal moet in balans zijn. En de één vond ik belangrijker dan de ander. Marco van Basten in dit geval. Buiten dat heb ik me genoeg geërgerd aan Romário.

Aan zijn houding, zijn manier van voetballen. Iedereen keek alleen naar zijn doelpunten en ja, hij was Braziliaans international, maar op de één val je, aan de ander erger je je. Dus als ik Van Basten en Gullit heb, heb ik geen Romário nodig. Ik kijk naar scorend vermogen, werklust en denken aan het teambelang. Dat laatste heeft hij nog nooit gedaan.”

Veel coaches zouden naast Gullit en Van Basten ook wel een plekje vinden voor Romário...

“Waar had ik hem neer moeten zetten? Links- of rechtsbuiten? Dan liep ie gelijk weg, hoor. Er zijn een hoop momenten geweest dat ik om zijn nek hing, dat hij iets voor je besliste, maar ik denk altijd: doe maar normaal. Hij deed waar hij zin in had. Had hij geen zin om te trainen, dan ging ie niet. Moesten we zwarte schoenen aan, dan kwam hij met gekleurde, bij wijze van spreken. Ik hou niet zo van zulke jongens, dus dat botste weleens. Al heb ik me er nooit zo mee bemoeid, daar zijn trainers voor. Als jij ze erin schiet, vind ik het best, dacht ik maar. Maar daardoor heb je wel minder binding. Dat is ook gewoon de voetballerij, je kunt niet met iedereen even goed opschieten. Het gaat erom dat als je op het veld staat, je voor hetzelfde bezig bent. De één legt daar meer energie in dan de ander. Kan ook niet anders, ik moest er meer voor doen dan Romário. Hij deed alles subliem, ik moest de ballen afpakken. Dat kost meer energie, maar dat maakt ook een elftal.”

Je kon je toch ook flink ergeren aan Van Basten?

“Ja, Marco was gemeen. Als ik tegen hem speelde, kon ik me daar zeker aan ergeren, maar Marco was wel een jongen die op de grote momenten aan het belang van het elftal dacht. Er gebeuren altijd wel dingen, maar die ben je ook gauw vergeten. Ik vind het geen ramp als iemand gemeen is, we hoeven niet allemaal lieverdjes te zijn.”

Dat was je zelf ook niet.

“Dat was ik niet, nee. Het is geven en nemen. Ik had er alleen moeite mee als jongens de kantjes er vanaf liepen. Dat was bij Marco nooit het geval.”

Je las zojuist een gratis preview. Benieuwd naar de rest van het interview? Dat lees je in de Panorama van deze week of via Blendle.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5f31ed55f14fc', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws