doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Sportcolumn: 'Een klaarkomen en gaan in Zandvoort'

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers samen een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: Zandvoort.
@media (max-width: 679px){#fig-6339669f37583 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6339669f37583 img{#fig-6339669f37583 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6339669f37583 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6339669f37583 img{#fig-6339669f37583 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6339669f37583 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6339669f37583 img{#fig-6339669f37583 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Micha Jacobs

Ik heb het woord zandhagedis nog niet horen vallen, dus ik ga ervan uit dat zondag weer de Grand Prix van Zandvoort wordt verreden, het grootste oranje orgasme van het jaar. Ik begreep dat Formule 1-liefhebbers standaard negen schone onderbroeken meenemen tijdens zo’n raceweekend – drie voor elke racedag – want een plakkende onderbroek zit natuurlijk niet lekker. Om van de remsporen nog maar te zwijgen.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Van Formule 1 raak ik over het algemeen nog minder opgewonden dan van twee neukende mieren in de ochtendzon, al moet ik toegeven dat ik tijdens de vorige race in Zandvoort een heel kleine siddering in mijn onderbuik voelde, ergens ver weg achter mijn endeldarm. Dat had óók met Max Verstappen te maken – selectief chauvinisme is mij niet vreemd – maar nog meer met het feit dat ik in een café in Kopenhagen zat met Deense, Britse en uiteraard ook Nederlandse Formule 1-fans – waar vind je ze niet? – en overspoeld werd door de oranje zee die bijna uit het beeldscherm spatte. Officieel zaten we nog in coronatijd, in het café hield iedereen nog netjes afstand, ook al hoefde dat niet van de Deense regering, maar op tv leek de ellende voorbij, scheen de zon, vloog een straaljager over het circuit met een sluier van onze driekleur achter zich aan en maakte er voor het eerst een Nederlandse coureur kans om de thuisrace te winnen en later de wereldtitel. Alles schreeuwde hoop en verlangen en op die euforie liftte ik mee, aangestoken door de entourage en het idee van ‘de terugkeer’.

Twee weken vóór ‘Zandvoort’ nam ik er alvast een kijkje om te zien of het al een beetje leefde. Bij de supermarkt in het centrum leek de loopband op een chicane, over de toegangspoortjes hing bij wijze van start- en finishlijn een kartonnen boog en waar je ook keek, overal zag je het hoofd van Max, uiteraard ook op de zuil voor de ingang van het circuit. Ik ben er sindsdien niet meer geweest, maar ik heb het idee dat het gehijg van vorig jaar, en zeker dat van Jan Lammers die twaalf keer in elke talkshow hetzelfde riedeltje oplas, inmiddels weer op een normale ademhaling lijkt. Waarschijnlijk omdat alle supermarkten en bedrijven hun marketingbudget bewaren voor het WK voetbal in november, maar toch: niet elke dag Max in je mik is een verademing, zeg ik als liefhebber van twee wielen in plaats van vier.

Volgens mij woon jij op kruipafstand van het circuit: heb je al oordoppen in huis en heb je een extra setje boxershorts gekocht?

Edwin Struis

Toen ik laatst Dimpel uitliet, en een mede-hondeneigenaar me trots kwam melden dat hij een kaartje had bemachtigd voor een of andere kwalificatietraining voor de Zandvoortse GP, dus niet eens voor de race op zondag, kon ik een schamper lachje niet onderdrukken. De man keek me onderzoekend aan, met een blik van: iedereen houdt toch van de Formule 1? Ik kon hem snel uit de droom helpen. Sterker, als komende zondag een tsunami dat hele patserige circus opslokt, gaarne inclusief huisjesmelker prins Bernhard, of als de aarde opensplijt onder het circuit, zal een zucht van verlichting opstijgen in huize-Struis. Gelukkig, daar zijn we ook weer vanaf. Met als bonus dat dat foeilelijke Zandvoort, waarbij vergeleken Albanese badplaatsen architectonische hoogstandjes zijn, weer van de grond af opgebouwd kan worden.

Vorig jaar werd onze mooie stad Haarlem al overspoeld door Formule 1-fans, die zoals we weten uit hun gedrag tijdens andere GP’s, niet het meest fijnzinnige publiek ter wereld is. Laatst tijdens de grand prix van Oostenrijk borrelde uit het afvoerputje van de samenleving weer veel racisme, seksisme, homofobie en ander grensoverschrijdend gedrag omhoog. Je schaamt je af en toe te pletter voor dit soort gedegenereerden in hun oranje ondergoed.

En dat loopt allemaal in een bonte stoet achter gasgeefgoeroe Max Verstappen aan. Ik vind het prima dat dat ventje fijn presteert in zijn bolide, maar ik zou het geen rolmodel willen noemen. Gezien zijn vaak monosyllabische uitspraken kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat zijn wereld zo’n beetje ophoudt een centimeter achter de vangrail. Waar voorganger Lewis Hamilton nog weleens op een uitspraak te betrappen valt die een bredere kijk op de wereld verraadt, komt Max niet verder dan wat gemeenplaatsen. Wat uiteraard prima aansluit bij de belevingswereld van zijn fans, dat moet ik hem nageven.

Dus nee, hier worden de dagen niet bepaald afgeteld tot het gedoe weer losbarst. Compleet met filevorming, afgesloten (!) spoorwegovergangen en licht- tot zwaarbenevelde eencelligen die allemaal denken dat ze Max zijn. Gelukkig heeft mijn grote vriend Bart juist dit weekend uitgekozen om te gaan trouwen. Zelfs Vlaardingen is dan een lustoord vergeleken met dit door benzine- en alcoholdampen geteisterde stukje Kennemerland. Ik ben hem nu al eeuwig dankbaar.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws