De val van 'Het Varken' - Amsterdamse connectie van de Italiaanse Maffia opgepakt in Brazilië

De val van 'Het Varken' - Amsterdamse connectie van de Italiaanse Maffia opgepakt in Brazilië

Terwijl hij in Brazilië werd gearresteerd op verdenking van drugshandel, viel de Nederlandse politie zijn huis in Amsterdam binnen. Aldo G. was jarenlang de hoofdstedelijke connectie van de maffia uit zijn geboortestreek en werd als ‘het varken’ binnen de organisatie gezien. Hoe een restauranthouder aan de gracht, in Nederland ooit veroordeeld voor een tweevoudige moord, zich ontpopte tot internationaal cokehandelaar.

Het zijn schilderijen van de misdaadfilms The Godfather en Scarface die agenten op 2 februari van dit jaar aantreffen in een woning van Aldo G. in Amsterdam. Het team van de ‘Quick Response Unit’ doet de inval in opdracht van het Anti Maffia-team van de Nederlandse politie. Ze helpt mee met de afronding van een tweejarig internationaal onderzoek naar een drugslijn tussen Brazilië, Nederland en Italië. Aldo G. zelf is er niet. Die wordt in verband hiermee aangehouden aan de andere kant van de wereld, in Brazilië. Tijdens de operatie – onder de codenaam Skipper – worden 26 arrestaties verricht, waarvan de meeste in Italië. Ook vindt de politie op verschillende locaties 25 kilo cocaïne, 90.000 euro in cash, en meerdere vuurwapens. Ze legt beslag op 4 miljoen euro. Het is geen onschuldig clubje, waartoe G. lijkt te behoren. En kennelijk is hij zelf ook geen kleine vis.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Aldo kijkt boos en hij lijkt verbitterd op de beelden waarop te zien is hoe hij na zijn arrestatie wordt afgevoerd door de Braziliaanse Federale politie. Dagenlang hebben agenten gepost voor de luxe ‘fazenda’ in het door G. ontwikkelde nieuwbouwcomplex in de toeristische kustplaats Recife. Zijn villaparkje zou zijn gebouwd met het witgewassen geld uit de drugshandel.

Vanwege een uitgebreid videobewakingssysteem kunnen de politiemensen niet direct binnenvallen bij hun doelwit. Maar als G. na een paar dagen met de auto de poort uitrijdt, is het raak. Hij wordt ingerekend. Een kolonne SUV’s brengt Aldo G. naar het bureau.

Op dat moment ligt het Italiaanse uitleveringsverzoek voor G. al ingevuld op de tafel van de rechter. Hij zal binnenkort ongetwijfeld onvrijwillig terugkeren naar zijn geboorteland.

De vriendelijke en ook Portugees sprekende Mr. Aldo, zoals hij in zijn buurt bekendstaat, dacht het voor elkaar te hebben in Brazilië. Maar kennelijk is hij toch niet zo onaantastbaar als hij zich waande.

De Vierde Maffia

Alduino G. wordt in Italië geboren op 8 april 1962. Hij groeit op in een stadje in de regio Apulië, op de kaart gelegen in de punt van de hak van de Italiaanse laars. Tijdens zijn jeugd verlaat Aldo’s familie het straatarme zuiden van Italië, om in Duitsland te gaan wonen.

Op zijn 12de jaar gebeurt er iets ingrijpends in zijn leven. Zijn vader sterft aan kanker. Een jaar daarna verlaat hij de middelbare school, waarna hij gaat werken in de fabriek, en later in de horeca. Op zijn 20ste vertrekt Aldo naar Nederland, waar hij in Amsterdam als restaurateur begint te werken. Hij runt een Chinees restaurant, en opent later een eigen Italiaanse trattoria met de naam Le Delizie, op de Vijzelgracht. Als dat succesvol blijkt, opent hij er later nog eentje, in Amsterdam- Zuid. Hij woont met zijn vrouw en drie kinderen in Amstelveen.

Maar G. is dan al niet bepaald smetvrij. Voor de smokkel van coke wordt hij in België in de jaren negentig tot zeven jaar celstraf veroordeeld. In de gevangenis komt hij in contact met criminelen uit zijn oude geboortestreek, die hem later bezoeken in Amsterdam. In die geboortestreek is in die tijd net een aparte tak van de maffia ontstaan: de Sacra Corona Unita (SCU), ook wel de ‘Vierde Maffia’ genoemd (naast de Cosa Nostra op Sicilië, de ’Ndrangheta in Calabrië, en de Camorra in Napels). De SCU is een criminele organisatie die in die jaren uit ongeveer tweeduizend leden bestaat. Ze maken zich over het algemeen schuldig aan drugssmokkel, vrouwenhandel, de handel in wapens en fraude.

Steunpunt Amsterdam

Als de ‘mannen van eer’ van de SCU steeds meer worden opgejaagd in de strijd tegen de maffia in Italië, ontdekken zij in de jaren negentig Amsterdam als geschikt onderduikadres. In Amsterdam is het restaurant van Aldo voor hen al snel een populair ‘steunpunt’.

Met als gevolg dat Aldo in contact komt met een op de vlucht geslagen Italiaans maffialid. Zijn naam is Giuseppe Lezzi. Deze heeft het niet goed met de restauranthouder voor. Hij zet hem onder druk en begint Aldo zijn geld af te pakken. Ook wil hij zijn restaurants van hem overnemen.

Even lijken Aldo’s kopzorgen verdwenen als Lezzi wordt opgepakt en in de Nederlandse cel belandt. Maar Aldo krijgt daarop te maken met een nog gewelddadiger kopstuk van de organisatie, genaamd Filippo Cerfeda. Een man die de bijnaam ‘Saddam’ draagt en die van zichzelf zegt dat hij zonder problemen moorden pleegt. Hij zou in Italië al zo’n twintig mensen om het leven hebben gebracht.

Tegenover de Italiaanse justitie windt hij er jaren later, als spijtoptant in een maffiaproces, geen doekjes om: “Wanneer ik iemand wilde vermoorden, was dat in één seconde voor elkaar.” In Amsterdam maakt hij zijn gewelddadige naam waar.

De schutters maken de Fiat Punto, waar het bloed van de slachtoffers nog op zit, schoon in de garage van Aldo. Bij gebrek aan water gebruiken ze bier

Doorgesnoven

Aldo G. wordt ook in zijn relatie met Cerfeda vernederd. De crimineel gebruikt een restaurant van G. als clubhuis, waarbij niet altijd voor het eten wordt betaald, en nog weleens een greep in de kassa wordt gedaan. G. verklaart later voor een rechtbank dat hij bang was voor de altijd doorgesnoven Cerfeda en zijn entourage. Hij noemt hem gevaarlijk en giftig. “Ik kon hem maar beter te vriend houden, want hij was gestoord.”

De leden van de SCU kunnen in die tijd hun geluk trouwens niet op in Nederland. Ze bezoeken aan de lopende band bordelen, houden er meerdere vriendinnen op na, terwijl de Nederlandse justitie ze in hun criminele activiteiten geen strobreed in de weg legt.

In verhoren van de latere ‘pentito’ Cerfeda verbazen de Italiaanse rechters zich er ook over dat de criminelen de coke waar ze in handelen gewoon in tassen in huis bewaren, zonder dat ze bang hoeven te zijn voor invallen. Het enige praktische probleem dat maffiosi in die tijd beschrijven, is de Amsterdamse wielklem. De criminelen klagen erover dat ze auto’s waarin ze wapens of drugs verstoppen, continue van parkeerplaats moeten verwisselen, om niet weggesleept en gesnapt te worden door de parkeerpolitie.

Het villaparkje van Aldo G. in Recife.

Nieuwe drugslijnen

Het is rond 2000 dat G. samen met Cerfeda een tripje maakt naar Brazilië, waar hij de eerste contacten legt voor de latere drugslijnen.

De Portugees sprekende G. houdt van de exotische sfeer in dat land.

Hij komt er tot rust, maar doet er ook aan ‘hoeren en snoeren’.

Het duurt niet lang voordat de eerste drugstransporten vanuit Brazilië naar Nederland zullen worden uitgevoerd. Maar al snel gaat het helemaal mis, als het geweld tussen de afzonderlijke maffialeden gruwelijk uit de hand loopt. Eerst is het Giuseppe Lezzi die in een woning aan de Churchilllaan door de secondanten van Cerfeda om het leven wordt gebracht. Lezzi was vlak daarvoor door zijn clangenoten bevrijd uit de gevangenis in Veenhuizen. Zijn straf zat er bijna op, maar hij vreesde te worden uitgeleverd aan zijn moederland, en ontsnapte daarom.

Cerfeda is vervolgens niet blij met de terugkeer van Lezzi in de stad.

Want die laatste probeert om zijn positie te heroveren, inclusief de cocaïnelijn die Cerfeda runde.

Maar Lezzi’s comeback duurt dus niet lang. Hij wordt in zijn huis in een hinderlaag gelokt en doodgeschoten, met een pistool met een geluiddemper.

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws