doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'Soms droom ik dat ik een banaan eet'

Sinds zijn aanvaring met de politie droomt Michiel regelmatig dat hij een banaan eet en erin stikt. En dat is geen pretje.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'Soms droom ik dat ik een banaan eet'

Soms droom ik dat ik een banaan eet,” zegt Michiel* (23).

De rechter schiet spontaan in de lach. Hij is ook maar een mens. Het is een zin die je misschien zou verwachten in een kinderprogramma of in een absurdistisch toneelstuk, maar in een strafzaak zie je hem zo 1-2-3 niet aankomen.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Neemt u mij niet kwalijk,” verontschuldigt de rechter zich.

“U lacht erom,” zegt Michiel, “maar zo grappig is het niet. Soms droom ik dat ik een banaan eet en dat ik erin stik. Dat zijn afschuwelijke dromen.”

“En die dromen had u voorheen niet?” informeert de rechter die moeite heeft het verband te zien omdat er in het hele dossier geen enkele banaan voorkomt.

“Die dromen had ik voorheen niet, nee,” antwoordt Michiel. “En voorheen had ik ook geen slaappillen nodig om ’s avonds in slaap te komen. Dit hele gebeuren heeft een enorme impact op mij gehad. Ik kan nog steeds niet geloven dat de politie mij zó behandeld heeft. Ik ben nog nooit met zoveel geweld in aanraking gekomen. Ik was doodsbang voor die agenten. En nog steeds. Als ik nu een straat in fiets en ik zie politie dan draai ik om en neem ik een andere route. Ik kan daar...”

“Gaat het?” vraagt de rechter.

Drilboor

Het valt niet langer te ontkennen. Michiel trilt over zijn hele lichaam. En dan niet zachtjes, nee, alsof hij een drilboor vast heeft, zo hevig gaat het tekeer.

“Het gaat wel hoor,” zegt Michiel. “Beetje gespannen.”

Michiel zat laat op de zaterdagavond in een snackbar te eten toen er een oude bekende van hem binnenkwam die hem zonder veel omwegen een klap voor zijn kop gaf. Toen hij van de schrik bekomen was en de achtervolging wilde inzetten, was zijn belager nergens meer te bekennen. Wel zag hij op de hoek van de straat vier agenten staan.

Bij hen deed hij zijn beklag over de mishandeling, hij wilde aangifte doen, maar de agenten leken hem niet erg serieus te nemen en sommeerden hem te vertrekken. In plaats daarvan vroeg Michiel naar hun dienstnummers, zodat hij later zijn beklag over hen kon doen. Die kreeg hij niet. Nogmaals werd hij dringend verzocht zich uit de voeten te maken. Tevergeefs. Demonstratief pakte Michiel zijn telefoon en begon hen te filmen, waarop voor de agenten de maat vol was. De prent die ze uitschreven (140 euro wegens hinderlijk gedrag) werkte als een rode lap op een stier. Nu ontplofte Michiel pas echt. Volgens de officier van justitie maakte hij zich schuldig aan belediging (‘Vuile kankerhoeren’), aan het ‘tijdelijk onklaar maken van een dienstjas’ (door erop te spugen) en aan wederspannigheid (door zich allesbehalve vrijwillig in de boeien te laten slaan).

Het beledigen en het spugen ontkent Michiel niet, maar dat hij zich moedwillig tegen zijn arrestatie verzet zou hebben, ontkent hij stellig. Het was pure angst.

“Die agenten gebruikten zoveel geweld dat ik echt dacht dat ik doodging,” zegt hij met een trilstem alsof hij over kasseien fietst. De rechter weet genoeg.

“Over het optreden van de vier agenten kan ik niet oordelen,” zegt hij, “maar aan hun verklaringen over uw gedrag twijfel ik niet. Daar zie ik geen enkele reden voor.” Uitspraak: 30 uur taakstraf.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

Laatste nieuws