Exoten op een fiets en op ski's

Elke week schrijven Panorama-verslaggevers Jochem Davidse en Micha Jacobs samen een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: exoten in de kou.
Tonga

Jochem Davidse

In de schemering van 25 maart 2016 doolt een wielrenner uit Eritrea klappertandend door de Vlaamse Ardennen. Net als tweehonderd andere renners is Mekseb Debesay eerder die dag van start gegaan in de E3 Harelbeke. Het is zijn allereerste koers in Vlaanderen. De verwachtingen zijn laag gespannen. Finishen. Ervaring opdoen. Dat eerste lukt helaas niet, het tweede ruimschoots. Diep in de wedstrijd zit Debesay te sterven in het laatste wiel van een ver achterop geraakt groepje, wanneer hij de renners voor zich ineens en bloc rechtsaf ziet slaan, het parcours af.

Debesay vermoedt dat zij vroegtijdig hun warme hotel gaan opzoeken, maar zo zit hij niet in elkaar: hij moet en hij zal de koers uitrijden.

Waar het daarna precies misgaat is onduidelijk, maar ergens verderop volgt de arme Eritreeër een verkeerde pijl, verlaat ongemerkt het parcours en verdwaalt daarna hopeloos. Wanneer een bezorgde Belg hem uren later aanspreekt, overstijgt het aantal kilometers op Debesays fietscomputer dat van de wedstrijd E3 Harelbeke ruimschoots. Hij heeft geen idee waar hij is of waar hij is geweest, vertelt de coureur in slecht Engels, maar hij zou graag terug willen naar zijn hotel in Harelbeke. “Naar welk hotel?” vraagt de Belg, maar ook op die vraag haalt Debesay zijn schouders op. Een lang verhaal kort: later die avond vindt zijn ploegleider de vermiste renner (hij is door zijn team daadwerkelijk als vermist opgegeven) terug in een arbeiderswoning in Sint-Maria-Lierde. In een veel te groot, geleend joggingpak en met een bord dampende spaghetti op schoot.

Afgelopen week viel er zomaar ineens een extra editie van Bahamontes op mijn deurmat, het onvolprezen Vlaamse wielertijdschrift dat in Nederland veel te weinig bekendheid geniet.

Elk nummer staat bomvol foto’s die je thuis ogenblikkelijk aan je muur zou hangen (als je vriendin je niet tegenhield) en parels van anekdotes die je meteen ongevraagd hardop zou willen voorlezen (als je vriendin je niet tegenhield). Het verhaal over Debesays avontuur eindigt zo: hoeveel vermiste renners dwalen er op dit moment nog rond in de geografische flipperkast van de Vlaamse Ardennen? Wie weet duikt er op de Wolvenberg straks een uitgehongerde Burkinees op, met een baard tot op zijn voorwiel? Zeg nou eerlijk: daar word je toch een stuk vrolijker van dan van zo’n zielloze pot Duits spookvoetbal?

Micha Jacobs

Exoten in de sport zijn altijd goed voor een aardige anekdote, niet alleen in het wielrennen. Zo kan ik me herinneren dat er tijdens de laatste Olympische Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang opeens een inwoner van Tonga meedeed op het onderdeel langlaufen. Nu weet ik niet of je weet waar Tonga precies ligt, maar de mensen lopen daar rond in rieten rokjes. Vrouwen én mannen.

Sneeuw kennen ze daar niet, laat staan twee lange latten die aan je voeten vastzitten om bij temperaturen onder nul mee door een wit landschap te ploegen. Pita Taufatofua heet de beste man, een naam die klinkt als een exotisch broodje. Twee jaar daarvoor deed hij als taekwondoka mee aan de Olympische Zomerspelen in Rio de Janeiro waar hij vooral opzien baarde door als vlaggendrager van zijn eilandenrijk met ontbloot en geolied bovenlijf het stadion te betreden.

Die beelden had ik ook nog op mijn netvlies staan, des te verrassender vond ik het dat ik hem twee jaar later opeens door de Zuid- Koreaanse sneeuw zag harken.

Hij wilde iets doen wat onmogelijk leek, schijnt hij tegen zichzelf te hebben gezegd. 26 kokosnoten per minuut uit een boom schieten of in recordtempo een dozijn barracuda’s aan zijn speer rijgen, dat was hem allemaal te makkelijk. Nee, hij moest en zou de sneeuw in en dan wel om de moeilijkste sport die hij zich maar kon voorstellen te beoefenen: langlaufen. Hij had beelden gezien van langlaufers die meer dood dan levend over de finish kwamen, dat wilde hij ook weleens proberen. In zijn zwembroek toog hij naar het strand waar hij met twee stukken hout onder zijn voeten door het zand trok om de basistechniek onder de knie te krijgen. Voor de rest trainde hij met rolski’s op een asfaltweg. Wonder boven wonder wist hij zich tijdens een wereldbekerwedstrijd in IJsland – groter wordt het contrast volgens mij niet – te plaatsen voor de Winterspelen waar hij, en dat is misschien nog wel een groter wonder, niet als laatste eindigde op de 15 kilometer freestyle. Hij liet onder meer een Colombiaan, een Mexicaan en een gediskwalificeerde Chinees achter zich.

Toen jij Mekseb Debesay noemde dacht ik meteen: zou Pita ook kunnen fietsen? Als hij zo van uitdagingen houdt, is een natte Parijs-Roubaix in het najaar misschien wel iets voor hem.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5f035540c529e', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws