Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Top 40-legende Erik de Zwart (longread)

In de veertig jaar die Erik de Zwart (60) nu in het vak zit maakte hij van alles mee. De mooiste anekdotes liet hij optekenen in het boek 40 Topjaren. Hierin is hij uitgesproken over zichzelf én de artiesten die hij ontmoette.

https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback2.png

 

In het voorwoord van 40 Topjaren schrijft Angela Groothuizen dat je tot op de dag vandaag een jongetje bent gebleven met een klein transistorradiootje. Heeft ze gelijk?

“Dat denk ik wel, ja. Zo is het voor mij ook begonnen: hoe werkt zo’n transistorradio? Ik ben altijd met techniek bezig geweest en vroeg me af hoe diskjockeys die platen zo precies achter elkaar aan konden laten lopen. Je had nog geen internet, dus je moest alles zelf uitvogelen. Dat was al een prachtige ontdekkingsreis en anno 2018 ben ik nog steeds bezig met de nieuwe mogelijkheden van internet.”

Angela Groothuizen is ook je ex. Twee van die grote ego’s bij elkaar werkte niet, zeg je. Dat durven niet veel mensen over zichzelf te zeggen, dat ze een groot ego hebben.

“Maar dat was toen zo. Angela was druk met haar carrière bij de Dolly Dots en ik was bezig als diskjockey en op tv. We woonden in de Waalstraat in Amsterdam en die was soms een tikkie te klein voor ons, want zulke grote ego’s moeten wel de ruimte hebben om te groeien, toch? In dit vak moet je wel een beetje kunnen relativeren en zelfspot hebben, anders ben je er niet geschikt voor. Ik denk niet dat ik net als Dotan liefdesbrieven naar mezelf had gestuurd. Je moet het allemaal met een korreltje zout nemen, het is maar showbusiness, hè.”

Hoe is het nu met dat ego?

“Dat valt mee. Ik ben nu wat ouder en sta niet meer zo in de belangstelling, dus ik kan er met een afstand naar kijken. Iedereen boven de 30 heeft nog wel iets van mijn tv- en radiocarrière meegekregen, daaronder hebben ze geen idee wie ik ben. En dat is prima. In de prime van mijn carrière vond ik het wel mooi om herkend te worden. Is ook een stukje erkenning en bevestiging van het werkt dat je doet. Het was ook niet het belangrijkste, maar het speelde wel mee.”

In het boek noem je jezelf ‘een echte hoer’, qua muziek. Wat bedoel je daar precies mee?

“Dat het mij allemaal niet zoveel uitmaakt. Als diskjockey moest je vroeger het verschrikkelijke woord credible zijn. Als je niet af en toe een gitaarplaatje draaide, telde je niet mee. Heb ik altijd zo’n lulkoek gevonden. Je moet gewoon draaien wat goed is en de mensen willen horen. Er zijn zat collega’s geweest die draaiden wat zij leuk vonden, of iets waarvan ze het belangrijk vonden dat het volk dat zou horen. Dat missionarisgelul heb ik nooit gehad. Ik hou zelf van Pink Floyd, maar dat heb ik mensen nooit opgedrongen. En ik ben niet te vangen voor één muzieksoort. Ik schaam me er niet voor dat ik Sunny van Boney M. een leuk nummer vind.”

Een groot gedeelte van het boek gaat over de geschiedenis van de Top 40. Wat spreekt je daarin zo aan?

“Ik ben ermee opgevoed en ik vond dat het ultieme radioprogramma, de afsluiting van de week. Het was meestal ook het best beluisterde programma en iedere diskjockey is ambitieus, iedereen wil de beste en beroemdste zijn. De Top 40 is een heel goede manier om daar vrij rap te komen. Ik ben er ontzettend trots op dat ik het dertien jaar heb mogen doen.”

Je bent nog steeds voorzitter van de Top 40. Kun jij als 60-jarige die commerciële muziek van nu nog waarderen?

“Sommige wel, sommige niet. Mijn twee dochters hebben er nu meer verstand van dan ik, maar dat is ook niet het belangrijkste. Je moet wel geïnteresseerd zijn in nieuwe muziek, maar het gaat meer om de methodiek. Hoe stel je de hitparade nou samen? We kijken vooral naar de gedragingen van de jeugd. Spotify, Apple Music, YouTube, de airplay van de radiostations die zich op de jeugd richten; nemen we allemaal mee.”

Je beweert dat het belang van de Top 40 nu misschien nog wel groter is dan twintig jaar geleden. Dat vind ik moeilijk te geloven.

“Dat zegt iedereen van jouw generatie. Ik heb die vraag al zo vaak moeten beantwoorden… Als je zelf over de leeftijd van de Top 40 bent, denk je dat die niet meer bestaat. Dat is als je ongeveer 30 bent geweest, dan zijn er andere prioriteiten in je leven. Maar ik kan je vertellen dat we iedere maand 700.000 unieke bezoekers hebben op de site. Het maximaal aantal gedrukte exemplaren dat vroeger naar de winkels ging was 160.000. Dan werd het nog wel door meer mensen gezien en de lijst werd ook in kranten afgedrukt, maar met alle publiciteit die we nu hebben, gaat het al snel naar een miljoen mensen die de lijst iedere maand wel een keer ziet. En het is nog steeds het best beluisterde programma op de vrijdagmiddag, dat is niet veranderd, hoor. Mensen willen toch weten wat er op één staat, dat is een soort afsluiting van de week in een land vol dominees.”

Over André Hazes zeg je: ‘Om daar nu een nationale held van te maken… Laten we dingen niet mooier maken dan ze zijn.’ Je snapt zijn status niet?

“Die snap ik heel goed. Zijn muziek leent zich ervoor, maar ik probeer in het boek ook een beetje te relativeren. Ik heb hem een aantal keren in verschillende fases van zijn leven meegemaakt. Hij wist zelf ook niet wat hem allemaal overkwam en dat het leven dat hij heeft geleden uiteindelijk z’n tol begon te eisen, vond ik niet zo raar. Ik maakte altijd de grap dat die kist in de Arena op vier kratjes Heineken stond. Want daar was zijn succes voor een deel wel op gebouwd.”

Maar voor jou is het geen nationale held?

“Jawel, dat is hij voor mij ook. Maar als je kijkt wat er om hem heen is gebeurd in zijn privé- en gezinsleven, heeft hij er toch een beetje een teringzooi van gemaakt. Ik denk dat de vrouwen en kinderen in zijn leven het niet zo makkelijk hebben gehad. Dat is altijd de tegenstrijdigheid in het leven: aan de ene kant vinden we het allemaal heel erg mooi, aan de andere kant zijn we dominees en missionarissen die vertellen dat je niet te veel mag drinken en dit en dat niet mag doen. Dat klopt dan effe niet, hè.”

 

Er zullen vast meer mensen zo denken over Hazes, maar bijna niemand durft het uit te spreken.

“Dan kan dat van de bucketlist af, haha! Nou ja, zo heb ik het ervaren en ik denk dat ik recht van spreken heb, omdat ik hem wat beter ken dan alleen van de buis. Ik heb ook heel leuke momenten met hem beleefd en vreselijk om hem gelachen. Hij had zó’n ongelofelijke hekel aan andere artiesten. Ik dacht dan altijd: man man man, waar maak je je druk om. Hij haatte Rob de Nijs. Voor een televisieprogramma deed Rob stemoefeningen. Heel verstandig, daarom is hij nu nog altijd goed bij stem. Ging Hazes dat opeens ook doen. Stonden die twee tegenover elkaar in te galmen, vanuit twee verschillende kleedkamers. Te grappig en kinderachtig voor woorden, maar wel erg leuk om bij te zitten.”

Je bent een van de weinige Nederlanders geweest die Freddy Mercury heeft geïnterviewd. Je zegt daar ‘best een beetje trots op te zijn’. Volgens mij ben je er enorm trots op…

“Constant Meijers mocht ook een televisie-interview doen, maar toen liep Mercury al na één vraag weg. Hij gaf sowieso niet zo veel interviews en ik heb hem een hele avond mogen spreken, toen hij een soloproject had en in München woonde. Het was natuurlijk een heel bijzondere man, een begenadigd muzikant. Doodzonde dat hij veel te kort heeft geleefd.”

Is dat je indrukwekkendste ontmoeting geweest?

“Dat denk ik wel, maar ik heb best veel grote artiesten een handje mogen geven. Tina Turner, Joe Cocker, Donna Summer, noem maar op. Ontzettend leuk om mee te maken. Ik heb het altijd prachtig gevonden om een paar woorden te wisselen met iemand die wereldberoemd was.”

En hoe was dat andersom?

“Ik heb geen idee, haha! De eerste keer dat ik Freddy Mercury sprak was voor de radio. We waren uitgenodigd door de platenmaatschappij en het was in een trein. Ik mocht alleen absoluut geen vragen stellen aan Mercury, maar die zat wel naast me. Maar ik moest natuurlijk wel met iets thuiskomen. Dus ik begon tegen Brian May: Wat vindt Freddy daarvan? En wat vindt Freddy ervan dat je dat zegt? Toen werd ie wakker, pakte de microfoon en zei: You fucking twat! Dus ik zeg: Thank you, I got my quote. Hij begreep ook wel dat het een flauw trucje was, maar het werkte wel, want daarna kreeg ik overal antwoord op.”

 

Je zegt dat Nederlandse artiesten korte lontjes hebben, ‘stuk voor stuk’. Wie heeft de kortste?

“Hij heeft net een boek met korte lontjes volgeschreven. Dat is Gordon, duidelijk.”

Over jou stond erin dat je de manager was van zijn concurrent bij een talentenjacht terwijl je in de jury zat. Daar heeft hij je een schadevergoeding voor moeten betalen, maar wat kan jou het schelen wat Gordon uitkraamt?

“Het was een feitelijke onjuistheid. Die talentenjacht zou doorgestoken kaart zijn, en nou, dan moet je met bewijzen komen. Kwam zijn advocaat met een artikel uit Privé uit 1989 waarin dat al werd ontkracht. Dat was dan zijn onderbouwing… Ik laat me gewoon niet voor leugenaar uitmaken, ben ik iets te veel Amsterdammer voor. En zeker niet door hem.”

Waarom zeker niet door hem?

“Omdat hij ook Amsterdammer is, en hij denkt maar dat ie alles over iedereen kan zeggen. Een heleboel mensen hebben het laten zitten en dat is ook prima, maar ik niet. En betalen. Dat heeft hij keurig gedaan en daarmee was de zaak voor mij ook klaar. Maar dit was al de tweede keer dat hij zoiets flikte. Een paar jaar geleden heeft hij geprobeerd de Top 40 zwart te maken. We waren de maffia en zo en we werden door platenmaatschappijen omgekocht om bepaalde nummers in de Top 40 te krijgen. Hebben we hem vriendelijk verzocht om met bewijzen te komen voor die beweringen. Dat kon hij niet, dus die keutel heeft hij ook in moeten trekken. Hij dacht zeker: ik ga even door op De Zwart, maar dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.”

Iets heel anders: de liefde voor treinen spat van bijna iedere pagina af.

“Die is er al vanaf mijn jeugd. Mijn oom had een baan op zolder, daar zat ik altijd. Ik vond dat mooi, een soort droomwereld. Mijn oom heeft voor mij ook een baan gebouwd op een klaptafel, kon ik in mijn kamer rondrijden met die treintjes.”

Maar toen je een jaar of 12 was, kwam je erachter dat je met treintjes geen meisjes versierde en gingen ze de deur uit.

“Toen was ik er meer mee bezig om diskjockey te worden en heeft mijn oom hetzelfde hout gebruikt om een studiootje voor me te timmeren. Later zijn de treintjes weer helemaal terugkomen. Ik ben nu bezig met het opzetten van een platform: 24trains.tv. Daar moet je alles kunnen vinden over treinen en treinreizen. Daarom wil ik nu ook geen radioprogramma meer, ik wil vijf dagen per week bezig zijn met dat platform.”

Wat wil je ermee bereiken?

“Nou, ik constateerde dat het er gewoon niet is. Ieder jaar maak ik met mijn treinmaatje, Paul van de Lugt, de oude zendercoördinator van 3FM, een mooie treinreis door Zwitserland. Toen hadden we al zoiets van: dit is zo mooi, dit zouden we eigenlijk moeten filmen. Zo is het idee ontstaan. Het is gewoon heel relaxed om met de trein te reizen, het heeft een zekere romantiek. Je ziet veel meer van het landschap, óók in Nederland. Er is heel veel te vinden over treinreizen op YouTube, maar er zijn nog veel meer mooie programma’s die daar niet op staan. We proberen die content te pakken te krijgen en dat steeds verder uit te bouwen.”

Maar misschien is er een reden dat het nog niet bestaat…

“Het is een niche en je ziet dat die steeds belangrijker worden. Dat begon al met 24Kitchen, maar er zijn nu ook een aantal kanalen die zich enkel richten op de paardensport. Er zal ongetwijfeld ook een viskanaal komen. Dat is ook de reden dat de lineaire televisie het steeds moeilijker heeft, de consument wil met één knop kunnen vinden waar die naar op zoek is. Ons treinenplatform zal geen miljoenenpubliek trekken in Nederland en dat is ook helemaal niet de bedoeling. Maar wereldwijd wél. As we speak wordt de website vertaald naar het Engels en Duits.”

Je hebt een indrukwekkende baan door je tuin lopen. Zit je daar dan met die treintjes te spelen?

“Dat is geen spelen! Het is de techniek, het knutselen. Ik ben al zo lang met die baan bezig. Ik heb ook elektronica en een softwareprogramma dat ervoor zorgt dat alles rijdt. Als dat dan allemaal lekker loopt en ik zit met een biertje of wijntje in de zon en er komt af en toe een treintje voorbij, vind ik dat heerlijk. De rust in mijn verder hectische leven haal ik daar helemaal uit.”

Wie is Erik de Zwart?

Geboren: 16 juni 1957 (Amsterdam)

Carrière: Hij begint zijn radioloopbaan in 1978 bij de piratenzender Radio Unique. Wordt al jong opmerkt door Veronica, waar hij ook televisieprogramma’s als Nederland Muziekland en Countdown presenteert. Daarnaast praat hij op radio en televisie dertien jaar de Top 40 aan elkaar, wat hem de bijnaam ‘Mister Top 40’ oplevert. Dat deed hij onder meer op muziekzender TMF. Hij is nog altijd voorzitter van de Stichting Nederlandse Top 40. Samen met Lex Harding is hij in 1992 oprichter van Radio 538. Later keert hij terug bij Veronica. Momenteel is De Zwart niet meer te horen op de radio, maar druk met het opzetten van 24trains.tv, een platform voor treinliefhebbers.

In de winkel: Het boek 40 Topjaren (€39,95) ligt nu in de winkel. Hierin kijkt De Zwart terug op zijn eigen carrière, verhaalt hij over zestig door hem geselecteerde hits (die ook zijn bijgevoegd op drie cd’s) en wordt er teruggeblikt op de geschiedenis van de Top 40.