Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Peter Houtman

Peter Houtman: van topscorer tot stadionspeaker

De tijd dat voetballers er nog een sigarenzaak bij hadden was hij net voorbij. De periode waarin spelers voor tientallen miljoenen van club wisselden net voor. Toch kijkt Peter Houtman (65) met trots en plezier terug op een wereldtijd in De Kuip en omstreken. Als stadionspeaker van Feyenoord zit de sympathieke topscorer en Zilveren Schoen-winnaar nog tijdens elk thuisduel op de tribune. “Als je maar niet denkt dat ik als een of andere dorpsgek ga lopen gillen.”

Volgend jaar ben je 25 jaar stadionspeaker bij Feyenoord. Alvast gefeliciteerd!

“Je knipt in je vingers en je bent een kwart eeuw verder lijkt het wel. Ik ben hier in het seizoen 1998-1999 mee begonnen na een verzoek van Sjaak Troost. Mijn voorganger kreeg een nieuwe baan en hij vond deze job wel iets voor mij. Wat moet ik hiermee, dacht ik. Als je maar niet denkt dat ik als een of andere dorpsgek ga lopen gillen, zei ik hem, maar ik mocht het helemaal op mijn eigen manier invullen. Inmiddels zijn we flink wat jaren verder en zijn stadionspeakers van andere clubs weleens bij mij komen kijken hoe ik het doe.”

Je lijkt met je sympathieke en zachtaardige voorkomen het ideale medicijn om heetgebakerde supporters soms tot kalmte te manen.

“Soms is het nodig om de boel even op z’n Rotterdams aan te vliegen, maar ik zal nooit iets omroepen dat ten nadele is van de club. Het schijnt te horen te zijn dat ik iets enthousiaster ben bij een goal van Feyenoord dan wanneer er een uitgoal valt, haha. Of we nu winnen of verliezen, ik sluit altijd af met: Tot de volgende keer, doei, doei. Afhankelijk van het resultaat krijg ik dan een lauw of juist enthousiast doei, doei van het publiek terug. Ik ben dol op mijn werk, al moet ik zeggen dat de geluidsinstallatie wel een kleine doorn in het oog blijft. Twee jaar geleden zijn we nog met een hele ploeg het complete stadion rond gegaan om alles te controleren en bleek alles in orde. Toch gaat het nog weleens mis wanneer er op sommige plekken op de tribune harde ruis klinkt en je het publiek helemaal in elkaar ziet duiken. Er wordt dan weleens achterom gekeken naar mij, al weten de supporters ook wel dat ik daar persoonlijk weinig aan kan doen.”

Ben je voor of tegen een nieuw stadion?

“Ik hecht heel erg aan De Kuip, waar ik als jong jochie al naartoe ging. Elke zondag achterop de Vespa van mijn oom door de Maastunnel van West naar Zuid. Ik ben er dan ook niet treurig om dat de plannen voor het nieuwe stadion vooralsnog niet door zijn gegaan. De Kuip blijft een unieke plek. Tegelijkertijd ben ik niet blind voor de situatie zoals ie nu is. Als je als club veel meer inkomsten kunt genereren door middel van een nieuw onderkomen, dan moet dat gewoon gebeuren. Het gaat mij erom wat het beste is voor de club. Het is goed dat alle partijen en supporters betrokken worden bij de plannen voor de toekomst, maar daardoor zijn er wel twee blokken ontstaan. Ieder mens z’n eigen wens en daarin kun je nooit iedereen tevreden stellen. Ik weet nog dat De Kuip in de jaren negentig gerenoveerd werd en die grote kap erop kwam. Nou, er was amper over gesproken of ze waren al bezig met de eerste werkzaamheden. Dat is toen in een recordtijd gerealiseerd.”

Je meest bijzondere jaar als speler zal wellicht het seizoen 1983-1984 zijn geweest, waarin je samenspeelde met een jonge Ruud Gullit en een afscheid nemende Johan Cruijff.

“Dat was mooi en vreemd tegelijkertijd. Cruijff vertrok boos uit Amsterdam na een conflict met Ajax en kwam bij ons revanche nemen. Toen Johan bij ons binnenstapte, stelde hij zich netjes voor, maar merkte je ook wel dat beide kanten aan elkaar moesten wennen. Hij stapte in een Rotterdams circuit met jongens die hun bekkie bij de hand hadden. Een grote mond hebben kon prima, maar je kreeg er ook regelmatig één terug. Uiteindelijk klikte het goed en gingen we voor elkaar door het vuur. We konden het haast niet geloven dat zo’n wereldspeler in het shirt van Feyenoord afscheid nam als voetballer en dat ook nog eens deed op recettebasis, oftewel: naargelang de kaartverkoop. Nou, het stadion was elke thuiswedstrijd goedgevuld, ondanks het feit dat sommige supporters vanwege Cruijff dat jaar geen seizoenkaart kochten en de behaalde titel niet meetelden.”

Een mooi jaar dus.

“Een prachtig jaar, waarbij de sfeer in de kleedkamer top was. Hoeveel ondeugd we daar niet hebben uitgehaald. Trainers nadoen tijdens besprekingen of geintjes uithalen met kleding. Op het veld kregen we één historische domper te verwerken: de 8-2-nederlaag tegen Ajax. Johan raakte echter niet in paniek. Jongens, geloof mij nou maar, we worden gewoon kampioen én we pakken de dubbel, zei hij. En inderdaad, we schakelden ze uit in de beker door eerst 2-2 gelijk te spelen en daarna de replay met 2-1 te winnen. Ook versloegen we ze voor de competitie in eigen huis nog met 4-1. Resultaat: de dubbel. Dat Johan zijn voetbalschoenen voor het laatst uittrok als Feyenoorder zal voor hem ook raar zijn geweest.”

De nieuwe Panorama ligt nu in de winkel en is hier te bestellen.

Je hebt ook anderhalf jaar in Portugal gespeeld, bij Sporting. Hoe kijk je terug op de temperamentvolle cultuur waarin je daar terechtkwam?
“Het eten en het klimaat waren er grote pluspunten. Aardige mensen ook, waaronder in ons team een stuk of zeven Brazilianen. Hoewel ze van huis uit Portugees spreken, merkte je het toch meteen wanneer ze in hun ‘eigen taal’ communiceerden. Futebol werd Fusseballeehh. Brazilianen spreken niet, maar zingen. Ik had de pech dat ik midden in het seizoen arriveerde bij een club die in een grote bestuurs- en financiële crisis was beland. Ik heb daardoor ook een groot deel van mijn salaris nooit ontvangen. Na anderhalf jaar rompslomp was ik er klaar mee en liet ik die hele kwestie zitten. Zak maar in mekaar met je geld, ik ga lekker terug naar Nederland. Ik was nooit echt op geld uit, heb zelfs eens een eerdere aanbieding van Benfica naast me neergelegd, omdat ik het nog prima naar mijn zin had op de plek waar ik toen zat. Misschien ben ik daardoor een dief van mijn eigen portemonnee geweest, maar fijne leefomstandigheden zijn voor mij altijd het belangrijkst geweest.”

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.

Sport
  • Clemens Rikken