Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Pompoenen

De knallende knoeperds van Kasterlee: 'We zijn hier zot van pompoenen'

In de herfst regeert de pompoen. Leuk voor in de soep, geinig om uit te hollen. Maar natuurlijk veel geschikter om uit gigantische katapulten weg te knallen. Wablief? Welkom op het Belgisch kampioenschap pompoenschieten. “387 meter! Amai! Da’s flink!”

Dat je voor een mooi potje voetbal soms een aantal landsgrenzen over moet, maakt het WK in Qatar ons dit jaar maar weer eens heel duidelijk. En ook voor tennis op het allerhoogste niveau moeten we al honderd jaar naar Londen en een beetje rugbyfan zal toch een keertje in z’n leven Australië of Nieuw-Zeeland moeten aandoen. Maar ook de minder populaire sporten vergen enige reislust. Pompoenschieten bijvoorbeeld. Voor zover bekend –we hebben het even nagevraagd bij onze lokale teler – is er op Nederlands grondgebied nimmer een pompoen verder geworpen dan een meter of vier. En al helemaal niet met vakkundige apparatuur die enkel en alleen voor dat doel speciaal moest worden ontworpen. Nee, voor dit soort fratsen moeten we toch weer afzakken naar – niet verrassend –onze knotsgekke zuiderburen.

“Welkom in pompoendorp Kasterlee. Daarginds parkeren gaarne.” Een stokoude vrijwilliger stuurt ons een flink stuk naar achteren op zijn geïmproviseerde parkeerplaats: een voormalig pompoenveld met meer hobbels en bulten dan deze parkeerwachter zelf.

Goede kans dat u zich nu overigens even achter uw oren krabt. Ook wij hadden nooit eerder van Kasterlee gehoord. Laat staan van het fenomeen pompoendorpen. In Vlaanderen ligt dat heel, heel anders, als wij deze parkeerwachter moeten geloven. “Amai, wij zijn hier wereldberoemd om onze pompoenen! Weete gij da nie?” Stomverbaasd en een tikkeltje beledigd kijkt de man ons in de ogen. “Knulleke, waarom denkt gij dat al die andere dorpen hier al eeuwenlang over ons Kastelaren zeggen: die lui in Kasterlee, dat zijn pompoenpapvreters!”

“Ja, daar heeft u dan wel weer een punt,” zeg ik.

“Ach, ge zult het straks met uw eigen oogkes zien, hè. Pompoenen in alle soorten en maten! Wij zijn er fier op. Mensen uit de hele wereld komen hier kijken. Kijk maar naar de auto’s. Heus niet alleen maar Belgische kentekens hier, hoor.” De man wijst naar een Pools bestelbusje. “Ongelooflijk! Helemaal uit Polen jongen! Of nee, wacht even.” Dan blijft het even stil. “Wacht ’ns even. Zijn dat niet die arbeidersjongens? Oooo gut, die wonen hier gewoon in de buurt. Nou ja, op de vorige editie hadden we wel een paar Engelse bezoekers! Helemaal uit Engeland!”

Twintig soorten

Met iets minder hoge verwachtingen betreden we het zonnige festivalterreintje. Zoals eigenlijk alles in Kastelen is ook de twaalfde editie van het Belgisch kampioenschap pompoenschieten aangenaam klein en overzichtelijk. We tellen één frietkot, één partytent, één luchtkasteel in pompoenvorm, één lange bar en twee kraampjes. Een van de uitbaters is Maurice, een lokale pompoenteler. Zijn onvoorwaardelijke liefde voor het veelzijdige stukje fruit doet zelfs het enthousiasme van onze parkeerwachter verbleken. “Hebben jullie ooit zoveel soorten pompoenen gezien?” vraagt hij ons trots.

“Twintig soorten heb ik er. En alleen maar mooie, hè. De mensen moeten bij mij weglopen en zeggen: mijn pompoen is schoner dan de jouwe!” Sneller dan dat wij kunnen weglopen, draait Maurice zich om en wijst naar het logo op de achterkant van zijn trui.

“Kijk maar. Pompoengenootschap Kasterlee. Volwaardig lid.”

“Zo. Indrukwekkend,” zeg ik.

“Pompoenen zijn hier groot. Letterlijk! Ja, hebben jullie dat vorige week gezien?” De pompoenteler beeldt met zijn armen een blijkbaar gigantische pompoen uit.

“Zulke joekels! Die hedde gij nog nooit gezien menneke!”

“O ja?”

“Belgisch kampioenschap pompoenwegen. Eerste plek. 1046 kilo was die van ons.”

“Zo!”

“Knap, hè? Maar da’s nog geen record, hoor. Vorig jaar won Mario de hoofdprijs. Zijn monster was maar liefst 1107 kilo. En het absolute wereldrecord staat zelfs op 1226 kilo.”

“Poeh!”

“Ja, we zijn hier helemaal zot van pompoenen. Welke willen jullie van mij kopen?”

We zijn pas een kwartiertje in Kasterlee, maar het is ons al zo klaar als een klontje: kom hier aan iemands pompoen en je komt aan zijn gezin.

‘KNULLEKE, WAAROM DENKT GIJ DAT AL DIE ANDERE DORPEN HIER AL EEUWENLANG OVER ONS KASTELAREN ZEGGEN: DIE LUI IN KASTERLEE, DAT ZIJN POMPOENPAPVRETERS!’

Knoeperds van katapulten

Het is nog geen middag als de eerste pompoenen al honderden meters door de lucht vliegen. Op zo’n vijftig meter achter de dranghekken van het festivalterrein verrijzen drie knoeperds van katapulten aan de horizon. Numero één is een tien meter hoge trebuchet: het houten monster dat, in lang vervlogen tijden, menig kasteel en burcht met de grond gelijkmaakte.

De nieuwe Panorama ligt nu in de winkel en is hier te bestellen.

De tweede creatie is een klein, metalen bakbeest met ergens daarop een steekkar gemonteerd. Creatie numero drie ziet er nog het meest overzichtelijk uit, een bouwwerk dat de gemiddelde Panorama-lezer best eens zou kunnen nabootsen. Dit laatste apparaat speelde dan ook helemaal niets klaar, maar daarover later meer.

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.

Lifestyle
  • Maarten van Albrecht