Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Hoe drugskartels het Colombiaanse voetbal terroriseerden 2: de zwarte lijst van Bill Clinton

Hoe drugskartels het Colombiaanse voetbal terroriseerden 2: de zwarte lijst van Bill Clinton

Jarenlang wisten Colombiaanse drugskartels hun geld wit te wassen via het nationale clubvoetbal. In welke mate beïnvloedde ze daarmee de voetbalwereld en met welke gevolgen? In een tweedelige serie blikt Panorama terug op het narco-voetbal in Colombia. Deze week deel twee, over de verstrekkende bemoeienissen van het Cali-kartel bij América de Cali.

“Doe maar wat jullie willen met América de Cali, maar op deze manier zal de club nooit kampioen worden!” Het is de zomer van 1948.

De benevelde medeoprichter van América de Cali Benjamin Urrea is woest. Hij verzet zich tegen de deelname aan de professionele Colombiaanse competitie. Als zelfbenoemd cultuurbewaker probeert hij de club voor een ‘grote fout’ te behoeden. América de Cali speelt op dat moment nog zijn wedstrijden op amateurniveau. Urrea houdt van het kneuterige karakter van de club en ziet niks in het idee om in een professionele league te spelen. Hij zwiept de deur van het clubhuis driftig dicht en laat zich een tijdje niet meer zien. Zijn laatste woorden blijven echter nog lang nagalmen - dertig jaar lang weet de club geen enkele prijs te winnen. Hoe langer de club droog staat, hoe meer supporters overtuigd raken dat de uitspraken van Urrea als een vloek op de club rusten.

Zwarte magie

In 1979 zijn ze het spuugzat. Ze willen de vloek verdrijven. De vervloekte Urrea moet daarbij zijn. En zo gebeurt het dat er in het diepste geheim met een bescheiden comité een plechtigheid plaatsvindt op het veld van het Pascual Guerrero-stadion. Er wordt een medium ingevlogen, langs het veld staan kaarsen en een enorme wolk wierook trekt als een mistbank over het veld. Op het hoogtepunt van het ritueel richt Urrea zijn blik naar de hemel, spreidt zijn armen en spreekt op wanhopige toon:

“Ik, Benjamin Urrea, heb een vloek uitgesproken over América de Cali en vandaag ga ik die vloek opheffen met Gods toestemming.”

In 2003 wordt Cali-kartelbaas Gilberto Rodriguez Orejuela gearresteerd.

Alle aanwezigen tekenen vervolgens een akte om een officieel einde te maken aan de vloek. Nog in datzelfde jaar wint América de Cali voor het eerst, na 31 jaar, de landstitel. Volgens de doorgaans goedgelovige latino’s dankzij het verdrijven van de vloek. Maar de zwarte magie maskeert de echte reden van het succes: Miguel Rodriguez Orejuela, kopstuk van het Cali-kartel, pompt dat jaar zijn eerste dollars in de club. Het is het begin van een dubieus tijdperk voor de profclub.

Miguel Rodriguez Orejuela wordt samen met zijn broertje Gilberto geboren in Mariquita, een klein stadje tussen Bogota en Medellin. Ze groeien op in een gezin met een bescheiden inkomen. Vader Carlos is autodidact en moeder Ana Rita verzorgt het huishouden. Beide broers zitten nog op de basisschool als het echtpaar besluit om naar Cali te verhuizen, in de hoop werk te vinden. Later, als Miguel op de middelbare school zit, haalt vader Carlos op een dag een pakje sigaretten om vervolgens nooit meer terug te keren. Zowel Gilberto als Mi-guel verlaat school om het gezin te onderhouden. Al snel komen de twee erachter dat ze geen zin hebben in een burgerlijk bestaan met weinig geld. Om het gezin te onderhouden plegen ze kleine criminele delicten. In de jaren 70 vormen ze een gevaarlijke criminele bende die bekend zou worden als Los Chemas. Overvallen op vrachtwagens, ontvoering en afpersing; het is voor de gebroeders aan de orde van de dag.

Handel in cocapasta

Naderhand maakt Los Chemas plaats voor een grotere organisatie: het Calikartel. De organisatie beheert een landelijke drogisterijketen, radiostations, een farmaceutisch laboratorium en banken in Panama en Colombia. Allereerst houdt het kartel zich bezig met de handel in marihuana. Al snel komen ze erachter dat de cocaïnehandel veel lucratiever is. Naast productiefaciliteiten in Colombia zelf, importeert het cocapasta uit Peru en Bolivia.

In de zoektocht naar manieren om de opbrengsten wit te wassen, valt hun oog op een voetbalclub: América de Cali.

De aangehouden Miguel Rodriguez Orejuela wordt aan de pers getoond in Bogota.

Uit noodzaak, zo blijkt. Aanvankelijk zien de broers meer heil in stadsgenoot Deportivo de Cali. In 1972, wanneer Deportivo de Cali al vier keer landskampioen is, weet de moedige voorzitter Alex Gorayeb het drugskartel buiten de deur te houden. Gesteund door honderden aandeelhouders wijst hij de financiële hulp af. Iets wat veel andere clubs niet is gelukt.

Vervolgens zoekt het kartel in 1977 zijn toevlucht bij América de Cali. Twee jaar later slagen de broers erin om een meerderheidsbelang in de club te kopen en breekt er een nieuw tijdperk aan voor de club. Met behulp van drugsgeld is het in staat hoge transfersommen te betalen en lonen van spelers te verhogen. Internationale toppers, zoals Julio César Falcioni en Roberto Cabañas worden ingelijfd door de club. Maar daar blijft het niet bij. Op het hoogtepunt beschikt de club over 150 (!) spelers met een contract, goed voor zo’n dertien verschillende elftallen. Een bizar aantal waar zelfs het koopzieke Chelsea van vandaag bij verbleekt. Ook Argentijn Nestor Villarreal maakt de overstap. Hij blikt in het medium Infobae terug. “Toen ze me belden, was er weinig informatie over de club. Ik wist niet precies wie ze waren of wie er speelden. Ik had ook helemaal geen idee wie Miguel Orejuela was.” Villarreal herinnert zich het gesprek met Orejuela als volgt: “Hallo mijn zoon, hoe gaat het met je?” “Hallo Don Miguel. Goed hoor. Met jou?” “Mijn zoon, hoeveel wil je verdienen?” “Ik weet het niet, Don Miguel. 90.000 dollar..?”

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.