Zij leven hoog - Bergbeklimmen in Nederland

Zij leven hoog - Bergbeklimmen in Nederland

Volkskrant-journalist Toine Heijmans was ooit een fanatieke bergbeklimmer, totdat hij kinderen kreeg en hij vanuit een ander perspectief naar zijn leven keek. Nu is zijn roman Zuurstofschuld uit, over twee klimvrienden die hun dromen najagen in de Alpen en de Himalaya. Een roman die losjes, héél losjes, op zijn eigen leven is gebaseerd: “Je zult nooit meer de eerste mens op Mount Everest zijn, alles is al platgetreden.”

Bergbeklimmers zijn eigenaardige wezens. Met ware doodsverachting willen ze steeds weer het allerhoogste bereiken, in de meest letterlijke zin van het woord, waarbij ze zich houden aan de wetten van de berg, en alleen daaraan. Want aan waarden en normen die op de grond gelden, heb je niks op een berg. Daar gelden andere wetten, veel primitievere, die, als je je er niet aan houdt, onherroepelijk kunnen leiden tot de dood. Het zijn regels die bergbeklimmers maar al te goed begrijpen, mensen op de grond niet. Voor hen zijn bergbeklimmers vaak mensen die het woord egocentrisch hebben uitgevonden, mensen die dus alleen maar aan zichzelf denken en zich niks aantrekken van hoe er over hen op de grond wordt gedacht. Het enige wat voor hen telt is die berg, en die verschrikkelijke weg naar de top. Niemand die het zal begrijpen, behalve zijzelf.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Toine Heijmans (52) was ooit zo’n bergbeklimmer. Althans, hij hield van klimmen, nog steeds eigenlijk, maar hoger dan 6000 meter kwam hij niet. Wilde hij ook niet. Veel bergklimmers dromen ervan om ooit Mount Everest te beklimmen, met 8848 meter de hoogste berg ter wereld, maar in de schaduw van deze reus, tijdens een klimtocht in Nepal, voelde hij dat hij niet uit het juiste hout was gesneden. Niet fysiek en ook niet mentaal. “Ik wist waar mijn grens lag en had daar vrede mee,” zegt hij. “Nóg hoger willen, dat zat niet in me.”

Heijmans is journalist van de Volkskrant. Tijdens zijn studententijd in Nijmegen, de stad waar hij ook werd geboren, werd hij door een vriend meegenomen naar een klimhal. Klimmen, dat vond die vriend wel iets voor hem. En na die klimhal gingen ze naar buiten, naar België, naar Frankrijk, de Alpen in, steeds hoger, waarna het klimmersbloed van Toine zich voor altijd in zijn aderen nestelde. Zijn roman Zuurstofschuld gaat deels over die tijd. Het gaat over Lenny en Walter, twee klimvrienden die niks liever willen dan bergen trotseren, een metafoor voor het zoeken van de ultieme vrijheid.

“Walter is losjes gebaseerd op mijzelf,” zegt Toine. Lenny is zijn vriend van wie hij leerde klimmen.

Zo hoog als een kiezelsteen

We lopen door het Zuid-Limburgse heuvellandschap, vanaf Fort Sint Pieter in Maastricht dwars door de naastgelegen mergelgroeve, omdat dit in Nederland het dichtst in de buurt komt van bergwandelen. Het is een route die onderdeel is van de Dutch Mountain Trail (zie kader), over de zeven hoogste ‘bergen’ van Nederland. Met Mount Everest in het achterhoofd is dit glooiende landschap zo hoog als een kiezelsteen.

Een paar weken geleden nog zat Toine aan zijn computer gekluisterd om de verrichtingen op de K2 te volgen, de op een na hoogste berg ter wereld. Daar schreven tien Nepalese bergbeklimmers alpinegeschiedenis, omdat zij de eersten waren die die berg in de winter bedwongen, een aantal van hen zelfs zonder kunstmatige zuurstof. Het was tot op dat moment een van de weinige dingen die de mens nog niet had gepresteerd, een winterbeklimming van de K2.

Elke berg is al beklommen, zo bijzonder is dat tegenwoordig niet meer. Vooral de allerhoogste berg, Mount Everest, is een steeds groter wordende toeristische attractie, weet ook Toine. Foto’s van Mount Everest waarop files van bergbeklimmers te zien zijn, klimmers die allemaal de top willen bereiken: het is de prijs die de berg betaalt voor de drang van de mens naar superlatieven. “En het is ook nooit genoeg,” zegt Toine. “Nog niet zo lang geleden liep er een Zweedse bergbeklimmer naar de top, daalde af en fietste daarna doodleuk 13.000 kilometer terug naar Zweden. Of, zoals ik in mijn boek schrijf over een Amerikaanse CEO die naar Nepal vliegt, naar boven klimt en binnen een week zijn personeel in Amerika toespreekt over hoe fantastisch het wel niet was. Totale waanzin. Met magie of klimmersethiek heeft het weinig te maken. Het zijn mensen die het niet gaat om bergbeklimmen, of belangrijker nog, de reis die je daarbij in jezelf maakt, maar om het verhaal dat ze kunnen vertellen. Rijke mensen die het zich kunnen veroorloven om naar Mount Everest te gaan, de CEO’s van deze wereld dus, en er een leuk vlogje over maken, zoals ik een fictieve Canadees in mijn boek laat doen.”

Taboe op lijden

Zo schrijft Toine ook over een hotel vlak onder de top van Mount Everest waar rijke Chinezen naartoe worden gevlogen en waar speciale drukcabines zijn van waaruit ze de bergbeklimmers kunnen zien. Toine: “Dat zuig ik allemaal uit mijn dikke duim, maar het zou me niet verbazen als het ooit werkelijkheid wordt.”

Of klimmers die voor een flinke zak met geld een jas van je bedrijf aantrekken en op de top van Mount Everest een selfie maken. Zodat de CEO van dat bedrijf kan vertellen dat híj op de top stond: iedereen die het gelooft, want op de top lijkt iedereen op elkaar.

Het komt volgens Toine voort uit de drang om avonturen te willen beleven, terwijl er een steeds groter wordend taboe op lijden rust. “Het lijkt wel alsof lijden tegenwoordig niet meer is toegestaan,” zegt hij. “We streven allemaal naar een risicoloos leven.”

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws