Op slangensafari in de Haagse duinen - wat doet de Amerikaanse stierslang hier?

Op slangensafari in de Haagse duinen - wat doet de Amerikaanse stierslang hier?

“Wie tussen Scheveningen en Katwijk door de duinen wandelt, kan zomaar een joekel van een slang tegenkomen: de Amerikaanse stierslang,” stond onlangs in de krant. Volgens andere publicaties worden de duinen zelfs overspoeld door de beesten. Hoe komt een exotische wurgslang nou terecht in de Hollandse duinen? Is het niet veel te koud? De hoogste tijd om kennis te maken met de Amerikaanse stierslang.

Slangen veroveren de duinen.”

“Duinen zitten vol met Amerikaanse stierslangen.”

“Den Haag in paniek door wilde stierslangen.”

“Exotische slang rukt op.”

“Even schrikken: slang in aanvalsmodus op rodelbaan Duinrell.”

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Een Amerikaanse slang die zich heeft gevestigd in de Hollandse duinen, hoe kan dat nou? Bovenstaande krantenkoppen laten echter geen enkele ruimte tot twijfel: in het gebied tussen Scheveningen en Katwijk krioelt het van de Amerikaanse stierslangen. Hoog tijd om de dieren met eigen ogen te bewonderen. We hebben afgesproken met Richard Struijk (41), slangendeskundige bij RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) en Noël Aarts (56), die zich namens Dunea (beheerder van duingebied Meijendel) bezighoudt met de slangen. We staan voor het bezoekerscentrum in Wassenaar. De eerste mededeling van Aarts is bemoedigend (“Vijftig meter verderop hebben we ooit twee slangen gevangen” ), de tweede ontnuchterend: “We gaan vandaag geen slangen vinden.”

Hoezo niet?! Dit gebied zit vol met stierslangen, uit alle artikelen blijkt dat je bij iedere voetstap kans hebt op een slang te trappen. Oké, het is koud en het gaat straks regenen, maar dat is niks bijzonders voor een herfstdag.

Waarom vinden we dan uitgerekend vandaag geen slangen? “Er zijn weleens mensen die informeren naar een slangenzoektocht, maar dat is echt onrealistisch,” zegt Aarts. “We hebben ieder jaar twee miljoen bezoekers in dit gebied en krijgen de laatste jaren maar vijftien tot 35 meldingen over de slangen.”

Met andere woorden: de kans dat je een slang treft, is te verwaarlozen. Maar het is ook weer niet uitgesloten. Dat er afgelopen zomer een stierslang op de rodelbaan zat bij attractiepark Duinrell is geen broodje aap. Sterker nog: bij ReptielenZOO Serpo leven nu achttien Amerikaanse stierslangen en die komen voornamelijk uit dit duingebied. “Ze zitten hier zeker, maar we weten niet hoeveel,” zegt Struijk. Zijn het er tien? Honderd? Duizend? “Dat is een nattevingervraag,” zegt Aarts. Ze moeten speculeren voor een antwoord en dat is precies wat ze allebei niet willen. Struijk en Aarts kunnen dagenlang doorpraten over hun slangenfascinatie, maar aan de vele sensationele verhalen die inmiddels zijn verschenen hebben ze een broertje dood. Want de duinen tussen Scheveningen en Katwijk, een gebied van ruim 3000 hectare, worden helemaal niet overspoeld door Amerikaanse stierslangen. “Er leven er meer dan een paar, maar ook weer geen honderden,” zegt Struijk voorzichtig. “Het zijn er ook geen honderd,” reageert Aarts. Struijk: “Dat denk ik ook niet, maar we weten het niet zeker.” Aarts: “Op Facebook schrijven mensen soms dat ze iedere week wel een slang tegenkomen, maar als we vragen naar foto’s blijkt het altijd onzin.”

‘Eén slang was agressief, ze kunnen sissen en blazen, maar dat zijn vaak schijnaanvallen. Als je rustig blijft, is het niet zo spannend’

Mexico en Canada

In 2013 was er een eerste melding over een opvallende slang en sindsdien zijn er ieder jaar zo’n vijf tot 35 waarnemingen geregistreerd in hun verzamelde data. Wordt er een slang gevangen of gevonden, dan gaat er direct een belletje naar Struijk. Van de nog levende slangen maakt hij foto’s om ze vervolgens naar Serpo te brengen, de dode dieren gebruikt hij voor zijn onderzoek. Toen hij de maag opensneed van een aangereden slang, vond hij twee nog vrijwel intacte muizen. Struijk:

“Het zijn actieve jagers. Ze gaan de knaagdierholen in en dan pakken ze wat ze pakken kunnen. Als er geen ruimte is om een muis of rat te wurgen, dan duikt ie onder zijn prooi door, om ’m tegen de bovenkant dood te drukken. De heel kleine muisjes gaan waarschijnlijk levend naar binnen.”

Klinkt als een beest dat je liever niet tegenkomt, de grootste die ze vingen meet 1.78 meter, maar de slang kan mensen weinig kwaad doen. “Ze zijn niet giftig of gevaarlijk,” zegt Aarts. De stierslang komt voornamelijk voor in Amerika, Mexico en Canada. Wat doet het beest dan in de Hollandse duinen? Struijk en Aarts zijn er allebei volledig van overtuigd dat de dieren zijn uitgezet. “Het zijn er te veel om van een ontsnapping te kunnen spreken,” zegt Struijk. “Als je de cijfers analyseert, moeten er haast wel meerdere uitzettingen zijn geweest.”

Aarts: “We hebben geprobeerd diegene te achterhalen, maar dat is niet gelukt. Dat spoor is dood.”

Schijnaanvallen

Zo is en blijft de Amerikaanse stierslang een mysterie. Het dier kan overleven langs de kust, dat is wel gebleken. “Dit duinlandschap vinden ze fijn, de zandbodem is warmer,” zegt Struijk. “Als een van de weinige slangen kunnen ze ook zelf een nest in de bodem graven, dat doen ze met hun vergrote neusschild.”

De oversteek over deze weg werd een stierslang fataal.

De grote vraag is nu of de bodem, en het Nederlandse klimaat, ook vruchtbaar genoeg is voor succesvolle voortplanting. “We hebben al wel twee slangen gevangen met eieren, bij Serpo zijn er drie van de zeven uitgekomen,” zegt Struijk. “Daar kunnen ze op de perfecte temperatuur, bijna 28 graden, uitkomen. Maar we weten niet of ze hier zijn bevrucht. Slangen kunnen sperma een paar jaar bewaren. We hebben in ieder geval nog geen jonge slangen gevonden, dus er is nog geen enkel bewijs van voorplanting.”

Stel dat we vandaag nou heel veel geluk hebben en toch een slang tegenkomen, wat gebeurt er dan? Fotograaf Goffe wacht niet op een antwoord. “Ik ren keihard weg.” Dat is nergens voor nodig, zegt Aarts nog maar eens. Hij vangt ze gewoon met zijn blote handen, al durven niet al zijn collega’s dat.

“Eén slang was agressief, ze kunnen sissen en blazen, maar dat zijn vaak schijnaanvallen,” zegt Struijk.

“Als je rustig blijft, is het niet zo spannend.”

Hun passie voor de slangen is overduidelijk bij deze mannen. Struijk verzorgde zijn eerste slang op zijn zestiende, Aarts heeft er in totaal 85 thuis gehad. Toch willen ze niet dat de Amerikaanse stierslang zich voortplant in dit gebied.

“Als duinbeheerder zijn we tegen exoten,” zegt Aarts. “Het is een concurrent van de natuurlijke diersoorten die hier leven. Die moeten we beschermen.”

Struijk en Aarts in de habitat van de slangen.

Maar niet ten koste van alles. Zo zou hij nooit een slang doden.

“Die beesten kunnen er toch ook niks aan doen? Ik ben er pertinent op tegen dat ze hier zijn, maar we gaan geen slangen doodmaken.

Dat kan ethisch gezien niet.” Struijk denkt er hetzelfde over. “Ik ben tegen het uitzetten van dieren, maar ik vind deze casus wel heel interessant. Die sensationele verhalen in de media willen we graag nuanceren, maar ook weer niet bagatelliseren. De aanwezigheid van exoten wordt vaak te lang op z’n beloop gelaten, met grote gevolgen voor de omgeving.

De stierslang op zijn gemak in het duingebied.

Daarom ook ons onderzoek.”

Dat is allemaal leuk en aardig, maar nu willen we die Amerikaanse stierslang toch echt zien. Op naar Serpo.

Sissende brandblusser

“Sssstttttttt! Sssssttttt!” Dit is ’m dus, die Amerikaanse stierslang. Het lijkt alsof er een brandblusser wordt leeggespoten. “Alleen maar bluf,” zegt Walter Getreuer (66). Er is ons net uitgebreid verteld hoe ongevaarlijk de slangen zijn, maar fotograaf Goffe en ik springen gelijk een meter achteruit als Getreuer de slang uit zijn bak heeft gehaald. Waarschijnlijk worden we allebei nooit onderscheiden voor onze moed, maar het gesis en geblaas klinkt ook niet heel vriendelijk. Daarbij moet zelfs Getreuer moeite doen om de slang in bedwang te houden. En dat zegt wat, want veel grotere slangenvrienden dan Getreuer bestaan er niet. Op zijn achtste ving hij voor het eerst een adder, inmiddels zijn we 1800 reptielen verder. Die wonen allemaal in een pand op een verder anoniem industrieterrein in Rijswijk. Getreuer kocht de ruimte in 2014. Het was de bedoeling dat ReptielenZOO Serpo dit jaar zou openen voor publiek, maar ja, corona. Hij hoopt nu op komend voorjaar. “Ik heb alles zelf gebouwd, anders is het niet te betalen,” zegt hij terwijl we langs nagemaakte rotsblokken lopen. De vertrekken zijn nu nog leeg, voor de dieren moeten we een verdieping omhoog.

Walter Getreuer showt een lichtere stierslang.

“Het is een uit de hand gelopen hobby,” zegt Getreuer met gevoel voor understatement. Hij wilde eigenlijk dierenarts worden, maar werd uitgeloot voor de studie. Het werd elektrotechniek, maar de liefde voor reptielen bleek te sterk.

Hij had eerst een rondreizende tentoonstelling, heeft zeventien jaar met een reptielenhuis in Delft gezeten en toen hij daar plaats moest maken voor een tunnel sloeg hij zijn tenten op in Rijswijk.

Zijn collectie wordt onder meer uitgebreid met behulp van de douane op Schiphol. Worden voor de smokkel bestemde reptielen in beslag genomen, dan komen ze terecht bij Serpo.

Benieuwd naar de rest van het artikel? Lees het in de nieuwste Panorama of bekijk het gratis op Blendle.

Laatste nieuws