De opvolgers van Pablo Escobar - de nieuwe onzichtbaren

De opvolgers van Pablo Escobar - de nieuwe onzichtbaren

Pablo Escobar kent iedereen. Maar wie zijn uiteindelijk uitgegroeid tot de opvolgers van de in 1993 doodgeschoten drugsbaron? Een onthullend verhaal over de nieuwe generatie Colombiaanse drugshandelaren.

Begin oktober werden in de Rotterdamse haven kilo’s cocaïne onderschept. De grote verrassing was toch wel dat er bij één vondst foto’s van de Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar op de verpakking prijkten. ‘Groeten uit Colombia’, denk je dan en je moet de afzender toch wel enig gevoel voor humor nageven.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Wellicht is het een boodschap die herinnert aan de lange samenwerking tussen Colombiaanse en Nederlandse drugscriminelen die zeker teruggaat tot eind jaren tachtig. Vooral de laatste jaren laten de Colombianen weer van zich horen. Ze lijken een belangrijke positie in te nemen als het gaat om professionele cocaïnewasserijen. Deze labs kunnen – met hulp van Nederlandse ketelbouwers – alleen maar door Colombianen draaiende worden gehouden omdat zij als een van de weinigen de kennis hebben cocaïne chemisch uit karton, plastic of steenkool te krijgen. Maar laten we eerlijk zijn: Escobar is internationaal natuurlijk ook nog steeds een sterk merk. Maar wie maken gebruik van zijn beeltenis? Wie zijn zijn opvolgers?

Elektrische apparaten

Ooit is Pablo Escobar begonnen met de illegale verkoop van elektrische apparaten. Al snel ontdekte hij dat er meer te verdienen valt met cocaïne in een tijd dat niemand er nog gevaar in zag. Het is alweer veertig jaar geleden dat de pionier op innovatieve wijze de Colombiaanse drugshandel eigenhandig transformeerde tot een enorme industrie die de wereld overspoelde met het ‘witte poeder’. Zijn Medellín-kartel, net als de rivaal uit Cali, was sterk hiërarchisch opgezet en controleerde alles: van productie tot distributie. Met andere woorden: ze hadden een monopoliepositie.

In de jaren tachtig richtte Escobar de beruchte Oficina de Envigado op, een privéleger van huurmoordenaars en bodyguards die de straten van Medellín terroriseerde. Maar dat leidde tot ergernis. Grote drugshandelaren uit El Patron’s Medellín-kartel waren begin jaren negentig het extreme geweld dat Escobar inzette tegen hoge overheidsfunctionarissen, politie en politici meer dan zat. Niets ging Escobar te ver: presidentskandidaat Luis Carlos Galán liet hij vermoorden, er werden bomaanslagen op antidrugspolitie gepleegd en een passagiersvliegtuig werd opgeblazen.

En op het hoofd van iedere agent stond letterlijk een prijs. Zo verziekte hij met al dat geweld onder het motto plata o plomo (letterlijk zilver of lood, oftewel: pak het geld of krijg de kogel) hun hele cocaïnehandel. Er moest iets gebeuren.

Een bont gezelschap van vijanden sluit zich aan bij Los Pepes (Perseguidos por Pablo Escobar) – in het leven geroepen door de Castaño-broers – om hem uit de weg te ruimen. Uiteindelijk wordt Escobar doodgeschoten op 2 december 1993 tijdens zijn arrestatie. Daarna valt het machtige kartel uiteen in driehonderd groepjes ‘cartelitos’. De linkse guerrillagroep FARC en de extreemrechtse AUC springen handig in het gat wat betreft de drugshandel.

Onder de directe opvolger van Escobar, de mank lopende Diego Murillo Bejarano, alias ‘Don Berna’, is de Oficina de Envigado uitgegroeid van een legertje huurmoordenaars tot een complexe criminele organisatie die samenwerkt met paramilitaire groepen. Maar dat doet de Don dan wel onzichtbaar. Hij heeft namelijk, in tegenstelling tot zijn extravagante voorganger, van guerrilla- en paramilitaire groepen geleerd hoe belangrijk subtiel opereren en geheimhouding is om een oorlog te winnen. Iedereen kent zijn bijnaam, maar zijn echte naam en het gezicht van de man zijn slechts bij weinigen bekend. Zo bouwt de strategisch denkende Berna aan een criminele bureaucratische elite die legerofficieren en politiemensen, maar ook rechters op de loonlijst heeft staan.

Keurige zakenlieden

Met en na Don Berna staat een nieuwe generatie drugslords op. Vergeet de Ferrari’s, krokodillenleren laarzen en extravagante, van goud opgetrokken, paleizen. Moderne Colombiaanse drugsbazen rijden gewoon rond in een Toyota, lopen liever op klassiek Europees schoeisel en wonen in de betere middenstandswijken. Cocaïne snuiven doen ze niet en stoer zwaaien met vergulde 9mm-pistolen is er ook niet meer bij. Hun wapenarsenaal bestaat tegenwoordig uit een PGP-telefoon, grote financiële kennis en een indrukwekkend zakenportfolio met een breed scala aan (legale) gevestigde bedrijven om drugsgeld wit te wassen. Beautysalons schijnen daarvoor erg handig te zijn. Kortom: de druglords hebben zich getransformeerd tot keurige zakenlieden. Ook gaan ze brute confrontaties liever uit de weg omdat geweld slecht is voor de cokehandel. Geweld kost geld en je valt al gauw op. Anonimiteit, onder de radar blijven, biedt de allerbeste bescherming.

De nieuwe generatie drugsbaronnen manifesteert zich als internationaal opererende cocaïne-entrepreneurs – zonder kartel – die anoniem en snel grote winsten boeken. In tegenstelling tot de monopolieposities van de oude kartels wordt de drugsindustrie nu gedomineerd door een aantal sterke spelers die elkaar heel goed in de gaten houden.

Ze zijn franchiseondernemers geworden die het werk uitbesteden aan guerrillagroepen en paramilitaire bendes – op productie- en distributieniveau, maar ook als er onverhoeds tóch geweld ingezet moet worden. Het franchisemodel biedt ook enige vrijheid omdat drugshandelaren flexibeler kunnen werken en niet meer, zoals vroeger, langdurige bondgenootschappen hoeven aan te gaan. Ze gaan nationaal en internationaal op projectbasis nieuwe werkrelaties aan.

Dus ze zijn niet makkelijk meer te herleiden naar oude bondgenoten door de wisselende ‘arbeidsovereenkomsten’ die ze met andere drugscriminelen aangaan. Alles staat in het teken van anonimiteit. Dat is namelijk goed voor de cokehandel, die ‘booming’ is als nooit tevoren.

Voor de politie en inlichtingendiensten echter, is het een steeds groter probleem om de criminelen duidelijk in het vizier te krijgen. Omdat ze zich onzichtbaar maken, lijkt het soms wel alsof ze een dikke mist om zich heen hebben opgetrokken waardoor onderzoekers vaak aanlopen tegen verschillende verhalen over bepaalde gebeurtenissen. Maar hoe ze ook hun best doen om onder de radar te blijven, er komt altijd wel een moment dat ze uit de schaduw treden en vol in de spotlights staan. Even voorstellen: Vaststaat in elk geval dat de linkse paramilitaire ELN een van zijn sterkste bondgenoten is. Hij zou een akkoord gesloten hebben met leden van het hoofdcommando en met leiders van de gewapende frontlinie om de voorraad cocaïne in onder meer Magdalena Medio – het grensgebied met Venezuela waar de ELN sterk aanwezig is – verder op te schroeven. Volgens de Colombiaanse inlichtingendienst worden er door Mr. T. via ELN ontmoetingen georganiseerd met buitenlandse criminelen waaronder Chileense en Spaanse, maar ook Nederlandse drugshandelaren, aldus Semana in 2019. Die besprekingen zouden plaatsvinden in Venezuela in de provincies Tachira, Carabobo, Apure en Barinas, die allemaal aan de grens liggen met Colombia.

Ondanks zijn voorzichtigheid komt Jiminez op de radar wanneer eind 2017 een grote lading van 800 kilo coke onderschept wordt als de handel vanuit de Colombiaanse noordkust op weg is naar Spanje. Onmiddellijk wordt een onderzoek gestart met het gevolg dat verschillende leden van Mr. T’s netwerk worden opgepakt.

Maar hijzelf blijft voorlopig uit handen van de politie. Totdat hij pas echt goed de aandacht op zichzelf richt.

Een familieruzie is de aanleiding. Mr. T. beschuldigt zijn zoon, die drugsgeld witwast, ervan dat hij geld gestolen heeft. En dat kan niet zonder gevolgen blijven. Mr. T. zou de vrouw van zijn zoon ‘geschaakt’ hebben en een relatie met haar zijn aangegaan.

De zoon meldt zich woedend met een foto van zijn vader in de hand bij de politie om zijn vader zwart te maken. Pas na twee jaar, in januari 2020, als de politie telefoongesprekken van Mr. T. onderschept, wordt hij in zijn woning, La Fortaleza, in Medellín gearresteerd. Al zijn bezittingen zijn volgens de autoriteiten in beslag genomen. Volgens sommige berichten is er in zijn woning een altaar gevonden waaruit zou blijken dat Mr. T. ook nog aan zwarte magie doet.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_middle_article');

Hij wordt ervan verdacht dat hij met zijn netwerk 90 ton cocaïne naar de Verenigde Staten heeft verscheept en minstens 9 miljoen dollar via 112 bedrijven in Amerika en Colombia zou hebben witgewassen, aldus InSight Crime, een journalistieke organisatie gespecialiseerd in misdaad. De laatste vijf jaar voor zijn arrestatie zou hij drugs via de Pacific gesmokkeld hebben door ‘arbeidscontracten’ aan te gaan met medewerkers uit Colombia, Ecuador, Panama, Costa Rica, Honduras, Guatemala, Mexico, de Verenigde Staten en Canada.

Het onderzoek naar Mr. T. loopt nog steeds. Deze zomer werd bekend dat hij uitgeleverd gaat worden aan de VS.

begaanbaar zijn gemaakt. Sinds het vredesakkoord met FARC maakt La Constru gebruik van oude FARCnetwerken om de drugshandel in Putumayo in handen te krijgen. Drugsbaas Spider maakt handig gebruik van deze alliantie waardoor hij direct toegang heeft tot de cocaïnelabs langs de rivieren van Putumayo, die in handen zijn van La Constru. Dit in combinatie met de oude guerrilla-drugsroutes van FARC die nu door Sinaloa gecontroleerd worden, geeft Spider de mogelijkheid om coke te produceren en te vervoeren. Deze strategische samenwerking blijkt de sleutel te zijn van het grote succes. Samen zijn ze verantwoordelijk voor tonnen coke die dwars door het Amazonegebied, via Peru, Brazilië en Ecuador naar Europa en de VS zijn vervoerd.

Maar het grote succes begint Sinaloa naar zijn hoofd te stijgen. Hij praat met de media en begint autoriteiten uit Ecuador aan te vallen. Hij krijgt zelfs de bijnaam ‘Tsaar van Putumayo’. De keuzes die hij maakt, hebben allerlei gevolgen: verschillende ex-FARC-bendes in het gebied (onder meer het 1ste Front) gaan met elkaar een gewelddadige territoriumstrijd aan die tot op de dag van vandaag voortduurt. De ‘Tsaar’ beheert ondertussen wel 34.500 hectare cocavelden, wat neerkomt op bijna een kwart van het totale aantal illegale cocaplanten in Colombia. Met deze hoeveelheid kan meer dan 230 ton coke per jaar geproduceerd worden. Volgens diverse media vervoert hij tussen de 4 en 6 ton cocaïne per maand naar onder andere Ecuador. Ook wordt gemeld dat het Oost-Europese Balkankartel zijn grootste afnemer is. Hij wordt dan ook de leverancier van de maffia in Oost-Europa genoemd.

Sinaloa valt langzamerhand zo erg op dat inlichtingendiensten in de VS, Colombia en Europa hem in het vizier hebben en een prijs op zijn hoofd zetten. Dit komt de partners van Sinaloa helemaal niet goed uit omdat hun streven is onder de radar en uit handen van de overheid te blijven. Commandant ‘Sinaloa’ wordt op 17 maart 2019 in de stad Puerto Asís vermoord, aldus El Tiempo. Volgens sommige bronnen is hij door zijn eigen mannen gedood. Intussen zou Spider de plek van Sinaloa hebben ingenomen. Oh ja, er zijn ook bronnen die beweren dat Sinaloa helemaal niet dood is. Hij zou slechts ondergedoken zijn en een nieuwe kans afwachten.

Ben je benieuwd wie de opvolgers van Pablo Escobar zijn? Lees het hele artikel in de nieuwste Panorama of bekijk het gratis op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws