Onepass
ONEPASS | Dit is een speciaal artikel

Het tweede leven van een vrolijke junk

Als je het nieuws volgt krijg je soms het idee dat er alleen maar ellende in de wereld is. Dat dachten journalisten Karin Sitalsing en Franka Hummels ook.

junk
Door: Redactie Panorama
Content: Franka Hummels en Karin Sitalsing

Als je het nieuws volgt krijg je soms het idee dat er alleen maar ellende in de wereld is. Dat dachten journalisten Karin Sitalsing en Franka Hummels ook. Zij hadden behoefte aan goed nieuws en schreven er een boek over. Dit is een van die verhalen, over een junk die, met wat hulp, van de nood een deugd weet te maken.

Devote blikken, gipsen handen gevouwen. Sereen staren de heiligenbeelden vanuit de winkeletalage over het Damsterdiep in Groningen. Aan het raam hangt een knalroze Te huur-bord. En daarboven, wijst Iddo Kemp, onze wandelgids, dáár woonde hij met zijn eigen engel.

Marjon. Zij was zijn grote liefde, of eigenlijk is ze dat nog steeds. “Ik ben met meer vrouwen geweest hoor, ook wel voor langere tijd. Maar ik denk dat je in je leven maar één grote liefde tegenkomt.”

Even is het stil, niemand weet goed wat te zeggen. “Zo stom,” verzucht hij even later – tegen de groep, en misschien ook wel tegen zichzelf. “Zó stom dat ik haar heb laten lopen voor de drugs.”

We lopen verder.

De 56-jarige Iddo was jarenlang dakloos en verslaafd. ‘Kletsosoof’ staat op zijn visitekaartje, en daar is geen letter aan overdreven. Iddo vertelt aan één stuk door. Verder op het kaartje, dat hij aan het begin van de wandeling uitdeelde: een yin-yangteken en zijn functieomschrijving: ‘zwervende – kennisvreter – zwendelaar – creatieveling – junk.’

Het yin-yangteken slaat op zijn levensvisie. Want, zegt Iddo, alles heeft twee kanten in zich. Altijd is hij dat voor ogen blijven houden, van elke rottige situatie probeerde hij op zijn manier het beste te maken. Toen hij op straat leefde, hing hij een schilderijtje op in de bosjes. “En in de bajes had ik tenminste tijd om van die lekkere dikke pillen te lezen.” Sommige mensen vinden het raar dat hij zichzelf een junk noemt. “Er zijn junks die zichzelf omschrijven als ‘gebruiker’, omdat ze dat beter vinden klinken. Maar het is maar een naam. Het gaat erom hoe mensen je beleven, niet om hoe ze je noemen.” En daarbij, vervolgt hij: “Och, ik heb junkenstreken uitgehaald, waarom zou ik het mooier maken dan het is? Ik heb vrienden genaaid, ik heb gestolen, gezwendeld, gesmokkeld. De junk zit in mij en ik ga er goed mee om.”

Zonder Ritzo ten Cate (40) waren deze stadswandelingen er niet geweest. Zijn doel? Twee werelden die normaal gesproken niet mengen met elkaar verbinden (zie kader). Ritzo is niet bang voor de junk in Iddo.

In 2013 werkte Ritzo mee aan een theatervoorstelling in Utrecht, waar ook daklozen en voormalig daklozen in speelden. En zo zat hij ineens om de tafel met de mensen die hij tot kort daarvoor liever had gemeden. Die helemaal niet zo heel ‘anders’ bleken te zijn. Neem die man uit ‘een kakdorp in het Gooi’, die op een dag zijn vriendin betrapte met een andere man, in paniek het huis uit liep en op straat bleef rondspoken. “En toen bood iemand hem drugs aan. Dat had mij ook kunnen overkomen. Wat had ík dan gedaan?”

Wandelaars vragen Iddo ook weleens hoe het kon dat hij, een intelligente, ambitieuze, getalenteerde jongen, zó hard heeft kunnen vallen. Hoe het kon dat hij vreemdging met de drugs. Want zo zag Marjon het, en, geeft Iddo toe, zo wás het ook.

 

Mooie jongen

We staan stil op het Gedempte Kattendiep, iets ten zuiden van het centrum. Hier was vroeger de Kattebak, de sociëteit van kunstacademie Minerva. Iddo werkte even verderop in café De Kar, als dj. “De Kar ging om twee uur dicht, dan dronken we een biertje, even poetsen, en daarna kwam ik hierheen. Marjon was er dan al, ze draaiden funky muziek en we dansten, we konden zo heerlijk dansen samen, mensen stonden gewoon naar ons te kijken.” Hij lijkt het bijna weer voor zich te zien, en vertelt zo levendig dat de wandelaars het ook zien: hém. Niet het  gegroefde gezicht, niet de ingevallen wangen, niet het magere lijf en het moeilijke loopje, maar een jonge, knappe, veelbelovende kunstenaar, zwevend over de dansvloer met het mooiste meisje van de stad. “En als om acht uur de tent sloot, ging ik naar huis, mijn kop wassen en weer naar school.” Knipogend: “Ik was een mooie jongen hoor!”

Tja, zegt Iddo. Hoe het zo mis kon gaan. Het was begin jaren tachtig, vertelt hij, de tijd van Herman Brood, die geregeld in de Kattebak kwam. “Er hingen knappe jongens om hem heen, van die Molukse jongens met puntschoenen. Ik had een zeker ontzag voor die wereld, wilde erbij horen. Later realiseerde ik me: die jongens zag je alleen maar als het goed met ze ging. Je was er nooit bij als ze later thuis helemaal naar de klote gingen.”

Ook de Utrechtse straatacteurs die Ritzo ontmoette hadden hun verslavingsverhalen. Een verleiding, een zwak moment waarop er even niets te verliezen was, of althans: zo leek het. En op díe momenten kwam het erop aan,  realiseerde Ritzo zich. “Toen mijn moeder overleed, toen mijn relatie stukging, op die momenten werd ik omringd door lieve vrienden. Maar als je op zo’n moment alleen gelaten wordt, kan het zomaar misgaan. Voor mij is het niet moeilijk om vrienden te maken, dat gaat vanzelf. Voor deze mensen is het bijna onmogelijk.”

De opdracht in Utrecht liep af, Ritzo keerde terug naar Groningen. Zo’n beetje elke dag kwam hij dezelfde straatkrantverkoper tegen. Nu lukte het hem niet meer om weg te kijken. En dus besloot hij de eerstvolgende keer dat hij hem weer zag: nú ga ik met hem in gesprek. “Weet je waar ik zo’n zin in heb?” vroeg de man, die Jonny bleek te heten. “Een kop koffie. Gewoon een kop koffie.” Ze dronken koffie uit kartonnen bekers, en Jonny vertelde over een vrouw die geregeld koffie met hem dronk, en dat ze dan praatten, even niet over verslavingen, over het leven op straat, maar echt práten, van mens tot mens. En dat hij dat zo nodig had.

Jonny en Ritzo spraken vaker af, aten samen, wandelden, praatten. Beide mannen vrolijkten op van de ontmoetingen. Dit moesten meer mensen ervaren, besloot Ritzo; zowel aan zijn eigen kant van de ‘muur’ als aan de kant van Jonny.

Buik vol bolletjes

Inmiddels hebben honderden groepen al wandelend kennisgemaakt met het parallelle universum, de andere, duistere kant van de stad. Ze wandelden met Jonny, met Max, of met Iddo. Onder hen schoolklassen, welzijnswerkers, particulieren, vriendengroepjes, bedrijfsuitjes. Iddo had eens een groep agenten op sleeptouw, vertelt hij, die hij nog kende van vroeger, uit zijn vorige leven, zeg maar, toen hij nog geregeld aan de andere kant van de wet stond. “Aan het einde van de wandeling zwaaide ik ze uit,” zegt hij, en hij voegt er grijnzend aan toe: “Dat was vroeger wel anders.”

Want ja, voor drugs heb je geld nodig. Van kwaad ging het tot erger, van een huisje naar de straat, soms zat hij even ‘binnen’. Bij elkaar opgeteld bracht Iddo zo’n vijf jaar in de cel door, voor smokkel en valsheid in geschrifte. Inbreken vond hij ‘veel te persoonlijk’. Liever vervalste hij cheques die hij uit brievenbussen hengelde, of gebruikte hij zijn vlotte babbel om links en rechts geld los te peuteren. Vier keer vloog hij de oceaan over met een buik vol bolletjes. Bij de douane vertelde hij dat hij op vakantie ging, in Suriname maakte hij toeristische uitstapjes om niet op te vallen. Maar de vierde keer werd hij gepakt, het leverde hem anderhalf jaar cel op. Was hij niet bang? Als zo’n bolletje knapt, ben je ten dode opgeschreven. Hij haalt de schouders op. “Niet zo lang daarvoor had ik gehoord dat ik hiv heb. In die tijd ging je daar nog dood aan. Dus wat had ik nou te verliezen?”

Wil je het hele artikel over de vrolijke junk lezen?  De nieuwe Panorama ligt nu in de winkel met daarin nog veel meer moois! Ook is die hier te bestellen.  Alleen benieuwd naar dit artikel? Lees dit artikel dan op Blendle..

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws en mooie acties? Schrijf je dan nu in!
Onepass +

Dit is een OnePass artikel

Lees de artikelen van je favoriete magazines, waar je ook bent.

Meer over OnePass