Magazine
ONEPASS | Dit is een speciaal artikel

Te vroeg overleden voetbalhelden

Toen de Italiaanse voetbalwereld in rouw was door het plotselinge overlijden van Fiorentina-aanvoerder Davide Astori, kwamen bij Nederlandse voetbalfans pijnlijke herinneringen boven. Zij rouwen nog steeds om hun te vroeg overleden helden.

Voetbal
Door: Redactie Panorama
Fotografie: ANP

Te vroeg overleden voetbalhelden

Het piazza Santa Croce in Florence is voor even niet van de toeristen. Geen reislustige Aziaten en Europeanen, met een gelato in de hand, poserend voor de kerk waaraan het plein zijn naam ontleent. Op 8 maart 2018 staan er tienduizend treurende Fiorentina-supporters, paarse sjaaltjes boven hun hoofd houdend, vechtend tegen de tranen. Ze nemen afscheid van hun capitano.

Davide Astori is op zaterdagavond gaan slapen, om niet meer wakker te worden. Een hartstilstand zorgt voor het abrupte einde aan het leven van de eenmalige Italiaanse international, 31 jaren jong.

De Italiaanse voetbalwereld reageert geschokt, maar ook in Nederland is bij menig voetbalfan het kippenvel voelbaar. Herinneringen borrelen op. Zoals bij Teun den Hartog, FC Utrecht-fan en voorzitter van de supportersvereniging. Het nieuws over Astori brengt hem meteen terug naar dinsdagochtend 29 november 2005, naar het moment dat hij in de auto zit, op weg naar zijn werk, en op het nieuws hoort dat David di Tommaso, topverdediger van zijn FC, is overleden. “Als je zoiets hoort, denk je alleen: dat kan niet. Onmogelijk. Op zondag wonnen we met 1-0 van Ajax en was David een van de beste spelers op het veld. Het nieuws hakte er flink in. Als je dan zoiets hoort als bij Astori of bij Abdelhak Nouri van Ajax afgelopen zomer, dan herleef je dat moment weer.”

Wesley Sneijder

David di Tommaso, liefkozend Dito genoemd door de Utrecht-fans, is 26 jaar. Hij laat een vrouw en zoontje achter. En rouwende teamgenoten, treurende fans. Ze verzamelen zich bij Stadion Galgenwaard, waar voor de hoofdingang in allerijl een herdenkingsplek is ingericht. Met een foto van een lachende Di Tommaso, en veel sjaaltjes, bloemen en kaarsen. Als Den Hartog bij het stadion staat, komt ook Wesley Sneijder langs. Geboren in Utrecht, maar een echte Ajacied. Op zondag werd de kleine middenvelder nog hartstochtelijk uitgefloten in zijn eigen stad, nu krijgt hij applaus. “Ik vond het heel bijzonder dat Wesley kwam. Er is altijd rivaliteit tussen FC Utrecht en Ajax, maar op zo’n moment valt dat weg,” aldus Den Hartog. “Er was saamhorigheid, onder supporters van alle clubs. Niemand wil dit meemaken. Het klinkt misschien stom, maar de steun die van alle kanten komt, samen het verdriet delen, zijn uiteindelijk toch mooie herinneringen.”

Bij de memorial voor David di Tommaso op 1 december 2005, daags na zijn overlijden, wordt het rugnummer 4 met pensioen gestuurd. Het was en blijft het nummer van Di Tommaso, is de boodschap. Journalist René van den Berg verwacht niet dat er ooit nog een Utrecht-speler met dat nummer gaat spelen. “De centrale verdediger draagt nu nummer 14, dat zal zo blijven. Als je kijkt naar wie er nu bij FC Utrecht werken, dat zijn allemaal jongens die met David hebben gespeeld. Hoofdtrainer Jean Paul de Jong, hoofdscout Alje Schut, directeur voetbalzaken Jordy Zuidam. Wie ik tegenwoordig ook spreek van dat elftal, het gaat altijd het wel even over David. Het zit nog altijd diep bij de mensen.”

En anders zijn er altijd de supporters nog. Bij de Bunnikside, het vak van de fanatiekste fans, staat een borstbeeld van Di Tommaso. De twee supportershonken heten tegenwoordig Number 4 en Dito. De Supportersvereniging Utrecht reikt daarnaast nog elk jaar de David di Tommaso Award uit voor de beste speler van het seizoen, waarvoor de familie van de Fransman ook wordt uitgenodigd. Den Hartog: “Ik moet eerlijk zijn: je merkt dat bij gewone wedstrijden steeds minder over David wordt gesproken, maar rondom 29 november of bij de uitreiking van zijn trofee, hoor je altijd weer dat liedje dat we voor hem hadden. Nummer 4 zal altijd zijn nummer blijven. Daar is geen discussie over mogelijk. Zo blijven we hem herinneren. Die eer heeft hij wel verdiend.”

Er is geen betere plek denkbaar dan het stadion voor die eerste momenten van rouw. Het is de plek waar spelers en fans wekelijks samen komen. Waar altijd emoties wordt gedeeld. Je verwacht alleen niet rouwend voor het stadion te staan. En toch gebeurt het.

Kleurrijk Elftal

De vliegtuigramp in Suriname op 7 juni 1989, waarbij 167 passagiers omkomen, raakt de hele Surinaamse en Nederlandse gemeenschap. Maar zeker ook de voetbaldans. Onder de omgekomen passagiers zijn vijftien spelers van het Kleurrijk Elftal. Jongens die veelal bij Nederlandse profclubs onder contract staan. Veel clubs worden getroffen. Zoals FC Volendam, dat de sporthal naast het stadion in het vissersdorp naar spits Steven van Dorpel zou vernoemen. Of PEC Zwolle, dat een tribune in het nieuwe stadion vernoemd naar de eveneens omgekomen Fred Patrick. Bij NAC Breda wordt in de dagen na 7 juni 1989 stilgestaan bij het overlijden van Andro Knel. Voor het oude stadion, aan de Beatrixstraat, worden heel veel bloemen en sjaaltjes neergelegd, ook door supporters van Sparta, de club waar Knel speelde voor zijn periode bij NAC. Niet veel later worden alle sjaaltjes opgehangen aan de dakrand van het oude stadion.

Het noodlot slaat vaker toe in Breda. In amper twaalf jaar tijd staat NAC-fan Maarten Akkermans drie keer vol ongeloof bij de hoofdingang van zijn stadion. Op 28 september 1998 overlijdt de talentvolle Dominique Diroux tijdens de wedstrijd Jong NAC-Jong AZ. Maarten Akkermans heeft de voetballer een week eerder leren kennen. “We zaten samen in een bus bij station Breda, waarvan de chauffeur uiteindelijk niet kwam opdagen. Mijn vader haalde ons op en samen hebben we Dominique naar huis gebracht. Een week later ging mijn pa bij Jong NAC kijken. Hij kwam eerder dan verwacht en aangeslagen thuis. Dominique had een hartaanval gekregen, nadat hij was gewisseld. Hij greep ineens naar zijn borst en viel van zijn stoel af. Dominique overleed diezelfde maandagavond. De volgende dag ben ik naar het stadion gegaan, waar de trap in de centrale hal was veranderd in een ware bloemenzee. De supporters lieten zien dat NAC in deze moeilijke tijden een zeer hechte familie is, een echte volksclub.”

Akkermans kan op dat moment niet vermoeden dat hij bijna drie jaar later opnieuw bij die hoofdingang staat, met honderden andere fans. Op 25 mei 2001 overlijdt de talentvolle verdediger Ferry van Vliet, samen met zijn vriendin, na een eenzijdig verkeersongeval. Van Vliet is enorm populair bij de achterban, heeft er op 21-jarige leeftijd inmiddels al veertig wedstrijden in het eerste elftal op zitten. Akkermans: “Sta je daar wéér, met z’n allen. Er waren zoveel mensen bij het stadion, zoveel bloemen, zoveel sjaals. Het was wederom indrukwekkend. De eerste wedstrijd na Ferry’s overlijden vergeet ik niet meer. We speelden bij De Graafschap. Ferry zijn schoenen stonden langs de lijn, en de ploeg begon met tien spelers aan de wedstrijd. Ernest Stewart viel vlak na de aftrap in. We hebben in het uitvak negentig minuten lang gezongen. Na afloop kwamen er fans van De Graafschap het veld op, gingen voor ons vak staan en begonnen You’ll Never Walk Alone te zingen. Ik krijg er nog kippenvel van.”

Luciano van den Berg

Op 18 september 2005 rijdt Telstar-speler Luciano van den Berg zichzelf dood. Een week later staat De Graafschap-Telstar op het programma. Marja Korbee, de officieuze archivaris van Telstar en in die jaren ook omroepster bij de jeugd van de Noord-Hollandse club, zit die avond in het uitvak. Waar normaliter slechts zo’n veertig Velsenaren de club achterna reizen, zit het uitvak dit keer vol. “Niet veel Telstar-fans kenden Luciano echt goed,” vertelt Korbee. “Hij kwam uit de jeugd, had in de nacompetitie in mei zijn debuut gemaakt, speelde het weekeinde voor zijn overlijden zijn eerste officiële competitiewedstrijd. Er braken die periode meer jongens door. Maar zover kwam het voor Luciano dus niet. Ik weet nog dat er spandoeken voor hem in het stadion hingen, ook van supporters van De Graafschap. Er werden sterretjes afgestoken. Het was bijzonder. Er is daardoor altijd een goede band gebleven tussen fans van Telstar en De Graafschap.”

Tegenwoordig duikt er nog heel af en toe een spandoek op, vooral rondom Luciano’s sterfdag. De trouwe Telstar-fan weet dat het rugnummer 22, waarmee Van den Berg debuteerde, niet meer wordt gedragen. Een shirt met dat nummer hangt in het supportershome, naast het shirt van Florian Vijent, een van de voetballers die bij de SLM-ramp om het leven kwamen.

Al vijf jaar lang applaus

Bij het Zweedse AIK Solna houden ze het inmiddels al vijf jaar (!) vol om elk duel even stil te staan bij hun overleden keeper Ivan Turina. Op 2 mei 2013 overleed hij aan hartfalen. Hij stond, net als Astori en Di Tommaso, ’s ochtends niet meer op. De Kroatische keeper was ongekend populair bij de achterban. De fans van de harde kern, Sol Invictus, besloten hem te blijven eren. Elk duel, in de 27ste minuut. In de 27ste minuut gaan alle fans staan, schreeuwen de naam Ivan Turina en klappen vijf keer. Dat herhalen ze een minuut lang. Iedere wedstrijd, al vijf jaar lang. En de supporters geven aan er ook voorlopig niet mee te stoppen. “Ivan leefde voor AIK Solna, ging er ook dood. Het minste wat we kunnen doen is onze respect voor hem blijven tonen.”

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws en mooie acties? Schrijf je dan nu in!
Magazine +

Dit is een OnePass artikel

Lees de artikelen van je favoriete magazines, waar je ook bent.

Meer over OnePass