Magazine
ONEPASS | Dit is een speciaal artikel

100 dagen Holleeder

Op maandag 5 februari 2018 begon de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen Willem Holleeder. Wat is honderd dagen later de oogst, wat zijn we wijzer geworden? De verhoren geven een boeiende inkijk in het leven van Willem Holleeder

Holleeder
Door: Redactie Panorama
Fotografie: ANP

Paja is de Allesweter

Vanaf dag één van het proces zweeft de geest van een geheimzinnig figuur boven de troosteloze Bunker in Osdorp: de Allesweter. Holleeder noemt hem in zijn verklaring als degene die bemiddelde bij het conflict rond de eerste aanslag op Cor van Hout, in de Amsterdamse Deurloostraat in 1996. Sam Klepper en John Mieremet hadden Cor van Hout en Willem Holleeder een boete opgelegd van 1 miljoen gulden. Officieel vanwege een mislukt drugstransport, maar eigenlijk ging het om ‘belediging’: Cor had in een kledingzaak in de PC Hooftstraat Mieremet ‘schele’ genoemd. De aanslag mislukte, Cor raakte gewond maar overleefde en dook onder in Frankrijk. Holleeder ging onderhandelen met Klepper en Mieremet, via een tussenpersoon die hij de Allesweter noemde. Holleeder wilde wel betalen en deed dat, zonder toestemming van Cor, die daar de rest van zijn leven kwaad over bleef.

Tijdens de zitting trokken de officieren van justitie het bestaan van de Allesweter in twijfel en in De Telegraaf dreef John van den Heuvel de spot met deze ‘sprookjesfiguur’. In de Panorama van 21 maart wordt onthuld dat Paja M., uit voormalig Joegoslavië, de Allesweter is. Holleeder noemt hem ‘een vriend’: “Het is een aardige man. Hij had een boetiek en later een restaurant in Den Haag. Ik ging er af en toe langs, kopje koffie drinken of een broodje eten. Gezellig, beetje kletsen.” Na de liquidatie van Sam Klepper in 2000 hadden Holleeder en Paja elkaar in Sarajevo ontmoet. Op dat moment was iedereen aan het gissen wie er achter de moord op Klepper zat. Er ging een gerucht dat Sreten ‘Jotsa’ Jocic, de baas van de Amsterdamse Joego-maffia, erachter zat. Holleeder had in Sarajevo zijn oor te luister gelegd – toen hij daar samen met Paja was – en had daar vernomen dat Jocic er niks mee te maken had. Dat gaf hij weer door aan John Mieremet. Later bleek – volgens Holleeder – dat Jocic wel degelijk de opdrachtgever was geweest.

Alle Holleeders schreeuwen

“Ik ben een jongen uit de Jordaan, zo praat ik,” zegt Holleeder steeds als Sonja en Astrid hem betichten van schelden, dreigen en schreeuwen. Heel Nederland heeft Holleeder horen schelden tegen Sonja, in een stiekem opgenomen gesprek. Holleeder: “Ik heb ruzie omdat ze liegt. Natuurlijk heb ik geschreeuwd. Had ik misschien niet moeten doen, maar dat is het enige stukje dat ze eruit geknipt hebben. Ik voel op dat moment dat er iets niet klopt. Daarom gebruik ik een beetje dreigende taal, dat doe ik met anderen ook. Een beetje dreigen om te kijken waar het zit. Het was zo onredelijk, ik begrijp het nog niet. Ik heb dit niet verdiend.” De ruzie ging over de rechten van de Amerikaanse verfilming van het Heineken-boek. Volgens Holleeder was de afspraak dat als er ooit een film zou komen, de mede-ontvoerders zouden delen in de opbrengst. Hij denkt dat Peter R. de Vries, Sonja en Astrid hem doelbewust in de val hebben gelokt. Sonja wist dat het gesprek werd opgenomen en bleef kalm. Holleeder, in plat Amsterdams: “Ik ken hun net zo oud als ze zijn, hun weten dat ik best kan schreeuwen en doen, daar hebben ze mij in geprovoceerd. Ik schreeuw, hun schreeuwen ook.” Daar heeft Holleeder wel een punt, want vooral tijdens de verhoren van Astrid trok zij nogal fel van leer tegen onder andere Sander Janssen, de advocaat van haar broer. Holleeder: “We komen uit één nest, zo zijn alle vogeltjes gebekt.”

Weduwe Sandra compleet ‘leeggetrokken’

Sandra den Hartog deed samen met Astrid en Sonja Holleeder aangifte tegen Willem Holleeder. Ze was getrouwd met Sam Klepper, die een deel van zijn vermogen had belegd bij Willem Endstra en een deel had ondergebracht bij een bank in Liechtenstein. In oktober 2000 wordt hij op het Gelderlandplein in Amsterdam geliquideerd. Tot nu toe was de gedachte dat de opdracht was gegeven door Jotsa Jocic, die Sam Klepper en diens kompaan Johnny Mieremet een boete van 10 miljoen gulden had opgelegd vanwege een vermeende ripdeal. Klepper weigerde te betalen en zou daarom doodgeschoten zijn. Mieremet zou toen eieren voor zijn geld hebben gekozen en hebben betaald. Maar hij vond dat weduwe Klepper ook een helft moest betalen. Dat vond Sandra ook wel. Vervolgens moest Sandra ook nog 4,5 miljoen van Mieremet voorschieten: die zat even wat krap in de contanten. “Niet doen,” had Holleeder tegen haar gezegd, maar nadat Mieremet in café Lexington in Amsterdam vreselijk tegen haar tekeer was gegaan en had gedreigd een huurmoordenaar op haar af te sturen, ging ze overstag. In mei 2001 ging ze het geld bij de bank in Liechtenstein ophalen, samen met Stanley ‘De Kouwe Ouwe’ Hillis, op dat moment ongetwijfeld de invloedrijkste crimineel van Nederland. Ze heeft dan nog geen relatie met Holleeder, maar ze zijn al wel heel goed bevriend. Sandra en Stanley rijden om beurten, vermoedelijk in de auto van Sandra. Het is zo’n 900 kilometer. Ze rijden ’s nachts en komen ’s morgens vroeg aan. Rechter Benedicte Mildner ondervraagt Sandra daarover: “U haalt dat geld op. En dan?” Sandra: “Dat heb ik aan hem gegeven. Buiten, op de parkeerplaats. Ik ben naar de auto gelopen, toen kwam hij ook net aanlopen, daar heb ik het aan hem gegeven.” Rechter: “Was het een groot pakket?” Sandra: “Het zat in een tas.” Vervolgens stoppen ze bij een parkeerplaats langs de snelweg, net buiten Liechtenstein. Sandra: “Toen is Stanley weggegaan, te voet, met de tas. Hij ging het overdragen aan de mensen van Jotsa.” Sandra blijft uren wachten. Als Stanley terugkomt, is hij verbaasd dat ze er nog is. Ze zegt: “Ik kan toch moeilijk wegrijden?” De rechter vraagt of ze weet in welke valuta het was. Sandra: “Er zat wat buitenlands geld bij.” Uit stukken van de bank blijkt dat ze daar op 6 mei is geweest en dat het Zwitserse francs waren. Sandra: “Dat zou kunnen.” De afspraak was niet bij de bank zelf, maar in een kantoor. “Ze komen het brengen, je pakt het aan, en dan: zo snel mogelijk weg.” De rechter denkt dat je het vooraf moet melden als je zo’n groot bedrag wil opnemen. Sandra: “Nee, ik ben er gewoon naar toe gegaan, ik heb aangegeven dat ik het geld nodig had.”

Even 5 miljoen ophalen

In een volgend verhoor gaat officier van justitie Sabine Tammes in op de reis. In verklaringen bij de rechtercommissaris had Sandra gezegd dat Hillis haar op de terugweg had gewaarschuwd voor Holleeder: “Pas op, hij is niet zoals je denkt dat hij is.” Maar daar had ze verder niets mee gedaan. Integendeel: kort daarna begon ze een relatie met Holleeder die ruim tien jaar zou duren. Daarna, als ze zich door Astrid Holleeder laat overhalen aangifte te doen tegen Holleeder, komt alles in een heel ander daglicht te staan. Dan wordt de gedachte dat Holleeder, Mieremet en Hillis een spelletje hebben gespeeld met Sandra en haar vakkundig hebben leeggetrokken. En dat Jocic geen cent heeft gekregen en alleen maar is gebruikt als dreigement. Bovendien krijgt Sandra het idee dat Holleeder misschien ook wel achter de liquidatie van Klepper zit. Sander Janssen, advocaat van Holleeder, zet vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van Sandra. Bijvoorbeeld over die reis met Hillis: “Je kan toch niet zomaar naar de bank gaan en zeggen: doe mij even 5 miljoen? Vergt dat geen voorbereiding?” Sandra: “Dat denk ik wel, maar wij hebben dat toen zo gedaan.” Janssen: “Weet u dat zeker?” Sandra: “Ja, ik ben daar één keer geweest met die Stanley.” Janssen: “U bent er in diezelfde periode toch ook een keer alleen geweest of met iemand anders?” Sandra: “Nee.” Janssen: “In het Fiod-dossier zitten aantekeningen van de bank. Die schrijven dat u op 2 april 2001 onaangemeld verschijnt en vraagt om 4,5 miljoen gulden. Dan wordt u verteld: dat hebben we hier niet liggen. U moet later terugkomen. Dan wordt afgesproken dat u op 9 april terugkomt, dat ze het dan in huis hebben. Er staat ook nog dat u uw zoon D. en uw moeder als rechthebbende op de rekening wil registreren. Zegt u dat iets?” Sandra: (even stil) “Nee, op dit moment niet.” Janssen: “Nee? Vervolgens wordt er op 9 april genoteerd dat u niet verschijnt, dat ze het geld met een beveiligd transport uit een kluis hebben laten komen, het ligt op kantoor. Het gaat met een beveiligd transport terug. U krijgt daar een rekening voor van een paar honderd Zwitserse francs. Zegt u niks?” Sandra: “Kan dit laatste nog even opnieuw? Ik was nog even aan het denken.” Janssen herhaalt het en voegt eraan toe dat de rekening voor die paar honderd francs was omdat er voor niks kosten waren gemaakt. Dan: “Ik leid eruit af dat ze die kosten wel echt hebben gemaakt en dat u er wel eerder bent geweest.” Sandra: “Ik kan me dat echt niet herinneren.” Janssen: “Nee? Op 7 mei 2001 komt u weer, opnieuw onaangemeld. U zegt: nu wil ik graag 5 miljoen Nederlandse gulden opnemen. Dan zeggen zij: dat hebben we niet liggen, we hadden het op 9 april klaarliggen.” Sandra: “Was ik toen alleen of met Stanley?” Janssen: “Dat staat er niet bij. Maar ik denk met Stanley, want u krijgt wel geld mee. U legt ook uit waarom u er eerder niet was: dat u krankheitshalber verhinderd was. Ik neem aan dat u ziek was. Het was niet gelukt telefonisch contact te leggen. U geeft op 7 mei uitleg aan de bank waarom u niet op 9 april bent gekomen. Kunt u zich daar nou helemaal niets van herinneren?” Sandra: “Nee, ik kan me er echt niets van herinneren.” Janssen: “U zegt dat u toch graag geld wil. Ze hebben geen 5 miljoen gulden, wel 3,5 miljoen Zwitserse franken. Ze waarschuwen u nog dat als je daarmee gaat reizen en je moet allerlei grenzen over, dat je dat misschien moet aangeven. Dat is allemaal opgeschreven en met u besproken. Dan zegt de bank dat u zich daarvan bewust bent, u tekent van alles. Kunt u zich dat herinneren?” Sandra: “Ook niet echt specifiek. Ik kan me herinneren dat ik daar geweest ben met Stanley, dat ik het geld heb opgehaald, eigenlijk kan ik me alleen dat herinneren.”

Willem Holleeder heeft getekend

“Waar gáát dit allemaal over?!” is een veelgehoorde verzuchting op de perstribune in de Bunker. Holleeder wordt aangeklaagd als opdrachtgever voor liquidaties, maar in het proces gaat het tot nu toe vooral over hoe hij met zijn talrijke vriendinnen omging en over zijn scheldpartijen met zus Sonja over filmrechten. Tijdens de laatste zitting, op 23 april, zat het venijn in de staart. Peter R. de Vries kwam op de proppen met een door Holleeder getekend contract waarin hij afziet van alle rechten op de film. Dat contract zat niet in het dossier, alleen De Vries had het. In het dossier zat een voorbeeld-contract, waar De Vries zelf de naam W.F. Holleeder onder had ingevuld. Advocaat Sander Janssen: “Op die opnames hebben we kunnen horen dat er met Willem Holleeder een hoop gedoe was over die film, hij was boos en zei zoiets als: Ik wil die film niet, mijn kind zit op school, het komt weer in de media. Heeft u daar met hem over gesproken?” De Vries: “Ja, en dat heeft ertoe geleid dat er een verklaring door Willem Holleeder is getekend waarin hij uitdrukkelijk toestemming geeft tot het maken van de film en bevestigt dat hij geen aandeel daarin hoeft te hebben en dat er nooit een afspraak over is gemaakt. Die verklaring is klip en klaar en het verbijstert mij dat hij loopt te chicaneren daarover. Die verklaring is 100 procent duidelijk, er staat in dat die film er komt, dat hij er geen bezwaar tegen heeft, dat hij nooit in het boek heeft meegedeeld en dat dat ook voor de film geldt. What more is there to say?” Rechter: “Een handtekening misschien? Heeft hij iets getekend?” De Vries: “Natuurlijk heeft hij getekend.” Holleeder: “Mag ik wat zeggen, meneer de voorzitter? Ik heb het net gezien, ik heb alle aantekeningen van Peter de Vries. Het is niet mijn handschrift, pertinent niet, ik schrijf schuin.” De Vries: “Ik hecht er wel aan om dit misverstand op te helderen. Meneer Holleeder slaat de plank helemaal mis. Hij beschikt over een kopie die inderdaad niet door hem is getekend, dat is zijn handtekening niet. Hij heeft een kopie gekregen waar mijn handtekening op staat, omdat ik aan Sonja duidelijk heb gemaakt: kijk, híer moet Willem tekenen, op deze manier. Dat heb ik haar uitgelegd door er een soort van pro-formahandtekeningetje op te zetten. Maar ik heb hier de verklaring die door Willem Holleder is ondertekend, hier staat gewoon zijn handtekening onder. Dit is ondertekend en hij heeft erbij geschreven: Amstelveen, 4 april 2012. Precies zoals ik ook had gevraagd of hij dat wilde doen, omdat ik wilde voorkomen dat hij achteraf zou verklaren dat het niet door hem geschreven of getekend was. Dit is gewoon de verklaring die Willem Holleeder op 4 april 2012 heeft ondertekend. Als u mij toestaat zou ik de inhoud wel willen oplezen.” Janssen: “Wie heeft dit opgesteld?” De Vries: “Dit heb ik opgesteld.” Vervolgens leest De Vries de verklaring voor, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: Willem Holleeder ziet af van alle rechten. Holleeder is duidelijk geëmotioneerd door de brief van De Vries en zegt: “Het is zo. In 2012 is die ruzie begonnen over dat ik recht heb op die film. Ik ben geen gekke Gerritje, zo’n brief zou ik van m’n leven nooit tekenen. Wat hij nu opleest, alleen een gek tekent dat. In de nieuwe opname van een gesprek met mij en Sonja zeg ik tegen Sonja: Ik heb niks getekend. Sonja zegt: Jawel. Ik vraag: Wanneer dan? Ik ben bij Sonja gekomen, voor de ziektekostenverzekering, toen heeft ze mij dingen laten tekenen, maar ik had geen bril bij mij. Als ik heb getekend, is het omdat Sonja zei: teken effe hier. Ik heb het niet gelezen. Ik weet sowieso niet dat ik het getekend heb.” De Vries: “Wel knap dat je zonder bril kan opschrijven: Amstelveen, 4 april 2012.” Holleeder: “Da’s niet zo moeilijk, professor.” Rechter: “Heeft u daar een kopie? Mag ik ’m even zien?” Holleeder, tegen Peter: “Je hebt me gewoon opgelicht jongen, samen met Astrid en Sonja.” Rechter: “Meneer Holleeder, is dit uw handtekening? Dan bent u er misschien ingeluisd.” Holleeder: “Als ik dit nou getekend zou hebben, zou ik toch niet al die tijd ruzie hebben lopen maken.” De Vries, naar Holleeder toe: “Dat is nou precies jouw persoonlijkheid. Dat je iets tekent en akkoord gaat en daarna overal weer dwars gaat voorliggen. Dit is Willem Holleeder ten voeten uit.” Holleeder: “Weet je wat het is? Dit is precies wat Peter de Vries is. Je bent gewoon een smerige oplichter.” De Vries: “Jij hebt gewoon getekend. Punt uit. Het is een hele duidelijke verklaring, klip en klaar. Je hebt getekend en geschreven waar het was en wanneer. Het is heel vervelend voor je, Willem, maar dit is hoe het is.” 

HOE NU VERDER?

Vrijdag 18 mei wordt de draad opgepakt met een verhoor van Astrid Holleeder. Dinsdag 22 mei van Peter R. de Vries. 24, 25 en 29 mei: inhoudelijke behandeling. Vrijdag 1 juni, dinsdag 5 en vrijdag 8 juni: Astrid Holleeder. Op 8 juni ’s middags: Sonja Holleeder. Van 14 juni tot 13 juli: inhoudelijke behandeling. En na het zomerreces, van 3 september tot 22 november: inhoudelijke behandeling.

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws en mooie acties? Schrijf je dan nu in!
Magazine +

Dit is een OnePass artikel

Lees de artikelen van je favoriete magazines, waar je ook bent.

Meer over OnePass