Busje komt nooit meer

In de serie ‘Herinnert u zich deze nog, nog, nog...?’ blikt Panorama terug op het succes van vergeten artiesten. Deel 6: de cabaretiers van Höllenboer, die Nederland tot hun eigen verbazing veroverden met hun nummer over een busje dat zo komt.

Door: Marco van Nugteren Fotografie: ANP e.a.
Entertainment

Niet een, niet twee, maar liefst twaalf keer achter elkaar vinden de mannen van het Twentste cabaretduo Höllenboer het nodig om ons duidelijk te maken dat er zoiets alledaags gebeurt als een busje dat komt aanrijden. Maar wat blijkt? Na die twaalfde keer is hij er nog steeds niet! Dan moeten we wéér eventjes geduld hebben, ‘want het busje komt zooooo’.

Het is voor de luisteraars van radiozender 100% NL in 2014 reden genoeg om het lied uit te roepen tot irritantste nummer 1-hit aller tijden. Iets waar Gerard Oosterlaar, de zanger van Höllenboer en tevens de bedenker van de kreet die het duo zelfs door een licentiebureau wettelijk heeft laten beschermen, het roerend mee eens is. “Het is ook een irritant nummer,” zegt hij. “De eerste keer is het nog leuk, de tweede keer misschien ook nog wel. Maar daarna? Hoe vaker je het hoort, hoe irritanter het wordt.”

In 1995, het jaar waarin Busje komt zo uitkomt, werkt Oosterlaar als hulpverlener in de verslavingszorg. Wanneer de jaarlijkse studiedag voor de deur staat voor alle methadonpostmedewerkers uit oost-Nederland, die methadon aan verslaafden verstrekken als vervanger voor de schadelijkere heroïne, wordt hij zoals elk jaar gevraagd of hij een kleine conference wil houden en een liedje wil spelen. Dat doet hij immers met Höllenboer ook altijd.

Al snel heeft Oosterlaar een onderwerp in gedachten voor het nummer van dit jaar: de methadonbus. Vanwege de bezuinigingen dreigen de drie methadonposten in de regio te worden vervangen door een methadonbus. Een slechte zaak, vindt Oosterlaar. Het plan zou vier verpleegkundigen hun baan kosten en is in zijn ogen ook verre van goed voor de verslaafden, die minder contact met de hulpverleners zouden krijgen. Omdat hij zelf niet héél muzikaal is, vraagt hij zijn Höllenboer-collega Bas van den Toren of hij de muziek wil componeren. De tekst schrijft hij zelf. Naar eigen zeggen heeft hij slechts een kwartier nodig om het hele nummer op papier te krijgen.

Het nummer over twee drugsverslaafden welteverstaan, die wachtend op de methadonbus door diezelfde bus worden aangereden en na hun dood in de hel terechtkomen. “Op de studiedag werd er best om gelachen,” zegt Oosterlaar. “Maar toen we het nummer landelijk uitbrachten, werd het soms verkeerd begrepen. Het was een ludiek protestlied tegen de komst van de methadonbus, maar sommige mensen dachten dat we verslaafden belachelijk maakten. Ook op m’n werk leverde het gezeik op. Verslaafden vonden dat ik geld over hun rug verdiende en hun ouders zeiden dat ik ontslagen moest worden. Terwijl ik juist voor de verslaaf- den opkwam.” 

Dit is een voorstukje uit het blad. Wil je het hele artikel lezen? Bestel Panorama dan hier, of lees het op Blendle.