Woensdagmiddag, 15 juli. Het is warm in mijn werkkamer, de laptop open op tafel, ik scroll door het nieuws van de week. Als misdaadjournalist is het mijn vak om de nuance te zoeken, verder te kijken dan de waan van de dag. “Alles weten, is alles begrijpen,” zei Peter R. de Vries ooit. Vaak genoeg blijkt een zaak minder zwart-wit dan ik dacht. Maar er zijn grenzen. Momenten dat ik helemaal geen begrip kan en wil opbrengen voor de ellende die aan me voorbijtrekt.
Zo hebben we hier Adil Q. In februari kreeg deze 37-jarige Italiaan in eigen land een zorgmachtiging: hij hoorde in een psychiatrische instelling te zitten. Maar nam de benen en kwam – hoe verrassend – in Nederland terecht. Op 30 maart stak hij, aldus het OM, op een parkeerplaats in Nieuw-Vennep een 59-jarige vrouw dood, kort nadat ze bellend naar haar auto liep en een Engelssprekende man had afgewimpeld.
“Een zak stront,” noemde Geenstijl hem. Niet erg subtiel, maar verzin maar eens iets beters. Maandag 13 juli stond hij voor het eerst voor de rechtbank in Alkmaar, in voetbalbroekje en spijkerblouse. Over een motief geen woord. Alleen over zijn opname in het Pieter Baan Centrum wilde hij iets kwijt: “Ik wil daar niet naartoe, ik accepteer geen tbs.”
Over een motief geen woord. Alleen over het Pieter Baan Centrum wil Adil iets kwijt: ‘Ik wil daar niet naartoe, ik accepteer geen tbs’
Ik heb geen behoefte om Adil Q. te begrijpen. Er lopen te veel Adils rond, mensen bij wie een schakeltje los zit. Denk aan Lisa, wier nachtelijke fietstocht naar Abcoude fataal afliep omdat ook zij de pech had een gek tegen te komen. En nee, ik richt mijn pijlen niet alleen op immigranten. Een bericht uit Rotterdam, met een oer-Hollandse verdachte, valt voor mij in dezelfde categorie. Een meisje van 7, gek op visjes en kikkers, is op 12 augustus vorig jaar met haar moeder in het Zuiderpark. Haar moeder ligt op het gras, sluit heel even de ogen. Als ze opkijkt, staat haar dochter voor haar. De onderbroek nog omlaag. Een naakte man had haar tegen de grond gewerkt en zijn hand op haar mond gedrukt.
De politie vindt DNA op haar onderlichaam. Het spoor leidt naar de 55-jarige Marinus L. uit Rotterdam. In de rechtszaal een zwijgende man, blik strak op zijn schoenen gericht. De aanklacht: verkrachting. Van een meisje van 7. Op iedere vraag: “Geen antwoord.” Alleen tegen de psycholoog had hij iets losgelaten: “Zij kwam daar, het gebeurde gewoon, impulsief. Ik schaam mij.” Wat had hij dan gedaan? “Alleen haar betast.” Niet verkracht dus, volgens hem.
Marinus heeft de schijn nogal tegen. Zijn DNA leverde ook een oude match op. In 2011 was in IJsselmonde een meisje gevolgd terwijl een man zich bevredigde. Deskundigen konden geen duidelijke stoornis vaststellen – hij werkt niet mee – maar het OM omschrijft hem als een ‘simpele man’ die bij zijn moeder woont. Sinds 1997 al viermaal veroordeeld voor schennispleging, ooit behandeld in een kliniek voor mensen met grensoverschrijdend of strafbaar gedrag. Zonder succes. Zijn advocaten willen vrijspraak; de wettelijke basis voor tbs ontbreekt, vinden zij. De rechters proberen Marinus nog eenmaal aan het praten te krijgen. “Nee, ik wil niets zeggen.” Intussen durft het meisje niet meer naar buiten. Een jeugd kapot. Haar ouders kochten een aquarium, zodat ze toch nog naar visjes kan kijken.
Alles weten, is alles begrijpen, zei De Vries. Dat probeer ik echt. Maar bij Adil Q. en Marinus L. hoeft niemand aan te komen met een zorgmachtiging die te laat kwam of een moeilijke jeugd die alles verklaart. Ik zou het kunnen proberen, als ik mezelf ertoe zette. Maar ik doe het niet. Noem het onvermogen, noem het onwil; het komt op hetzelfde neer. Nuance zoeken doe ik graag. Maar niet voor iedereen.