Infantino. Klinkt als een luchtje. Infantino Pour Homme. Maar er ruikt helemaal niets lekker aan deze FIFA-baas, zoals het hele WK de geschiedenis zal ingaan als een toernooi met een luchtje. Trump als VAR, drinkpauzes die alleen maar dienden om extra reclame-inkomsten te genereren en talloze onbegrijpelijke beslissingen van scheidsrechters. En dan was het natuurlijk ook het WK van wat inmiddels openlijk het ‘Marokkanenprobleem’ wordt genoemd.
Johan Derksen verwoordde het in juni zo: “Weet je wat mij altijd opvalt? Je hebt Marokkaanse spelers die in Nederland geboren zijn. Die ouders zijn hier ooit naartoe gekomen, omdat ze het hier beter hebben. Zo’n jongen groeit hier op en maakt gebruik van onze sociale wetten. (..) Ik vind dat je een soort morele verplichting hebt om voor Nederland te kiezen.” Klare taal, zoals we van De Snor gewend zijn. In een podcast deden Noa Vahle en Hélène Hendriks er nog een schepje bovenop. Noa, over Salah-Eddine: “Die is geboren en getogen in Amsterdam, heeft zijn hele jeugdopleiding in Nederland doorlopen en uiteindelijk voor Marokko gekozen. Na afloop vroeg ik hem hoe het was om deze wedstrijd te spelen. Nou, die sprankeling in zijn ogen! Zó gemotiveerd om te winnen van Nederland.” Hélène Hendriks vond het al even opmerkelijk. Ze had begrip voor zijn keuze, maar wel met een licht voorbehoud: “Je hebt alles hier in Nederland gedaan.”
Het draait allemaal om loyaliteit. Zolang het bij voetbal blijft, is enige rivaliteit normaal. Maar wat er na een wedstrijd van het Marokkaanse elftal op straat gebeurt, is dat niet. Verre van. In de Haagse Schilderswijk ontstonden na het laatste fluitsignaal meteen rellen. Enkele dagen later, na de Marokkaanse zege op Canada, hetzelfde beeld. Winst of verlies, het maakt niet uit: de reljeugd – supporters zijn het niet – gaat sowieso de straat op.
Deze jongeren hebben duidelijk geen greintje respect voor de politie en maling aan de buurtvaders die proberen de boel te sussen
Ook dat leverde de nodige talkshowgesprekken op. Maatschappelijk probleem of Marokkanenprobleem, vroeg Hélène Hendriks zich hardop af. Binnen de Marokkaanse gemeenschap wordt er weleens gewezen op een gebrek aan zelfkritiek. Ibrahim Afellay gaf er, in zijn reactie op de rellen na de Canada-wedstrijd, een schoolvoorbeeld van: “Er wordt altijd een ‘Marokkanenprobleem’ van gemaakt, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Feyenoord-supporters die de boel kort en klein slaan in Italië, dat is ook vandalisme. Hetzelfde geldt voor supporters van Ajax die in het stadion een wedstrijd staken door vuurwerk op het veld te gooien, wat een gevaar voor de mensen is. Dat is gewoon een maatschappelijk probleem.”
Wat het ook is, deze jongeren hebben duidelijk niets met Nederland. Niets met onze normen en waarden, geen greintje respect voor de politie, maling aan de buurtvaders die proberen de boel te sussen. En ze voelen zich gesteund door wegkijkende bestuurders als Femke Halsema en Jesse Klaver. Nog ernstiger wordt het als zo’n loyaliteitsprobleem opduikt binnen de overheidsdiensten zelf.
Ik sprak erover met een oud-collega met wie ik bij de politie heb gewerkt. Hij heeft alle reorganisaties meegemaakt: hoe gemeentepolitie en rijkspolitie werden samengevoegd tot regiopolitie, om jaren later te worden omgedoopt tot Nationale Politie. Hij was erbij toen de overheid actief ging werven onder allochtone jongeren. De nood was hoog, er werd bij de selectie niet gekeken op een taalfoutje meer of minder. “Maar dat is nog tot daaraan toe. Ik dacht bij sommige collega’s – Afghaans, Turks of Marokkaans – weleens: aan welke kant sta jij eigenlijk? Als het spannend wordt in Nederland, om religie of wat dan ook, kunnen we dan op je rekenen? Kun je de druk van je eigen achterban aan, die misschien heel anders tegen onze samenleving aankijkt? Ik heb dit weleens bespreekbaar willen maken bij de korpsleiding. Het werd me verboden. Dat zegt eigenlijk alles.”
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct