Micha Jacobs & Edwin Struis
Sport

SPORTCOLUMN: Oranje snakt naar een bondscoach die ons laat voetballen zoals Cruijff het ooit onderwees

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week:

Micha Jacobs & Edwin Struis
4 minuten
Voetbal

MICHA JACOBS: Ik dacht altijd dat oranje een kleur was waar je niks op tegen kon hebben en die altijd wel een glimlach op je gezicht tovert, zeker in het buitenland, maar de realiteit bleek anders. Ik liep langs het centraal station van Sydney, waar een vriendelijke doch smoezelige man met een driejarenbaard om een paar muntjes vroeg. Hij lachte en knikte ook vriendelijk naar iedereen die hem voorbijrende, totdat hij mij in mijn oranje shirt zag. “Oh, fuck off!” schreeuwde hij terwijl zijn gezicht in een nanoseconde van amicaal in maniakaal veranderde. 

Als een rode lap op een stier, zo werkte dat oranje op hem. Geen idee waarom, ik had het hem niet gevraagd, maar het had vast iets te maken met Nederland-Australië op het WK van 2014 (3-2), wat de Aussies die ik in de afgelopen weken sprak nog steeds de beste Australische wedstrijd ooit op een WK vonden, ondanks de uitslag. 

Tijdens Nederland-Marokko vorige week dacht ik dat het een leuk idee zou zijn om twee oranje shirtjes mee te nemen voor de Amerikaanse collega’s van mijn vriendin. Het koppel was zeer groot voetbalfan – zij was half Spaans, half Amerikaans en hij een volbloed Amerikaan met een liefde voor Europa terwijl hij overal had gewoond – dus ik dacht dat ik hen wel een plezier zou doen om iets oranjes mee te nemen, anders zouden zij zo uit de toon vallen tussen al die Nederlanders met wie we keken. Maar niks was minder waar. Hij trok nog zonder enige twijfel het oranje shirt aan, terwijl haar ogen bijna uit haar kop vielen. “Dat doe je toch niet?” zei ze enigszins spottend tegen hem. “Verrader!” 

Wat bleek: als er één land was waar ze in het voetbal een hekel aan had, dan was het wel Nederland. Ik vond het uiteraard de omgekeerde wereld, dat uitgerekend een Spanjaard ons vervloekte, maar het was blijkbaar een feit dat het Nederlands elftal er veel slechter op stond dan ik altijd had gedacht. De supporters alla, met hun oranje karavaan, maar geen enkel land vond ze zo arrogant en hooghartig op het veld als het onze. 

Een Engelse vriend stuurde ook alleen maar smileys bij het bericht dat Koeman was opgestapt als bondscoach, want hij haat hem nog steeds vanwege die kwalificatiewedstrijd in Rotterdam waarin Koeman eerst rood had moeten krijgen en daarna een vrije trap binnenschoot, waardoor niet Engeland, maar Nederland in 1994 naar het WK in Amerika ging. Ik antwoordde dat het na die Koeman-exit alleen maar beter kon gaan met ons voetbal, wat een waarheid is als een koe, toch?

EDWIN STRUIS: Toen ik na Nederland-Marokko me licht vloekend afvroeg waarom ik voor dit misbaksel mijn nachtrust had opgeofferd, schoten me al enkele namen van opvolgers van Ronald Koeman te binnen. Naast voor de hand liggende namen als Arne Slot, Peter Bosz en Erik ten Hag, ook die van Pep Guardiola. Ik kan geen verhaal over de goede man lezen zonder dat daarin de naam van onze grote roerganger Johan Cruijff valt, en nu hij weg is bij Manchester City en Oranje snakt naar een bondscoach die ons laat voetballen zoals Cruijff het ooit onderwees, ligt wat mij betreft de weg open om een echte ‘Koning van Hispanje’ te eren, zoals we voor elke interland blèren.

Want wat zijn we met het Nederlands elftal een doodlopende weg ingeslagen. Eigenlijk al in 2010 ingezet toen we onder Bert van Marwijk met ‘realistisch’ voetbal omhoog vielen, tot de finale aan toe waarin we schoppend op de been probeerden te blijven. In 2014 werden we aan de hand van Louis van Gaal het vermaledijde 5-3-2-systeem ingesleurd, dat per wedstrijd minder amusement opleverde, resulterend in twee afgrijselijke brilstanden tegen Costa Rica en Argentinië. Vier jaar later was ons niveau dermate afgegleden dat WK-plaatsing te veel was gevraagd en van het WK in 2022 is me enkel de kwartfinale tegen Argentinië bijgebleven, waarin we op een kleine opleving in de slotfase na, ook weer veel te veel in de loopgraven vertoefden, tot het moment dat ons penaltytrauma werd ververst.

En nu, onder Ronald Koeman, zagen we iets van een opleving tijdens de makkelijk gewonnen wedstrijden tegen Zweden en Tunesië. De bondscoach had zelfs Brian Brobbey aan het scoren gekregen, voorwaar geen sinecure, en met acht goals in twee duels leek er weer iets te zijn ontstaan van aanvallende allure. Dus ja, dan zet je in al je goodwill gewoon de wekker om vijf voor drie ’s nachts. Om vervolgens getuige te zijn van ouderwets angsthazenvoetbal. Angst waarvoor eigenlijk? Dat je in een kwartfinale tegen Frankrijk wat aanpassingen doet oké, maar in een 1/16 finale tegen Marokko? En wel zodanig, dat Brobbey op een eiland kwam te staan en je – in potentie – beste man Frenkie de Jong kwam te zwemmen op een veel te dunbevolkt middenveld. Hoe kom je erop? Zodoende werd ons voetballende erfgoed voor de zoveelste keer in deze eeuw te grabbel gegooid. Langzaam vervagen de herinneringen aan dat trompetriedeltje uit 1988 en het daaropvolgende hartstochtelijk geuite ‘AANVALLUH’ uit tienduizenden kelen. Flets Oranje moet weer gaan schitteren. Ik zeg: alle ballen op Pep!


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct