Lifestyle

Week van Toen: De Stones zijn er maar drug mee! (1998)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit Panorama nr. 27, 1998: 'Leven na de dope'

Micha Jacobs
2 minuten
Rolling Stones

“Dat de Rolling Stones straks in nagenoeg originele bezetting in de Amsterdam Arena staan, mag gerust een medisch wonder heten,” schreven we in 1998, vlak voordat Mick Jagger en consorten vijf avonden in ons land optraden in het kader van hun Bridges to Babylon-tour. Volgende week, bijna dertig jaar later dus, komt hun nieuwe album Foreign Tongues uit, waarmee maar is gezegd: zaten wij er destijds zo gruwelijk naast dat ze op sterven na dood waren of zijn het écht medische wonderen, die Stones?

Mick Jagger en Keith Richards zijn inmiddels 82, Ron Wood 79 en drummer Charlie Watts zou nu 85 zijn als hij vijf jaar geleden niet was overleden. In 1998 maakte onze roemruchte verslaggever Michiel Blijboom een aardig portretje van met name Richards die toen al bovenaan de ‘Rock & Roll Dodenlijst’ zou staan, ‘een fictieve hitparade van binnen niet afzienbare tijd te verwachten sterfgevallen’. Herman Brood (morsdood), Kurt Cobains ex Courtney Love (springlevend) en Wally Tax (dood!) om maar een paar namen te noemen, stonden ook op dat lijstje, maar dat geheel terzijde. 

Richards had ‘een gezicht waar je het beste met een maankarretje overheen kunt’, schreven we. Want die jarenlange alcohol-, cocaïne- en heroïneverslaving hadden duidelijk hun sporen (lees: kraters) nagelaten. Sterker nog: met de hoeveelheid dope die hij in de jaren 70 tot zich nam, zou je, zo meenden we, ‘met gemak de complete neushoornpopulatie kunnen uitroeien’. 

‘Keith Richards heeft een gezicht waar je het beste met een maankarretje overheen kunt’

Een van Blijbooms favoriete Richards-anekdotes ging als volgt: “Om fris aan de Europese toer van 1973 te kunnen beginnen, besloot de zwaar aan heroïne verslaafde Keith zich in Zwitserland aan een bloedzuigerskuur te onderwerpen. Beetje bij beetje je bloed wisselen zodat er na 48 uur geen heroïne meer in je lijf zit, zo verwoordde Richards het zelf. Toen hij na drie dagen de kliniek verliet, trakteerde hij zichzelf op een welverdiende portie coke.”

Gitarist Ron Wood zou hij ook maar een amateur hebben gevonden als het op snuiven aankwam. Wood had in die tijd bijna geen neusschot meer over (hoezo amateur?), maar dat was volgens Richards zijn eigen schuld. “Dat komt er nou van als je dat spul snuift,” zou hij hebben gezegd. “Je kunt het veel beter spuiten, dat is veel directer en ook minder pijnlijk. Je moet eens zien in wat voor bochten een snuiver zich moet wringen, als hij ondanks zijn kapotte neus wil doorgaan met snuiven. Daar kun je een olympische discipline van maken!”

De cover van Panorama 27, 1998

Ook zangeres Marianne Faithfull, ‘ooit de verpersoonlijking van de maagdelijke onschuld voordat zij in handen viel van die duivelse Stones’, veranderde volgens ons van een ‘lieftallig engeltje’ tot een ‘griezelige toverknol’ door de brown sugar (lees: heroïne) die Richards in bulkgroottes op voorraad had. Net als Charlie Watts heeft zij het aardse leven inmiddels achter zich gelaten (vorig jaar januari overleden), maar Richards staat nog doodleuk overeind. En dus pingelt hij er nog vrolijk op los op weer een nieuwe Stones-plaat die volgende week verschijnt. Had daar dertig jaar geleden grof geld op ingezet en je had nu méér verdiend dan wat Richards ooit heeft opgesnoven.

Panorama 28 Panorama 27, 1998