Je ziet het bij vrijwel elk moordonderzoek: de tips van meedenkers. Mensen die graag helpen bij het oplossen van een misdrijf, maar die eigenlijk maar wat roepen. De recherche heeft het er druk mee, want niets met een tip doen is ook zo wat. Toch kan 95 procent de prullenbak in. Want het woord zegt het al: meedenken. Hebben jullie hier al aan gedacht? Is dat niet over het hoofd gezien? Moeten jullie Jantje P. of Keesje H. niet eens kritisch tegen het licht houden?
Echt waardevolle tips zijn zeldzaam. Dat bewijst ook de Peter R. de Vries Foundation. De beloningen die worden uitgeloofd liegen er niet om, en toch is de oogst mager. De laatste jaren zien we steeds meer burgerinitiatieven. Soms in de vorm van een podcast, soms als onderzoekscollectieven. Is de politie er blij mee? Ik denk het niet. Want tot nu toe hebben al die amateurspeuracties losse flodders opgeleverd, valse hoop bij nabestaanden en extra werk voor de recherche.
Zo is er Bureau Dupin, een collectief van 1800 vrijwilligers dat zich vastbeet in de onopgeloste moord op de 48-jarige Marja Nijholt uit Oss, die op nieuwjaarsdag 2013 dood werd gevonden. Ze was met meerdere messteken om het leven gebracht. Na twee jaar politieonderzoek was er nog altijd geen dader. Politie en OM gaven het collectief beperkt toegang tot data en foto’s van de PD. Er kwamen podcasts, een Videoland-documentaire, AI-analyses. En er dook een naam op. Sahal Y., een Veghelaar met een indrukwekkend strafblad: verkrachtingen, afpersing, bedreigingen. Getuigen verklaarden hem op 1 januari 2013 op het station in Oss te hebben gezien, met bebloede kleding. Anderen zeiden dat hij de moord min of meer had opgebiecht, maar uit angst voor zijn reputatie nooit naar de politie zou zijn gestapt. Bureau Dupin presenteerde de bevindingen met de nodige bombarie. En toen trok de politie de stekker eruit. De betrokkenheid van Sahal Y. werd ‘zeer onwaarschijnlijk’ geacht. Zonder verdere toelichting. Jaren werk, 1800 mensen, een documentaire. En één ontnuchterende zin van een woordvoerder.
In de zaak-Willeke Dost kondigden twee Drentse burgers aan dat ze zelf zouden gaan graven als de politie het niet deed
Het patroon is niet nieuw. Journalist Margriet Brandsma, haar collega Geartsje de Vries en oud-rechercheur Henk Dillerop maakten een podcast over de in 2014 verdwenen Sicco Cuperus, een 36-jarige marechaussee die op een doordeweekse maandag niet op zijn werk in Harlingen verscheen. Zijn appartement in Leeuwarden zag eruit alsof hij even snel de deur uit was gegaan: raam open, telefoon aan de lader, stofzuiger klaar voor gebruik. Zijn auto werd dagen later gevonden in het Friese Marrum, twintig kilometer verderop. Van Sicco geen spoor. Acht podcastafleveringen later kwamen de tips. “Hoop op een doorbraak,” kopte Omrop Fryslân. Alle tipgevers wezen dezelfde kant op: motorclub, gokschulden, uit de weg geruimd. Een steeds scherper beeld, zo heette het. Maar Sicco is nog altijd niet gevonden.
Dan is er nog de zaak-Willeke Dost. Het 15-jarige meisje verdween op 15 januari 1992 uit haar pleeggezin in het Drentse Koekange. Nooit meer iets van vernomen. In 2018 kondigden twee Drentse burgers aan dat ze zelf zouden gaan graven als de politie het niet deed. Onder die druk groef het coldcaseteam 240 vierkante meter achter de voormalige boerderij af. Niets gevonden. Willeke is nog altijd spoorloos.
Meedenken is menselijk. Maar een podcast is geen opsporingsonderzoek. Een onderzoekscollectief is geen rechercheteam. En AI die verbanden legt in openbare data vindt precies wat je erin stopt: de verdachte die je eigenlijk al op het oog had. Echte doorbraken in cold cases komen van DNA-onderzoek, van een gedetineerde die toch gaat praten, van een rechercheur die een dossier na tien jaar met andere ogen leest. Niet van 1800 goedwillende meedenkers met een laptop en een abonnement op ChatGPT.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct