Ik las deze week op LinkedIn een berichtje van een professionele journalist die vertelde dat ze een interview had met Marco van Basten. Haar jeugdheld. Ze wist niet hoe ze het had, geen vraag kwam er normaal uit en ze was het hele gesprek zichzelf niet. Ze voelde geen verschil tussen het meisje van 8 dat ze was toen er posters van de voetballer op haar kamer hingen, en de volwassen vrouw van 44.
Ik heb dat eigenlijk nooit met wereldsterren, ook niet die keer dat ik Romário sprak of toen ik via Zoom een bedlegerige Robbie Williams mocht ondervragen. Zodra het gesprek begint, sluit ik me af van dweepziek gedrag en ben ik alleen bezig met de vraag: heb ik voldoende bruikbare quotes?
Waar ik wel van in de war raak, is een mooie vrouw. In 2020 zat ik tegenover Welmoed Sijtsma, presentatrice bij WNL. Op tv vond ik haar al een beauty, maar in het echt is ze helemaal niet te doen. Omdat haar schoonheid mij zo intrigeerde, besloot ik maar een vraag van mijn bewondering te maken. Ik begon zo: “Je bent echt enorm knap...”
Voordat ik mijn zin kon afmaken, zei ze met grote ogen: “Jeetje, dat vind ik wel super-awkward dat je dat zegt!” Ik schrok me dood en maakte mijn vraag af met: “Helpt je dat nou vooruit, je uiterlijk, of werkt het tegen je, dat mensen denken: die is zo knap, die is vast niet bijster slim.” Ze zuchtte even, maar gaf toch antwoord. “Je krijgt wel snel het stempel van: die zit daar alleen maar omdat ze er leuk uitziet. (...) Ik zie op Twitter ook wel de berichten: blond dus dom. Maar daar ga ik me echt niet druk om maken.”
Welmoed Sijtsma: ‘Ik zie op Twitter ook wel de berichten: blond dus dom. Daar ga ik me echt niet druk om maken’
Ik gooide het gesprek maar snel over een andere boeg. En nu las ik dat ze een transfer heeft gemaakt van WNL naar RTL, ze gaat na de zomer een talkshow laat op de avond presenteren. Peter Lubbers, directeur content RTL zei hierover: “We zijn ontzettend blij met de komst van Welmoed. (...) Ze informeert de kijker over de dag, maar zorgt er ook voor dat je met een glimlach naar bed gaat.” Nou, reken maar!
Oordeel: ★★★★☆
Tabee, Wim T.
Het best herinner ik me Wim Theodoor Schippers, die zich Wim T. noemde als sneer naar de ijdele Willem Duys die door het leven ging als Willem O. met een verwijzing naar de Griekse koning Odysseus, van het radioprogramma Ron Flon Flon (avec) Jacques Plafond. Die maakte hij met de typetjes Wilhelmina Kuttje, Jan Vos en een immer ruftende filmrecensent Jaap Knasterhuis (“Eh, sorry”).
De jingles van dat volstrekt absurdistische programma zing ik nog dagelijks. ‘Wie zullen we nu weer eens bellen, bellen bél-len?’ was er zo eentje. Dan ging Jacques een bekende Nederlander bellen, vrijwel altijd was dat dj Lex Harding, die hij steevast ‘Haring’ noemde. Jacques stelde dan een vraag en als Harding wilde antwoorden, begon Jacques er dwars doorheen te praten en vaak ging dat dan over een bloempot die in de studio stukviel of ander ongemak. Harding vroeg dan of hij ook een keer uit mocht praten. “Maar wel kort,” zei Jacques dan, “want dan kan ik weer lang.”
Dan was er nog de rubriek ‘Kloteplaat’ en dan werd het slechtste actuele liedje besproken. Nou ja, besproken? Ook tijdens zo’n recensie voerde de complete chaos in de studio de boventoon. En er was een culinaire rubriek: ‘Wat aten zij, wat aten zij, wat á-ten zij’ – onthullingen aangaande gisteren genuttigde maaltijden. Dan mochten bekende mensen inbellen om te zeggen wat ze gisteren gegeten hadden, wat door Schippers dan weer volledig de grond werd ingeboord. Over gisteren gesproken: er was ook de rubriek ‘De krant van gisteren’, als parodie op het item ‘De krant van morgen’ uit Met het oog op morgen van de NOS, waarin de presentator alvast vertelde wat er de volgende dag in de krant zou staan.
Wim T. Schippers was vooral bekend als de stem van Ernie uit Sesamstraat, als de geestelijk vader van het typetje Sjef – ‘reeds’ – van Oekel (vertolkt door Dolf Brouwers), uit de vele tv-series waarin hij zelf steevast zijn stropdas over zijn schouder had geslagen, als kunstenaar die ooit een enorme drol en een vloer van pindakaas maakte (“Het slaat nergens op, maar is wel de moeite waard”), maar de radio-uitzendingen vond ik het leukst. Schippers overleed op 10 juni 2026, maar hij had dat zelf waarschijnlijk 13514 juni 1989 genoemd, want hij had zo zijn eigen datumtelling...
Er wordt wel beweerd dat ieder mens uniek is, maar Wim T. Schippers was verreweg de uniekste programmamaker van Nederland. Misschien moet er wel een standbeeld van hem worden gemaakt, maar dan op z’n kop. En het liefst op een T.-splitsing.
Oordeel: ★★★★★
Thijs keert terug
In onze democratie verdient (vrijwel) iedereen een tweede kans. En dus komt Matthijs van Nieuwkerk weer op tv met een programma over Aretha Franklin en gaat Thijs Römer het theater in. Vooropgesteld: het enige wat die twee verbindt is een comeback, de tirannie van Matthijs op de werkvloer staat natuurlijk niet in verhouding tot de daden van de veroordeelde zedendelinquent Römer.
Nu heeft oom Paul Römer op de radio reclame mogen maken voor de comeback van zijn neefje. En dat stuit op veel verbazing. Thijs heeft een theatershow gemaakt over zijn afgelopen jaren, waarin hij in de bak verdween vanwege zijn wangedrag bij minderjarige meisjes. “Wat een hypocrieteling,” vond Wilfred Genee. “De man die ooit heeft geroepen dat jij (Johan Derksen, red.) nooit meer op tv mocht, omdat je een kaarsverhaal had verteld, die promoot dit nu en die zit er ook in, begreep ik, als producent,” zo zei hij in Vandaag Inside. Derksen: “Paul Römer vind ik zo’n zeldzame zaadschieter. (...) Het is natuurlijk z’n oom en ik begrijp best dat z’n familie betrokken is bij die jongen. Aan de andere kant begrijp ik ook nog wel dat als hij bij de radio zit, dat hij dat op tafel gooit. Ik vind het niet zo erg.”
Genee ging nog een stapje verder en haalde Het Oranje Café aan, waar kinderen van Linda de Mol, Heleen van Royen en René van der Gijp bij betrokken zijn en dat in het mediawereldje al Nepo Inside wordt genoemd. “Dat vind je niet erg, dat hele netwerken in Hilversum met mensen die familie zijn allerlei dingen doen?” Tafelgast Job Knoester: “Dat vind ik zo’n onzinverhaal. Mijn zoon werkt ook in mijn bedrijf. Bij mijn bakker werkt zijn zoon ook.” Einde discussie.
Oordeel: ★☆☆☆☆
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct