Het bedrijf was al een tijdje helemaal klaar met een medewerker die in 2023 was begonnen. Volgens zijn leidinggevenden stapelden de fouten zich op en weigerde de man opdrachten correct uit te voeren. Hoewel hij begin 2025 al een vertrekdeal kreeg aangeboden, mocht hij het na een reeks gesprekken toch nog een keer proberen. Die tweede kans eindigde echter in een keiharde aanvaring.
Wat was de opdracht? Vóór 09.00 uur per e-mail een bestelling plaatsen om een schadeclaim van een klant te voorkomen. Toen de man de bewuste mail niet op tijd verzond, was de maat voor de gemeente vol. Hij kreeg direct ontslag op staande voet. De man liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter om de haastige beslissing van zijn werkgever aan te vechten.
Volgens de kantonrechter heeft het bedrijf de plank volledig misgeslagen. Hoewel er onvrede was over zijn werk, was er nooit een officieel verbetertraject opgesteld.
Redenen waren 'te mager'
De ontslagen medewerker verklaarde bij de rechter dat hij eerdere feedback juist "ter harte had genomen" en dat de plotselinge schop onder zijn hol hem volledig overviel. De rechter volgde die redenering en noemde de onderbouwing voor een ontslag op staande voet simpelweg "te mager". Volgens de uitspraak, die het AD inzag, is er niet volgens de regels van goed werkgeverschap gehandeld.
Rekening van 27.000 euro
Omdat het bedrijf te kort door de bocht ging, moet zij nu diep in de buidel tasten. De rechter heeft bepaald dat het bedrijf zich met terugwerkende kracht aan de wettelijke opzegtermijn moet houden en een transitievergoeding moet uitkeren.
De grootste klap is echter een extra schadevergoeding van maar liefst vier maandsalarissen die bovenop de rest komt. In totaal mag de man iets meer dan 27.000 euro bijschrijven op zijn rekening. Het blijkt een peperdure les voor het bedrijf: zelfs een werknemer die steken laat vallen, zet je niet zomaar zonder pardon op de stoep.