Rotterdam, een zaterdag in mei. Stortbuien geselen het Rijnmondgebied. Op de Havenspoorlijn in Europoort liggen jonge mannen en vrouwen languit over de rails. Hun kleren zijn doorweekt, net als hun PLO-sjaals. Maar dat mag de pret niet drukken. Achter hen nog meer gelijkgezinden. Allemaal in dezelfde afgedragen jassen, zelfde sjaals en met dezelfde vastberaden blikken. Ergens verderop staan goederentreinen stil. De politie is in aantocht. Voor de zoveelste keer, alsof er geen andere prioriteiten zijn.
Ik kijk naar dit stelletje ongeregeld en denk: dit heb ik eerder gezien. Niet op een spoor, maar in een voetbalstadion. Dezelfde houding, dezelfde kuddedrift. Supporters die niet zozeer het spel liefhebben, als wel het ergens bijhoren. De groep denkt voor je. Handig als je het vermogen om dat zelf te doen mist.
Het doet me ook denken aan motorclubs als de Hells Angels en No Surrender. Stoer in het clubhuis, onaantastbaar in de groep, maar in de verhoorkamer opeens een stuk minder praatjes. Nieuwe leden moesten bij No Surrender door een haag van clubgenoten rennen, terwijl ze met tot knoop opgerolde handdoeken werden afgeranseld. Wie dat onderging zonder een kik te geven hoorde erbij. Het groepsgevoel als pantser tegen de boze buitenwereld... Bij demonstranten werkt het niet anders. Want dit zijn bezorgde mensen met in beton gegoten overtuigingen, verenigd in een groep. Wie hun motieven in twijfel trekt, is een racist, fascist of op z’n minst domrechts.
Maar goed. Ik ben misdaadjournalist. Ik kijk niet naar spandoeken. Ik kijk naar mensen. En wat ik zie zijn jonge mannen en vrouwen die er niet bepaald uitzien alsof ze thuis de krant lezen, de geschiedenis kennen of ’s avonds worstelen met de vraag hoe het allemaal zo gekomen is. Ik zie mensen die iets gevonden hebben waar ze bij horen. Dat is geen kleinigheid; ergens bijhoren is een oermenselijke behoefte, en voor een dolende ziel is de overtuiging aan de goede kant van de geschiedenis te staan goud waard. Misschien wel waardevoller dan de zaak zelf.
En dan nog iets: hoe zit het met die culturele toe-eigening? Het verwijt dat witte mensen krijgen als ze dreadlocks dragen, of een Indiaanse verentooi opzetten tijdens carnaval. Een beladen begrip, maar in betrokken kringen consequent en met overtuiging toegepast. Het roept dan ook een bescheiden vraag op: hoe zit het met de witte Nederlander uit Roelofarendsveen die een Arabische keffiyeh om zijn schouders wikkelt? Is dat een politieke daad, of ook gewoon toe-eigening?
Intussen is de dienstregeling van goederentreinen chronisch verstoord. Liggen er havenbedrijven stil. Loopt de schade volgens ProRail in de tonnen. Elders worden studenten die naar hun werkgroep willen weggestuurd, door mensen die namens een volk aan de andere kant van de Middellandse Zee zeggen te spreken, maar feitelijk hun eigen omgeving duperen. Niemand die hen ter verantwoording roept. Want nogmaals: dat is racisme, fascisme of op z’n minst domrechts.
Bewegingen die het draagvlak moeten hebben, vernietigen het zelf. Niet door wat ze zeggen maar door wat ze doen. Een voorbijganger die aanvankelijk misschien zelfs enige sympathie had, wil nu vooral dat ze oprotten. Shownieuws-deskundige Ronald Molendijk stelde onlangs voor om gewoon niet meer te remmen als er demonstranten op het spoor liggen. Gaat misschien wat ver, maar het zegt het wel iets over de irritaties die de wereldverbeteraars oproepen.
Ik verwijt ze hun mening niet hoor. Politiek ongenoegen mag worden geuit, demonstreren is een grondrecht. Maar wat ik ze wel verwijt is hun gemakzucht. De sjofele jas, de sjaal, de ingegooide ruiten en bekladde monumenten als bewijs van eigen gelijk. De overtuiging dat de wereld verandert als je maar lang genoeg doorweekt op een spoor ligt.
De onderdrukten in deze wereld verdienen betere pleitbezorgers.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct