Entertainment

Week van Toen: Van Gogh en Derksen: een duo dat nooit heeft mogen zijn (2001)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit Panorama nr. 16, 2001: 'De tackles van Theo'

Micha Jacobs
2 minuten
Week van Toen
Johan Derksen
Het artikel uit Panorama 16, 2001.
Het artikel uit Panorama 16, 2001.

Als we aan Theo van Gogh denken, is ‘voetbalanalist’ niet het eerste woord dat in ons opkomt. Maar dat was ie wel, althans: zo kwam hij wel over in zijn vlijmscherpe voetbalmonoloog die wij precies 25 jaar geleden lieten optekenen door niemand minder dan Michel van Egmond, de tegenwoordige bestsellerbiograaf. Toch leuk om even te lezen voordat het voetbalgeweld losbarst, misschien steek je er nog iets van op.

Theo, hangend op zijn rode bank, Duitsland-shirt aan, had zelf ook gevoetbald, zei hij. Bij v.v. Wassenaar, waar hij vandaan kwam. Hij omschreef zichzelf als ‘een felle, tweebenige linkshalf’ die flink uitdeelde, maar ook incasseerde en het vooral moest hebben van ‘een heel grote bek.’ Oh, en dat een meniscusoperatie een einde maakte aan zijn gouden toekomst in de voetballerij, maar dat is net zo ongeloofwaardig als zeggen dat Oranje over ruim een maand wereldkampioen is. Eigenlijk wist je sowieso niet of je wel moest geloven wat hij over voetbal oreerde, al kwamen er toch een paar verrassende uitspraken uit zijn mond die nu nog steeds actueel zijn. Of wéér actueel, beter gezegd.

Over Ajax in 2001: “Het ergste vind ik dat Ajax zo provinciaal is geworden. Ajax was sublieme arrogantie, de meest gehate club van Nederland. Nu heeft men in de provincie medelijden met Ajax. Het moet toch niet veel gekker worden.” Over het huidige Ajax had hij waarschijnlijk hetzelfde gezegd, of misschien nog wel harder aangepakt.

Theo van Gogh in 2001: ‘Het moest maar eens afgelopen zijn met die zelfoverschatting en dat platte chauvinisme van de goegemeente’

Oranje vond hij ook alleen maar leuk als ze ‘vlot tikten’: “Maar waar ik tegendraads van word, is dat platte chauvinisme zoals op EURO2000 (dat door Nederland en België werd georganiseerd, red.) ook weer de kop opstak nadat Oranje geflatteerd van Joegoslavië had gewonnen (6-1, red.). Het was ineens allemaal zo geweldig dat ik er misselijk van werd. Tijdens de halve finale tegen Italië (verloren na strafschoppen, red.) was ik in een studio waar de opnames werden stilgelegd vanwege Oranje. Verlenging, strafschoppen… Ik heb bij elke gemiste Nederlandse strafschop hard staan juichen. Tot woede van de goegemeente. Het moest maar eens afgelopen zijn met die zelfoverschatting. Je krijgt dan prachtige reacties. Heel interessant om te zien hoe volwassen mensen zich in zo’n situatie ineens gaan gedragen. Ik ben en blijf een voetballiefhebber, maar dat gedoe gaat me steeds meer tegenstaan.”

De cover van Panorama 16, 2001.

De voetbaljournalistiek kreeg er ook behoorlijk van langs: “Steeds meer journalisten hobbelen braaf achter miskende halfgoden van voetballers aan, al vind ik Johan Derksen wel een prettige uitzondering. Die roept tenminste nog weleens wat. Ik krijg regelmatig bijval van hem als hij in interviews zegt niet geassocieerd te worden met Theo van Gogh, maar dat hij het wel eens is met de stelling dat Frits Barend de leider is van het naoorlogse verzet. Ach God ja, Frits Barend… het is nooit liefde op het eerste gezicht tussen ons geweest.”

Theo van Gogh en Johan Derksen: het zou zomaar een mooi duo zijn geweest. Zeker nu er de komende tijd waarschijnlijk meer gezeken dan gejuicht wordt om het Nederlands elftal.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct